Maandag 28/11/2022

EssayMillennials

Millennials zijn online passé: ‘Zoals ik genadeloos was voor boomers, halen Gen Z’ers nu míjn credibiliteit onderuit’

Het ene moment hangen collega’s aan je lippen terwijl je uitlegt wat een dickpic is, het volgende rolt een stagiair met de ogen als je een gif verstuurt. Beeld rv
Het ene moment hangen collega’s aan je lippen terwijl je uitlegt wat een dickpic is, het volgende rolt een stagiair met de ogen als je een gif verstuurt.Beeld rv

Een paar jaar geleden waren millennials nog trendsetters online, maar nu stelt Katrin Swartenbroux vast dat haar generatie de risee van het internet is, terwijl ze juist daaraan haar bestaansrecht ontleende. ‘Zoals ik genadeloos was voor boomers, halen Gen Z’ers nu míjn credibiliteit onderuit.’

Katrin Swartenbroux

Ik ben altijd goed geweest in het internet. Ik weet het. In een tijdperk waarin zelfs koelkasten geconnecteerd zijn, is het nogal lullig om jezelf daarvoor op de borst te slaan, maar het samenraapsel van het beste en het slechtste wat de mensheid te bieden heeft was twintig jaar lang tegelijkertijd safe space en speelveld voor mij. Mijn schepper, zeg ik soms zelfs, na iets te veel rode wijn.

Ik was 14 en verward toen ik voor het eerst een onlineprofiel aanmaakte, en ik was meteen verkocht. In de rigide realiteit leek ik altijd als zand door mijn eigen vingers te glippen, maar het internet, waar alles − en niet het minst wie je was − fluïde bleek, hielp me mezelf te boetseren, substantiëler te worden. Naargelang de mogelijkheden vorderden vond ik mezelf in ‘Myspaceposes’, meanderende blogposts en memes. Met de gusto van een achtjarige en een glimmend pakje Pokémon-kaarten scheurde ik in iedere nieuwe app en ontwikkeling, benieuwd naar wat die voor mij in petto zou hebben.

Die gretigheid wierp ook offline vruchten af. Ik harkte vriendschappen bij elkaar op chatplatform mIRC, scoorde een lief op Reddit en haalde jobs binnen dankzij Twitter.

Ook mijn huidige job, min of meer.

Tragische onbenulligheid

Het internet evolueerde van mijn schuilplaats naar een showroom, een glazen kooi waarin ik kon reflecteren en vervolgens baden in de weerschijn. Online waande ik me onsterfelijk of op zijn minst ongenaakbaar. Tot een bepaalde app me keihard een spiegel voorhield.

Geen zorgen, dit wordt geen TikTok-stuk. Maar het is wel daar waar ik voor het eerst met mijn digitale eindigheid werd geconfronteerd

Ik had uiteraard al meteen door dat ik niet tot de doelgroep van de hyperpopulaire Chinese entertainmentapp behoorde. Niet alleen omdat het leeuwendeel van de gebruikers die op mijn scherm verschenen overduidelijk tien jaar jonger waren (ik heb een buikspier gescheurd van het schreeuwen toen de zoveelste 23-jarige zuchtte dat ze ‘stokoud’ was), maar ook en vooral omdat mijn leeftijdsgenoten er genadeloos afgekraakt werden. Omdat we onze haren in een zijscheiding dragen. Omdat onze jeansbroeken smalle pijpen hebben. Omdat we huisdieren behandelen als kinderen, paniekaanvallen krijgen van kwartaalaangiftes en een ongezonde obsessie hebben met toxische personages uit middelmatige sitcoms. Dat we te veel emoji gebruiken, te serieuze selfies nemen en de antwoorden van Buzzfeed-quizzen gebruiken als psychiatrische diagnoses. Eerlijk? Ik kon er best mee lachen, vooral omdat wat ons verweten werd niet pertinent onwaar was.

De replieken van het handvol millennials dat krampachtig de kritiek probeerde te weerleggen vond ik schadelijker voor mijn generationele cohort dan eender wat een tiener te zeggen had over mijn ironisch gebruik van Minion-memes. Hoe vaker dertigers het woord ‘bestie’ over hun lippen kregen in tenenkrommende ‘boodschappen aan Gen Z’ (de generatie geboren vanaf midden jaren 90, red.), hoe meer ik me begon af te vragen of ik TikTok niet gewoon van mijn telefoon zou yeeten, ondanks al die handige pastarecepten. Misschien moest ik gewoon maar accepteren dat mijn tijd voorbij was, dat ik behoorde tot de generatie die verantwoordelijk is voor ‘Rosé All Day’-totebags en ‘Rise and Grind’-koffiemokken en daarom (terecht) veroordeeld om de rest van mijn dagen in tragische onbenulligheid te slijten. Op zich is jezelf verzetten tegen het idee dat je niet meer hot and happening bent − en dat je dus frases als hot and happening gebruikt − een beetje banaal.

We bollen immers allemaal naar het besluit van ons bestaan. ‘Entropie is de natuurlijke toestand van de dingen’, zei een wijs iemand me ooit, en wanneer ik naar mijn socialemediakanalen en de huid boven mijn knieën kijk, vrees ik dat ik hem gelijk moet geven. Het ene moment hangt de vergadertafel aan je lippen terwijl je ietwat pedant uitlegt wat een dickpic of een cronut is, het volgende rolt een stagiair net niet met haar ogen omdat je een gif hebt verstuurd in het Slack-kanaal.

Net zoals ik genadeloos was voor boomers halen Gen Z’ers nu keihard mijn credibiliteit en captions onderuit terwijl media blokletteren ‘dat er een nieuwe generatieoorlog woedt’, alsof jonge mensen niet altijd al voor hun plekje vochten door ouderen te zeggen dat wat ze doen, wat ze kijken, wat ze luisteren en wat ze leuk vinden obsceen achterhaald is. De jeugd heeft niet veel wapens in de strijd die Het Leven heet, behalve een gebrek aan verantwoordelijkheid en een overdaad aan cultureel kapitaal. Kudos to them.

Maar toch. Toch voelt deze evolutie niet zoals toen onze ouders plots gênante commentaar kwamen posten onder onze Facebookstatussen.

De oudste millennials zijn nu veertigers − de leeftijd die je permanent aan je pa verbindt, en waarop je doorgaans een midlifecrisis beleeft. Beeld RV
De oudste millennials zijn nu veertigers − de leeftijd die je permanent aan je pa verbindt, en waarop je doorgaans een midlifecrisis beleeft.Beeld RV

Jeugd verzilveren

Ik ben natuurlijk niet de eerste dertiger die haar relevantie online ziet wegdeemsteren, ondanks dat ze haar best doet om zoveel mogelijk méé te zijn. Kate Lindsay, die virtuele cultuur in de gaten houdt voor The Atlantic en haar nieuwsbrief Embedded, schreef eerder deze maand: ‘Ik begin mijn leeftijd te zien in ieder aspect van mijn internetervaring.’ De eyeopener voor Lindsay was de zogenaamde ‘millennial pause’ − ongetwijfeld een knipoog naar de menopauze, maar eveneens verwijzend naar een echt, ietwat gênant fenomeen: als millennials een filmpje maken, wachten ze eerst een halve seconde voor ze beginnen spreken, om zich ervan te vergewissen dat die kleine zakcomputer daadwerkelijk aan het opnemen is.

Uiteraard veegde ik na het lezen van haar stuk mijn duim uit de kom richting mijn cameraroll. Uiteraard maakte ik me er ook schuldig aan.

De millennial pause levert niet alleen het bewijs dat we in de sociaal-culturele snert zijn gezakt, maar is in mijn ogen ook de perfecte benaming voor waarom we het het daar zo ontzettend moeilijk mee hebben.

Millennials worden door menswetenschappers gekenmerkt als de generatie die overal tussenin valt, permanent gewenteld in wat men waithood noemt − de periode tussen het afronden van je essentiële vorming (het middelbaar onderwijs) en het behalen van sociologisch bepaalde ijkpunten die volwassenheid kenmerken: afstuderen, een eigen huis, financiële zelfstandigheid, trouwen en een kind krijgen. Je hoeft er de statistieken niet eens bij te halen om te zien dat die mijlpalen de laatste jaren wankelen. Dat we steeds langer wachten met die hordes te nemen, omdat we er niet over raken, maar ook omdat ze niet per se deel meer uitmaken van het pad dat we voor onszelf hebben uitgestippeld. Onze economische en sociale realiteit maakt bepaalde traditionele toetsstenen niet alleen minder bereikbaar, maar ook minder aantrekkelijk.

Op zich zijn dat breuklijnen die ook de levensloop van huidige tieners en twintigers zullen bepalen; hun toekomstbeeld ziet er zo mogelijk nog minder rooskleurig uit. Bovendien overtrekken zij de potloodlijnen waarmee wij probeerden de maatschappij te hertekenen vaker met viltstift, en kleuren ze nog meer buiten de lijntjes. Alleen kan Gen Z zich dus nog steeds verschansen in het je-m’en-foutisme van jeugdigheid, terwijl van ons verwacht wordt dat we ondertussen wel zouden moeten hebben uitgevogeld wat die fameuze volwassenheid voor ons dan eigenlijk inhoudt.

De oudste millennials vandaag zijn veertigers − de leeftijd die je permanent aan je pa verbindt, de leeftijd waarop je doorgaans een midlifecrisis beleeft. ‘Millennials zitten echter vast in een crisis of temporality”, schrijft Amerikaans socioloog Sunny Moraine op Twitter. ‘We weten niet of we oud zijn. We weten niet of we jong zijn. We weten niet waar we mee bezig zijn of wat we moeten doen, want we zijn onze vaste rubriek in het leven kwijt. En dus hebben we geen idee hoe hedendaagse volwassenheid eruitziet of eruit hoort te zien.’

Want de vroegere ‘mijlpalen der volwassenheid’ mochten wel draconisch en een tikje gedateerd zijn, ze waren tenminste duidelijk. Je wist perfect welke kaart je moest spelen om je pion een paar vakjes te mogen opschuiven. Voor heel wat millennials lijkt het echter alsof ze zich in een videogame bevinden waarbij ze aan de lopende band paddenstoelen eten maar er nooit eentje vinden die hen, in de ogen van de maatschappij én van zichzelf, doet groeien. Het is een constant streven dat gekenmerkt wordt door de voor tieners tenenkrommende term adulting. Een staat van zijn is een werkwoord geworden. En dat is verwarrend, zeker nu we onze plaats in de wachtrij moeten afstaan.

Gen Z maakt ons duidelijk dat we niet jong meer zijn, maar als we de markers van volwassenheid niet (willen of kunnen) halen, wat zijn we dan wel? Oud? Of alleen out of touch? En betekenen die twee eigenlijk niet hetzelfde?

Chill, no pressure

Dat is althans wat ik me eigen heb gemaakt in het www-tijdperk waarin ik tot wasdom ben gekomen. Bedrijfsleiders zochten mensen, jonge mensen, om al die nieuwe communicatiekanalen te bestieren, om hun bedrijf de 21ste eeuw binnen te loodsen en hun product aantrekkelijk te maken bij de aanstormende grote groep jonge consumenten. Plots was het niet meer de éminence grise die het ontegensprekelijk bij het rechte eind had, het waren de zogenaamde young potentials die de vinger aan de pols hielden, die de gaten in de markt zagen en wisten hoe deze opgevuld moesten worden.

Zakenblad Forbes lanceerde zijn ondertussen illustere ‘30 Under 30’-lijst in 2011. Randall Lane, die de rangschikking in het leven riep, schreef bij de aankondiging in het voorwoord: ‘Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid is jeugd een voordeel geweest. Duizenden jaren lang waren het ervaring en knowhow die de boventoon voerden ... Vandaag zijn het de jongeren die met ideeën komen die oudere mensen niet kunnen bedenken. Jonge mensen kunnen en moeten hun jeugd verzilveren en ze doen dat ook massaal, dat is ongezien.’

Oké Randall, chill. No pressure en zo.

Ik was 24 in 2011, pas afgestudeerd, en vervuld van het idee dat ik nog zes jaar had om mijn leven de moeite waard te maken, als ik mijn kansen op succes en geluk niet wilde verkwanselen. Ouder worden, en daarmee bedoelde men: de 30 passeren, was zo’n deadline die niet per se als excuus, maar wel als verklaring kan dienen waarom mijn generatie de druk-druk-drukke hustle culture, ook gekend als burnout culture, en bovenvermelde ‘Rise and Grind’-koffiemokken zo omarmd heeft.

Natuurlijk is dat dankbaar mememateriaal voor Gen Z, de spil achter de Great Resignation-beweging in de Verenigde Staten, die ook weerklank vindt in ons land.

Uit een analyse van hr-dienstengroep Acerta bij meer dan 30.000 werkgevers uit de private sector werd 11 procent van alle arbeidscontracten van jongeren onder de 25 dit jaar al stopgezet. In bijna de helft van de stopzettingen (47 procent) gaat het om een ontslag op initiatief van de werknemer zelf. Dat percentage was de laatste vier jaar nooit zo hoog. “Deze jongeren zijn een kritische nieuwe generatie die haar eigen loopbaan in handen durft te nemen”, klinkt het bij Acerta. Ik zie het ook terug bij de tiktokkers die over mijn scherm flitsen en fulmineren over waarom je ooit harder zou willen werken dan dat wat een 9-tot-5-job voorschrijft, een sentiment dat door de oudere generatie dan weer frappant genoeg als quiet quitting omschreven wordt.

In wezen is het dit verhaal a tale as old as time. Of toch zo oud als uw ouders.

Slackers, girlbosses en quiet quitters herbergen eenzelfde verlangen: een weg vinden binnen het kapitalistische systeem. Mijn generatie poogde dat door baas van hun eigen bedrijf te worden, Gen Z door baas van hun eigen tijd te worden. Dat zorgt voor dissonantie, waardoor ik met popcorn op mijn schoot de Twitter-­threads volg van CEO’s die vol verbazing foto’s posten van de compleet ontspoorde e-mailhandtekeningen van hun Gen Z-werknemers − eentje luidde letterlijk ‘Kill me’ − en meezucht met vrienden wier jongere collega’s daadwerkelijk doen waarvoor wij nochtans altijd gestreden hebben: verlof nemen omwille van hun mentale gezondheid.

Geloof me, een mens voelt zich nooit ouder dan wanneer die plots doorheeft dat ie zit te sakkeren op ‘de jeugd van tegenwoordig’.

Iconische millennial-girlboss: zakenvrouw Sophia Amoruso (auteur van het boek Girlboss). © Daniel Zuchnik / Getty Images Beeld Getty Images
Iconische millennial-girlboss: zakenvrouw Sophia Amoruso (auteur van het boek Girlboss). © Daniel Zuchnik / Getty ImagesBeeld Getty Images

Verzonnen labels

Op zich is generatiedenken uiteraard nogal onzinnig. Dat zeggen zelfs mensen die professioneel met generatiedenken bezig zijn. Vorig jaar ging er een open brief van de Amerikaanse socioloog Philip Cohen viraal. Een brief waarin hij aan het Amerikaanse onderzoekscentrum Pew Research Center vraagt om te stoppen met generatielabels als millennial, Gen Z of babyboomer te gebruiken in hun rapporten. Zo’n 170 sociaal-wetenschappers ondertekenden de brief van Cohen, die vindt dat deze labels niet alleen arbitrair, maar ook contraproductief zijn. Vooral omdat ze eigenlijk gewoon verzonnen zijn.

Een hele groep mensen over dezelfde kam scheren omdat ze toevallig binnen eenzelfde tijdspanne het levenslicht zagen klinkt overigens ook niet bijster wetenschappelijk, en bovendien precies als iets wat een Steenbok zou doen. Generaliseringen over generaties heen pletwalsen de ervaringen van honderdduizenden tot een culturele pastiche en dienen uitsluitend als keywords voor marketeers of kanonnenvoer voor mensen die er altijd van overtuigd zullen zijn dat in hun tijd alles beter was. Niet iedereen die jong was in 1969 heeft met een joint in de ene hand en een borst in de andere op een weide in Woodstock gelegen of geprotesteerd tegen de oorlog in Vietnam. Niet iedere ninetieskid dweepte met skateboarden en white russians, net zoals ik ook geen uitstaans heb met Harry Potter, en ik toast lekkerder vind met zoute boter dan met avocado.

‘Je werd niet geboren als millennial, je werd gemaakt als millennial’, schrijft Malcolm Harris in zijn boek Kids These Days: Human Capital and the Making of Millennials (2018). Een waarheid die uiteraard ook voor iedere andere generatie opgaat. Jonge mensen die een nieuw generationeel label opgekleefd krijgen, zijn in wezen niet anders dan hun ouders of grootouders. De wereld rondom hen, die hun mee vorm geeft, is dat vaak wel. Generaties hangen daarom minder samen met demografische veranderingen, maar met sociaal-economische aardverschuivingen.

Het moment waarop je geboren wordt, en dus wanneer je formatieve jaren zich afspelen, is daarom wel degelijk van belang − al spelen natuurlijk ook markers als afkomst, sociale klasse of huidskleur een rol voor de mate waarop die aardverschuivingen je leven beïnvloeden. Wanneer men spreekt over ‘een (post)-9/11-generatie’ betekent dat iets anders voor iemand met een moslimachtergrond dan voor mij. Een economische crisis meemaken op het moment dat je net op de arbeidsmarkt belandt, of diezelfde crisis ondergaan wanneer je al een aantal jaar een onschendbaar ambtenaarsstatuut hebt, dat zijn ook verschillende ervaringen. Het klopt dat het niet constructief is om terug te vallen op platitudes. “Maar”, zo schrijft Joe Pinsker in zijn pleidooi tegen het gebruik van deze labels in The Atlantic, “zelfs als generationele labels fake zijn, staan ze vaak wel voor iets echts.”

Boomers mogen millennials dus gerust egocentrisch noemen, zolang ze daar maar een stukje verantwoordelijkheid voor nemen.

Onze opvoeding in de neoliberale nineties plantte ons immers in dat als we maar hard genoeg werkten, we alles zou kunnen bereiken wat we maar wilden. Mazzel! Tof! De focus en de verantwoordelijkheid voor dat geluk lagen volledig bij het individu, en dat individu kon plots schermen met een arsenaal aan nieuwe media om zichzelf incontournabel te maken.

Het is immers niet toevallig dat ik, net zoals zoveel leeftijdsgenoten, altijd het internet gebruikte om mezelf te vinden. Hoewel we digital natives werden genoemd, kwam het internet pas op tijdens onze vormende puberjaren. Net zoals de generaties voor ons dat deden met kleding, met posters op hun kamer of met songteksten op hun agenda, boden platformen als Blogger, Tumblr en MySpace tieners rond de eeuwwisseling de kans om hun identiteit vorm te geven in de openbare arena, en zo die identiteit bevestigd en gevalideerd te zien door anderen – via vriendschapsverzoeken, via likes, via ‘Top 3 vrienden’-functies.

Millennials waren zo de eerste generatie die leerde om zichzelf op een gecontroleerde manier online te presenteren en die het concept personal brand letterlijk een smoel gaven. De www-generatie werd in Time Magazine de ‘me me me-generatie’ genoemd, maar je kunt ons dat moeilijk kwalijk nemen.

Millennial mindfuck

‘Het internet als medium wordt nu eenmaal gedefinieerd door een ingebouwde prestatiedrijfveer’, schrijft Jia Tolentino in haar essay The Internet and I. In het dagelijks leven kun je immers gewoon rondwandelen en je ding doen en zo zichtbaar zijn voor mensen, maar op het internet kun je niet gewoon ‘bestaan’ en zichtbaar zijn. Als je wil dat mensen je opmerken, moet je ageren, communiceren, acteren en nauwgezet cureren.

Ik post, dus ik ben.

Ook Gen Z lacht vandaag met die representation culture, met onze digitale geldingsdrang, met de manier waarop we onze Instagram-bio’s volproppen met alle mogelijke karaktereigenschappen en hobby’s, met hoe alles wat we doen een representatie moet zijn van onze persoonlijke identiteit. Dat komt natuurlijk doordat zij de échte digital natives zijn. Zij hebben nooit iets anders gekend dan dat hun leven zich ook voor een deel online afspeelt, waardoor ze het ook niet hebben moeten afbakenen. Hun Instagram-feeds zijn meer casual en minder gecureerd, hun favoriete socialemediakanalen vluchtig en meer voor entertainment dan voor profilering.

Ik ben, dus ik post. Het schouderophalen moet u er zelf maar bijdenken.

En daarin schuilt de discrepantie.

Millennials zijn de eerste generatie die zichzelf irrelevant ziet worden op de kanalen die ze ooit gebruikte om haar relevantie te bestendigen. Die zichzelf ziet verdwijnen op de schermen waarop ze zichzelf heeft gecreëerd. De millennial mindfuck, quoi.

Wij zijn de eerste generatie die zich irrelevant ziet worden op de kanalen en schermen waarop ze zichzelf heeft gecreëerd. Beeld Getty Images/Maskot
Wij zijn de eerste generatie die zich irrelevant ziet worden op de kanalen en schermen waarop ze zichzelf heeft gecreëerd.Beeld Getty Images/Maskot

Dramatische statussen

Natuurlijk valt er een boompje over op te zetten dat tegelwijsheden als ‘je bent maar zo oud als je je voelt’ barsten vertonen in een meritocratie waarin jeugdigheid een unique sellingpoint is, waarin oudere mensen, zéker oudere vrouwen, worden afgeschreven als minder mooi, minder competent, minder mee, minderwaardig.

Maar eigenlijk gaat het me zelfs niet om wat ik misschien zou moeten zijn, maar om wat ik zeker niet meer ben.

Het is wat de maatschappij mij toeschreeuwt wanneer ik naar het museum ga, wanneer ik een treinticket koop, wanneer ik wil deelnemen aan schrijfwedstrijden voor opkomend talent.

Ik ben niet jong meer.

En ik was er nochtans zo ongelooflijk goed in. In gulzig zijn, happen nemen uit het leven en me af en toe verslikken. Jong zijn is een tikje vrank, een tikje naïef en een tikje angstig om de toekomst en iedereen die die toekomst probeert te voorspiegelen in de ogen te kijken. ‘Later’ is immers nog een vaag concept, iets wat je kunt kneden onder je vingers als de rijpe vijgen van de boom in de bekende Sylvia Plath-metafoor. Het is stoutmoedig balanceren op de takken om ze te plukken, het leven, de vijgen, gestut door het idee dat er nog tijd en twijgjes genoeg zijn om je val te breken. Vandaag resten me alleen de graszoden die op een dag mijn vege lijf zullen bedekken als ik de komende vijftig jaar overleef.

Als u voorgaande zin al dramatisch vindt, dan had u mijn MSN-statussen eens moeten zien.

Absurd

Ik weet uit ervaring dat ouder worden een zekere rust met zich meebrengt, dat de geldingsdrang verdwijnt, en ik zou voor geen geld ter wereld nog eens door de rollercoaster van mijn puberteit willen gaan. Not in this economy. Maar wanneer je zo gewoon bent om jezelf overal tegen te komen, wanneer je altijd hebt geleerd dat je jeugdigheid en je sociaal-culturele relevantie je grootste verdienste is, gaan er alarmbellen af wanneer dat plots niet meer zo is. Wanneer je jezelf niet meer terugvindt in headlines over jongeren, maar je vervat zit in de anonieme, kleurloze massa van de rest van de koppen. ‘De Vlaming vindt ...’ ‘Belgen zijn ...’ ‘Vrouwen verdienen ...’ Vandaag wordt er alleen nog over millennials geschreven als millennials dat zelf doen − al heeft onze obsessie met het persoonlijke narratief gelukkig veel mensen richting de media geduwd. Vandaar ook dit stuk. Dit absurde, navelstaarderige, clichébevestigende, verdomde stuk.

Nog een paar lettertekens om voor mezelf een plekje uit te kerven. Een paar zetregels voor ik verdwijn. In wezen is dit niets anders dan wat ik al sinds mijn veertiende aangeleerd heb.

Ik schrijf dus ik blijf. Ik post dus ik ben.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234