Zaterdag 24/08/2019

Column

Mijn kleindochter en twee dochters zijn mijn heilige drievuldigheid

Hilde Van Mieghem. Beeld Bob Van Mol

Hilde Van Mieghem (°1958), acteur, regisseur en auteur, neemt u mee in haar leefwereld.

Drie dagen geleden was mijn jongste dochter jarig, 35 is ze geworden. Exact een maand eerder werd mijn oudste 45. Zij leren me wat tijd is, door hen besef ik dat ik ouder word, en ook door mijn krakende en piepende lijf ’s morgens. Maar na een kwartiertje loopt en beweegt dat weer als gesmeerd en waan ik me twintig.

Mijn dochters zijn halfzussen, hoewel ik weinig vrouwen ken die zo ten volle zus zijn. Ze wonen in hetzelfde huis en de oudste is de steun en toeverlaat van de jongste nu die moeder is. Het is ontroerend om te zien hoe mijn kleindochter begint te stralen als ze mijn oudste ziet.

Geen enkele wettelijke band 

Zelf scheel ik maar 14 jaar en half jaar met haar. Dat is de reden waarom ik haar nooit heb kunnen adopteren en enkel het statuut van pleegmoeder kreeg. Dat betekent dat je geen enkele wettelijke band hebt met het kind, ook al heb je een paar decennia dag en nacht voor je pleegkind gezorgd. Ook al bleef ze bij mij wonen toen haar vader en ik uit elkaar gingen.

Volgens de Belgische wetgeving moet je 15 jaar schelen met elkaar. Ik moet eens checken of dat nog zo is.

Allebei mijn dochters hebben er een hekel aan als ik over hen schrijf, maar soms veeg ik daar mijn voeten aan, ze maken tenslotte het meest wezenlijke deel uit van mijn bestaan. Ze zijn de zon, de maan en de sterren in mijn leven, mijn adem, mijn hartslag, mijn eerste en laatste gedachte. Hoewel ik moet bekennen dat dat weergaloos, mooie juweel van een kleindochter hen soms verdringt. Maar niet voor lang. Ze horen bij elkaar en zijn mijn heilige drievuldigheid.

1979. Ik ontmoette mijn grote liefde, en niet veel later zijn dochtertje van zes. Een prachtig blond, blauwogig kind. Het was een zonnige herfstdag. We zaten op de Groenplaats op een terrasje, keken elkaar nieuwsgierig aan, besnuffelden elkaar en ik slaagde er zowaar in om een glimlach op haar gezichtje te toveren.

Een maand later belt haar vader me: of ik haar van school kon gaan halen en haar naar huis brengen, haar moeder was er om een of andere reden niet toe in staat en hij was opgehouden door zijn werk. Ik ging met kloppend hart naar haar school. Hoe zou ze reageren? Verrast keek ze me aan, vroeg met een hoog stemmetje: ‘Kom jij me ophalen?’ Ik kon niet echt inschatten of ze dat nu fijn vond of niet.

Kleine koele kinderhand

Samen liepen we naar haar ouderlijk huis. We zeiden niet zoveel. En toen, terwijl we in de bocht van de Huidevettersstraat naar de Lange Gasthuisstraat liepen, legde zij haar kleine koele kinderhand in de mijne. Ik nam dat handje stevig vast. En daar liepen we, in stilte, hand in hand. Het is op dat moment dat zij mijn oudste werd. Ik keek op dat blonde krullenkopje neer en zwoer in stilte dat ik altijd voor haar zou zorgen, dat ik haar nooit in de steek zou laten.

Op 3 januari 1980 kwam ze voorgoed bij mij wonen.

Twee jaar later was ik zwanger van mijn jongste. Die negen maanden waren we zo mogelijk nog meer verbonden met elkaar. Samen gingen we babykleertjes kopen. Zij sorteerde haar speelgoed en maakte alvast een speelhoekje voor haar nieuwe zusje of broertje. Maar kort voor de bevalling zag ik de angst en twijfel toeslaan. Zou ik nog wel genoeg tijd hebben voor haar met die nieuwe kaper op de kust. Zou ik nog wel van haar houden als die baby er eenmaal was.

Mijn jongste werd geboren, 3 januari 1983. Met een keizersnede, toen nog onder volledige narcose. De volgende dag lag ik met die wonderlijke baby in mijn armen. Mijn blonde krullenkop kwam schoorvoetend de kamer in. Ik zag haar bedrukte, angstige en tegelijk nieuwsgierige snoetje en zei: ‘Kom eens hier jij.’ Trok haar naast me in bed en knuffelde haar langdurig. ‘Dat is toch gek hé,’ zei ik, ‘nu heb ik twee dochters, ze zijn allebei op 3 januari bij mij komen wonen en ik heb geen van beide geboren weten worden. Wat een geluk heb ik toch met zo twee wonderlijke dochters.’

Ze keek me even aan met die grote blauwe ogen, en toen... Toen brak de zon door op dat mooie gezichtje. Die lach vergeet ik nooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden