Maandag 14/10/2019
Marnix Peeters. Beeld rv

Column Marnix Peeters

Mijn vrouw is een negen-­uren-­wonder. Mensen vergeten veel te vaak te slapen, zegt zij

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Ik lees ’s ochtends de krant in de langzaam opwarmende Wintergarten. Vanaf een uur of acht mag de deur op een kier.

Op maandag beginnen om kwart over acht de klokken te luiden voor de mis van half­negen. Van onze kant van het dorp gaan er twee dames – de ene komt te voet de heuvel af en wacht de andere op bij haar voordeur. Jonge mussen leren vliegen, ze maken een hels lawaai. Ze zitten met drie-vier in de zinken dakgoot, en duiken spelend de tuin in.

Ik ben dan al meer dan halfweg met werken. In de winter haakt mijn slaap­ritme snel aan bij dat van mijn vrouw. Zij is een negen­uren­wonder – als zij om negen uur de trap afkomt, betekent dat dat zij om middernacht is gaan slapen. Daar zit nooit meer dan vijf minuten speling op. Mensen vergeten veel te vaak te slapen, zegt zij.

In de zomer kan ik niet weerstaan aan de lokroep van het licht. Soms is het halfzes, dan komt de zon nog maar net over de heuvel gluren. Ik schuif een van de baal­katoenen gordijnen half dicht om niet verblind te geraken. Er zijn wat vroege merels en de rode wouw draait zijn eerste rondjes door de lucht, zelfs van heel hoog hoor je zijn laconiek gekraai.

Ik werk aan een verhaal dat mogelijk in het voorjaar in een bundel kan. Het gaat over de liefde maar het is absurd van toon.

Vandaag in de voormiddag, nadat wij ontbeten hebben, zijn er twee opties: ik herstel de tuinpoort met de Soudal en de Woodlover die al enkele weken klaar­staan, of ik rijd met de fiets naar Huldange om er in de Brico een nieuwe keukenkraan te kopen; de oude wiebelt en begint te lekken. Huldange is twintig kilometer ver. Het grootste deel van het fiets­traject loopt over een oude spoorwegberm. Als het vroeg genoeg is, zie je reeën aan de bosrand of een slapende vos in een weide, en gaaien en hevig kwetterende veldleeuweriken, die zich soms zo hoog wagen dat je ze met het blote oog niet meer kunt zien. Op het toppunt van hun lied laten ze zich als stuka’s naar beneden vallen, die beesten hebben geen pretpark nodig. Op een halve meter boven de grond gaan ze krijsend van plezier in de remmen.

Gisteren waren wij in de namiddag naar onze leenhond Luna gewandeld, die eindelijk nog eens op haar erf was. Soms is zij dagenlang spoorloos, wij weten niet waar zij dan uithangt. Zij is vrij, er wordt haar niets gevraagd. Als wij nog eens in de stad komen en wij zien daar de honden aangelijnd aan palen ruiken en rap­rap, met krakende rug, en onder het oog van een zuchtende baas, hun gevoeg doen, en dan snel weer naar het appartement, dan zeggen wij: dat moest Luna eens kunnen zien, ze zou er geen snars van begrijpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234