Zondag 25/10/2020

EssayBleri Lleshi

‘Mijn lijst van ervaringen met racisme is lang, maar mijn lijst van gastvrije Vlamingen is nog langer’

Beeld Stefaan Temmerman

Filosoof en auteur Bleri Lleshi is bezorgd. In een brief aan Vlaanderen, die voortkomt uit het boek ‘Wat na corona?’, toont hij de talrijke weeffouten en roept hij op tot verandering.

Beste Vlaanderen,

Ik schreef onlangs een lange brief aan jou uit bezorgdheid en liefde. Je leest het goed: liefde. Want Vlaanderen, ik heb je lief. Ik wil eerlijk met je zijn. Ik heb je niet altijd liefgehad. Er waren zelfs momenten dat ik je haatte met elke vezel van mijn lijf. Ik zou liegen als ik nu zou zeggen dat ik me daarvoor schaam want ik schaam me niet. Ik had mijn redenen om je te haten. En toch werd mijn boek een liefdesbrief van 240 pagina’s.

Haat

Nooit zal ik mijn eerste keer in Antwerpen vergeten. Ik zou met vrienden naar de befaamde discotheek Café d’Anvers gaan. Ik had er zo naar uitgekeken. Een van mijn lievelings-dj’s kwam helemaal uit Chicago om er te draaien en ik wou het optreden voor geen geld missen. Toen we aan de deur van Café d’Anvers stonden mocht iedereen binnen, behalve een vriend van Marokkaanse origine en ik. Dat het moeilijk ging worden om binnen te geraken, daar hadden we al rekening mee gehouden. Niet omdat we amokmakers waren, maar omdat we vele verhalen hadden gehoord van hoe mensen met een migratieachtergrond werden gediscrimineerd door portiers, niet enkel in Café d’Anvers maar overal in Vlaanderen.

Toch hadden we hoop want we waren samen met witte vrienden en netjes de helft van onze groep bestond uit meisjes. Maar dat maakte geen indruk op deze portiers. Ik maakte bovendien ook een grote fout. Toen de portier mij vroeg welke origine ik had, antwoordde ik naar waarheid ‘Albanees’. Wat de relevantie was van die vraag heb ik nooit begrepen, maar dat zal aan mij liggen. Volgens mijn vrienden had ik dat nooit mogen zeggen en al zeker niet daar. Ik voelde mij schuldig omdat we niet binnen waren geraakt. Zo schuldig dat ik de portiers, de echte schuldigen, leek te vergeten. Ik wilde de anderen hun avond niet verpesten, dus overtuigde ik mijn vriend van Marokkaanse origine om met mij terug te keren naar Brussel. De witte vrienden mochten wel binnen.

Diep ontgoocheld haastten wij twee ons door de regen richting station om de laatste trein terug te nemen naar Brussel. Een politiewagen op patrouille besloot om vlak voor ons te stoppen. Ze hadden iets louche gezien. Misschien konden ze op ons gezicht de angst lezen om de laatste trein te missen. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat hun eerste woorden waren ‘Identiteitskaarten a.u.b.’. Braafjes en zelfs geïntimideerd lieten we onze ID’s zien. Na een korte controle lieten ze ons gaan, maar de trein hadden we gemist.

Wat mij toen vooral trof waren niet de woorden van die portiers of politieagenten, maar hun blik. Het was dezelfde blik als deze van de voorbijgangers toen we in de straten van Antwerpen wandelden. Een blik vol misprijzen en wantrouwen. Dit was de stad waar een op de drie voor het Vlaams Belang had gestemd en dat voelde ik.

We brachten de nacht door in scheve cafés waar de muziek van onze lievelings-dj werd vervangen door de meezingers en Vlaamse smartlappen. Het was zo verschrikkelijk dat we ondanks het winterachtige regenweer besloten om de laatste uren voor de eerste trein tegen de gevel van het station door te brengen. Die schuilplek aan het mooiste station ter wereld was tot dan toe de beste plek in Antwerpen, ondanks het koude beton waartegen onze lichamen steunden. Pas toen ik in de trein naar Brussel zat en begon op te warmen, dacht ik ‘Ik haat Vlaanderen en ik zal nooit terugkeren naar Antwerpen’. Uiteindelijk ben ik nog vaak in Antwerpen geweest waar ik les heb gegeven aan de Artesis Hogeschool en ontelbare spreekbeurten heb gehouden.

Beste Vlaanderen, ik wil niet dat je gaat denken dat Antwerpen de enige plek is waar ik zoiets meemaakte, want jammer genoeg is dat niet het geval. In Gent kreeg ik tijdens een lezing te horen ‘Ga terug naar je eigen land.’ In verschillende Vlaamse steden ben ik zonder reden door de politie gestopt. Zelfs in Brussel, mijn stad, heb ik ooit over mijn origine moeten liegen om een kot te kunnen huren en mocht ik een café niet binnen want ‘zigeuners zijn niet toegelaten’.

Mijn lijst van ervaringen met racisme, discriminatie en vooroordelen is lang, maar mijn lijst van Vlamingen die gastvrij, solidair en zorgzaam zijn voor mensen met een migratieachtergrond is nog langer. Als je naar de media kijkt of onze politici aan het woord hoort, lijkt Vlaanderen een plek waar dit soort mensen zeldzaam zijn, maar gelukkig is niets minder waar.

In alle hoeken van Vlaanderen, van Pittem in West-Vlaanderen tot Heusden-Zolder in Limburg, heb ik mensen leren kennen die zich inzetten voor mensen met een migratieachtergrond. Die verhalen zien we bijna nooit in de mainstreammedia of in de sociale media en daardoor denken velen onder ons dat ze niet bestaan. En als we herinnerd worden aan hun bestaan, dan worden ze al snel afgedaan als enkelingen, als naïevelingen of wereldvreemde idealisten. Vaak denken die enkelingen dat ze inderdaad met weinigen zijn want niemand informeert hen over de andere prachtige voorbeelden overal in Vlaanderen.

Liefde

Laat ik zo een voorbeeld nemen: de Onthaalgroep Vluchtelingen Grimbergen bij wie ik onlangs op bezoek was. Al drie decennia lang helpen ze vluchtelingen om zich thuis te voelen. Voor de lezing had ik afgesproken in het cultureel centrum van Strombeek voor een interview. Daar ontmoette ik toevallig een aantal mensen van Albanese origine die in de jaren 90 naar Grimbergen waren gekomen. Ze vertelden hoe moeilijk het voor hen was geweest om hier hun plek te vinden, maar ook over de vele steun die ze hadden gekregen van mensen van de onthaalgroep en andere Grimbergenaren. Alle vier mannen die ik sprak hadden werk. Een ervan had zelfs een eigen bedrijf. Ze vertelden trots over hun kinderen die in het hoger onderwijs zaten. “We hebben veel geleden, maar als je ziet welke kansen we vandaag aan onze kinderen kunnen bieden, dan vergeet je al het lijden en de inspanningen en kijk je vooruit”, zei een van die papa’s.

Later die avond ontmoette ik verschillende mensen die actief zijn in de onthaalgroep. Een van die mensen was Marcel. Zijn schoonzoon had me uitgenodigd om te komen spreken en vertelde mij dat Marcel, die overigens 94 jaar was, al mijn boeken had gelezen. Meermaals zelfs. Een jonge vrouw van Albanese origine vertelde me dat Marcel de mensen in hun moedertaal groet en al dertig jaar taallessen geeft aan vluchtelingen.

Toen ik aan de praat raakte met Marcel vroeg ik hem in welke talen hij de mensen kon groeten. Hij begon de talen op te sommen en na twintig was ik de tel kwijt. In totaal waren het er zowat dertig, denk ik. “In vijftien talen kan ik mensen vragen hoe het met hen gaat of tot ziens zeggen”, vertelde hij enigszins trots. “Waarom doe je dat”, vroeg ik nieuwsgierig. “Omdat telkens weer de mensen zich verwonderd en erkend voelen.” Hij vertelde me dat we niet altijd moeten wachten op initiatief van de ander maar zelf de stap moeten zetten om de ander te groeten en te erkennen. “Als iedereen dit zou doen, dan zou er al heel wat veranderen. Liefde voor de medemens, dat is wat wij allen nodig hebben. Daar begint het mee.”

Het zijn de liefde, het engagement en het voorbeeld van mensen zoals Marcel, Loesja Klimczak, Achiel Feyaerts, Giovanna Cassaro, Vinus Bleyen, Nele De Winde, Wim Schrever, maar ook bekende Vlamingen zoals Jeroen Olyslaegers, Dalilla Hermans, Dirk Van Duppen, Rachida Lamrabet, Daniël Alliët, Omar Ba en velen anderen die mij hebben geholpen om de haat die ik voelde om te buigen naar liefde en engagement voor Vlaanderen.

Bezorgdheid

Beste Vlaanderen, de afgelopen jaren heb ik veel tijd en energie gebruikt om het gesprek aan te gaan met mensen. Ik heb elk jaar ongeveer 120 avonden doorgebracht in gesprek met Vlamingen. Meestal mensen die andere ideeën hebben dan ik. In alle hoeken van Vlaanderen ben ik te gast geweest in culturele centra en parochiezalen. Praten met senioren, boeren, vrijwilligers, academici, activisten, mensen in armoede of leden van serviceclubs heeft me geholpen om te begrijpen, te nuanceren en zelfs Vlaanderen lief te hebben. Tijdens die gesprekken heb ik ook gehoord en gezien dat veel mensen bezorgd en onzeker zijn. Dat mensen heel wat problemen hebben en velen onder hen alle vertrouwen in de politiek hebben verloren.

Ook ik ben bezorgd als ik kijk naar het afbraakbeleid en de besparingen van de Vlaamse regering. Ik ben bezorgd over de cijfers van burn-out, de lange wachtlijsten voor sociale huisvesting, de druk op onze leerkrachten, de kinderarmoede en de toenemende polarisering.

De coronacrisis legt de weeffouten in het systeem bloot. Ze vergroot de tegenstellingen in de samenleving die al bestonden. Ze roept vragen op over grote thema’s als arbeid, sociale zekerheid, gezondheidszorg, economie en inkomensherverdeling. We staan op een kantelmoment en hebben hiervoor politici nodig die moed en visie hebben. Vlaanderen noch België heeft vandaag die politici.

Verandering

Vlaanderen telt ongelooflijk veel burgers die solidair, zorgzaam en gastvrij zijn. De coronacrisis maakte dit nog maar eens duidelijk. Ontelbaar zijn de prachtige voorbeelden van solidariteit en zorgzaamheid. Samenstraat, waar intussen meer dan honderd straten hebben zich aangesloten, en PARAATinmijnSTRAAT zijn voorbeelden waar burgers zorg dragen voor elkaar in hun straat en wijk. Hotels die hun deuren openen voor daklozen. Bakkers die gratis brood en gebak bij mensen brengen. Artsen die hun leven riskeren om mensen zonder papieren te helpen. Kinderen en leerkrachten die zich inzetten voor bejaarden…Deze en andere initiatieven komen uitgebreid aan bod in mijn boek. De duizenden burgers betrokken in deze acties laten zien dat het anders kan.

In steeds meer landen komen niet enkel de burgers in actie, maar kiezen ook de machthebbers voor positieve verandering. Zoals Nieuw-Zeeland: een van de landen met de hoogste economische groei ter wereld, liefst 2,9 procent. Het is ook het eerste land ter wereld dat een ‘begroting van welzijn’ invoerde en daar tien miljard euro voor vrijmaakte.

Concreet legt de Nieuw-Zeelandse regering de focus op de volgende aspecten van welzijn: armoede, huiselijk geweld en mentale gezondheid. “Het klopt, we hadden – en hebben – groeicijfers van ons bbp waar veel andere landen in de wereld jaloers op waren, maar voor veel Nieuw-Zeelanders had deze bbp-groei zich niet vertaald in een hogere levensstandaard of betere levenskansen”, zegt Grant Robertson, minister van Financiën. Intussen werken ook Schotland en IJsland aan een welszijnsbegroting.

Heel wat onder jullie denken nu wellicht: ‘Goed en wel allemaal, maar hoe ga je dit betalen?’ Jan Jambon, minister-president van Vlaanderen, liet bij het begin van de lockdown weten dat de belastingbetaler zal opdraaien voor de kosten van de coronacrisis. Ik ben het oneens met Jambon. De belastingbetaler in Vlaanderen heeft het moeilijk genoeg. Honderdduizenden werden tijdelijk werkloos met 30 procent inkomensverlies. Duizenden zijn hun job kwijt. Tienduizenden hebben al maanden geen enkel inkomen gehad. Mensen kunnen niet langer hun krediet afbetalen of het hoofd boven water houden.

Haal het geld daar waar het zit

Volgens cijfers van La Libre Belgique en De Tijd hebben grote Belgische bedrijven tussen 2016 en 2019 liefst 728,3 miljard euro in belastingparadijzen ondergebracht. Laat het even bezinken: 728,3 miljard euro. Het Federaal Planbureau berekende dat in 2018 de grote bedrijven 16,02 miljard euro cadeau hebben gekregen van de Belgische staat. Wat als nu eens iedereen op een eerlijke manier belastingen zou betalen en onze machthebbers geen cadeaus aan de superrijken zouden geven? Dan zou de sociale zekerheid gezond zijn en dan zouden er voldoende middelen zijn om te investeren in mensen.

Het is hoog tijd dat we het geld halen daar waar het zit en dus een einde maken aan belastingontduiking, belastingontwijking en fiscale cadeaus voor superrijken. Dit is geen simplisme en ook geen populisme. Dit gaat over verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid. De superrijken zijn zo rijk geworden omdat ze gebruik maken van het onderwijs, de voorzieningen, stabiliteit en infrastructuur die wij samen creëren met ons belastinggeld. Het is tijd dat we een einde maken aan het profitariaat van deze elite.

Overal zijn er burgers, organisaties en landen die deze crisis aangrijpen om te kiezen voor positieve verandering: naar een sociale, duurzame en rechtvaardige samenleving. Daarom is de vraag niet langer of er verandering zal komen, maar of we deel willen worden van die verandering. Ook in Vlaanderen.

Beste Vlaanderen, we laten je niet achter in de handen van machthebbers en de rijke elite. Vele Vlamingen met mij eisen dat er wordt geïnvesteerd in jou. Dat je met zorg wordt behandeld. We eisen dat je bloeit en groeit en we engageren ons daarvoor. Want Vlaanderen, je bent niet enkel van die machthebbers of van degenen die menen een monopolie op jou te hebben. Je bent van alle Vlamingen ongeacht hun kleur, klasse, gender, overtuiging, religie of achtergrond.

Bleri Lleshi, ‘Wat na corona? Brief aan Vlaanderen’, EPO, 19,90 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234