Donderdag 17/06/2021
Jana Antonissen. Beeld DM/Bart Hebben
Jana Antonissen.Beeld DM/Bart Hebben

ColumnJana Antonissen

Mijn neus kriebelde. Misschien moest ik dringend het stof afnemen, misschien was het covid

Jana Antonissen is journalist. Haar column verschijnt wekelijks.

Het politiek incorrecte etentje uit mijn vorige bijdrage kreeg afgelopen week een wrange bijsmaak. De gastheer die zo doordramde over een immigratiestop, bleek recentelijk in Brazilië zijn vriend zonder papieren bezocht te hebben. Behalve wrok over het huidige asielbeleid bracht hij ook een uiterst besmettelijke virusvariant met zich mee.

Niet dat mijn positieve PCR-test, afgenomen in de Sovjet-burelen van Brussel-Zuid, melding maakte van de Braziliaanse variant. Maar het voelt nu eenmaal goed om de verantwoordelijkheid af te schuiven op een zelfgekozen zondebok.

Mijn terugkeer naar het moederland startte dus met een stevige zelfisolatie. Zowel mijn beste vriendin als mijn geliefde zaten in hetzelfde schuitje, dus in gedachten was ik alvast minder alleen. In tegenstelling tot hen was ik niet ziek. Of dat dacht ik toch.

Tot ik losging op Google. Maag- en darmklachten behoren ook tot de symptomen, las ik. Volgens een Chinese studie kan diarree zelfs de hoofdklacht zijn.

Nu beschik ik ook zonder virus over een ernstig verstoorde spijsvertering. Maar het klopte wel dat het pak friet dat ik bij wijze van patriottische geste meteen verorberde bij aankomst me allesbehalve goed bevallen was.

Ik scande mijn lichaam wantrouwig, want in een pandemie is niets wat het lijkt. Mijn neus kriebelde. Misschien moest ik dringend het stof afnemen, misschien was het covid.

Op dag twee stond mijn telefoon roodgloeiend.

“Geen zorgen, al mijn risicocontacten bevinden zich in Zweden”, vertelde ik maar liefst drie verschillende lieden van het contacttracingbureau. De gerustgestelde heren wilden al ophangen, maar ik was nog niet uitgesproken.

“Niemand zat weliswaar naast me in het vliegtuig”, zo vervolgde ik, “maar voor de zekerheid zou ik toch alle passagiers inlichten. Het vluchtnummer vinden jullie op mijn Passenger Locator Form.”

“Omwille van privacyredenen hebben wij geen toegang tot die formulieren”, vernam ik.

Dus dicteerde ik de heren die wel mijn telefoonnummer, maar niet mijn vluchtnummer bezaten de benodigde letters en cijfers.

“Sorry, hé”, grinnikte er een met West-Vlaamse tongval, “ik vind het ook een debiel systeem.”

“Dus de S van Syrië? En de K van Khadaffi?”, vroeg een ander.

Ondertussen zijn we dag zes, denk ik. Moeilijk te zeggen als je alleen nog als avatar existeert. Ik ontdekte dat je letterlijk alles van achter je computer kunt doen. Boodschappen, lijfelijke behoeftes bevredigen, zelfs een optie op een nieuw appartement nemen. Je zou je afvragen waarom wij eigenlijk nog naar buiten willen.

Daarnet belde een oudere man van de politiezone Leuven-Noord. Nee, ik zat mijn isolatie niet in Leuven, maar in Brussel uit, legde ik ook hem uit.

Ik wilde ophangen, voortwerken.

Dan vroeg de man: “Hoe gaat het nu met u?”

“Euhm”, antwoordde ik verbaasd.

“Nog steeds geen symptomen?”, vroeg hij. Waarop hij meteen vervolgde: “Ik zie dat het contact met de bron van besmetting toch al dateert van tien dagen geleden. Dus maakt u zich geen zorgen. Dat wilde ik u even meegeven. Nog een prettige dag verder.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234