Vrijdag 18/10/2019

Column

Mijn vriend is voor een deel op mijn matje gerold. En hij ademt, hoe durft hij

Bregje Hofstede. Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei 31, vertellen beurtelings over hun leven.

Het is een slechte nacht op de ­camping, zo een waarbij je op geen enkele wijze comfortabel kunt liggen. Ik voel mijn botten, mijn neus is verkleumd, mijn matje plakt juist van het zweet. 

Natuurlijk heb ik de neiging om degene die naast me ligt de schuld te geven. Mijn vriend, met wie ik zo laat in het seizoen nog rondtrek in een tentje, moet het dus ­ontgelden. Hij stoot met zijn knieën tegen de mijne steeds wanneer hij draait in zijn slaap. Hij is voor een deel op mijn matje gerold. En hij ademt, hoe durft hij.

Dan maar opstaan, dan maar weer eens het rituele loopje naar het toiletgebouw in de hoop dat ik daarna op de resetknop gedrukt hebt, en dat mijn lichaam zal ­denken dat ik net in bed gekropen ben, zodat de nacht na deze valse start eindelijk begint.

Ik worstel me mijn slaapzak uit, schiet een trui aan en zoek mijn weg over het donkere grasveld. Eerst langs de snurker, dan langs de huilbaby. Neem zo’n kind dan ook niet mee. In het ­toilet hebben de pissebedden zich precies op de grijze voegen tussen de tegels gepositioneerd. Ze denken zeker dat ze daar minder opvallen, maar dit kleine blijk van intelligentie maakt ze hoogstens afstotelijker.

Terug langs de huilbaby. Terug langs de snurker. Hij zou minder ­moeten zuipen, denk ik en struikel expres per ongeluk over de lege bierblikjes die hij voor zijn tent heeft achtergelaten. Ze ­kletteren lekker schel. De baby reageert ­meteen met een klacht. Als ik lang genoeg slecht slaap, word ik precies het nachtmonster waar ik als kind voor vreesde.

Vlak voor ik opnieuw de tent in duik, werp ik een grimmige blik op de sterren. O ja, ik moet zien hoe mooi het hier is. Genieten. Alles eruit halen, denk ik met opeengebeten kaken. En juist op dát moment is er een vallende ster te zien.

Het monster houdt meteen haar bek.

Het gebeurt niet zo vaak dat de gewoonte je verrast. Dat het banale weer heel even fris en echt is, ­opgeschuurd en ontdaan van de vermoeide laklaag. Dat iets wat zo clichématig mooi is, even opnieuw zichtbaar wordt.

Abrupt sta ik stil, en zie ik de sterren. Totaal ­wonderlijk, dat je zo klein kunt zijn als ik en toch zo’n gigantische ruimte in kunt kijken.

De baby kalmeert, het was maar een kleine schrik. Door het tentzeil heen hoor ik mensen ademhalen.

Pas als ik begin te rillen, kruip ik de tent weer in. Mijn vriend reageert door zich op zijn andere zij te draaien. Hij heeft zijn slaapzak weggeslagen, en in het vale licht dat uit de toiletgebouwen door het gaas heen valt, kan ik het sterrenstelsel van vlekjes zien dat zich op zijn ­schouders aftekent.

Ik ga het weer vergeten, weet ik terwijl ik mijn ­slaapzak dicht rits en tegen de warme rug aan kruip. Ik ga weer kwaad op hem zijn. En ik ga opnieuw denken dat zelfs de pissebedden tegen me samenzweren.

Maar af en toe zal ik de dingen weer zien, al is het maar voor een halve seconde.

Bregje Hofstede

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234