Vrijdag 23/04/2021
null

ColumnLize Spit

Mijn hersenen lijken wel geradicaliseerd, zeg ik tegen de dokter, er is een constante focus op wat níét goed is

Beeld Damon De Backer

Schrijfster Lize Spit bracht haar tweede roman, Ik ben er niet, uit. Ze woont in Brussel.

De stoelen in de consultatieruimte staan op twee meter van de lessenaar waarachter de dokter zit, een afstand waar ik inmiddels aan gewend ben als het over mensen gaat, maar die tussen stoelen en tafels nog steeds belachelijk aandoet. Het ruikt er naar ontsmettingsspray.

Met een kleine dansvloer aan lege ruimte tussen ons in, bespreken we mijn opties voor de heropstart van een antidepressivum, na een medicatiestop van een jaar. Ik heb dit gesprek uitgesteld tot na de publicatie van mijn tweede boek – wie weet lag de somberte toch aan de hoge druk die ik voelde, aan de uitputting van het schrijfproces – maar toen de roman verscheen bleef de brede opklaring, de grote ommekeer, uit. Het idee dat mijn gemoed slechts afhankelijk van mijn werk was, bleek naïef.

Hoe goed het ook gaat in mijn leven, er worden in mijn hoofd non-stop negatieve gedachten aangemaakt. Mijn hersenen lijken wel geradicaliseerd, zeg ik tegen de dokter, er is een constante focus op wat níét goed is in plaats van op wat wél goed is.

Een koor dat in canon rampvoorspellingen scandeert, een schimmel die alles overwoekert, gedachten die ontstoken zijn en etteren – tig metaforen heb ik verzonnen om het voor anderen inzichtelijk te maken, maar hoe vaak ik het ook beschrijf, het lost niets op, het ­negatieve denken is een mechanisme dat diep genesteld zit. Er zijn angsten, om die angsten te kanaliseren en te controleren ga je anticiperen, je bent voorbereid op het ergste, je probeert je eigen teleurstelling en verdriet voor te zijn.

Ik ken genoeg mensen die altijd een half­leeg glas hebben. Vanuit dat hardnekkige voornemen niet zó iemand te zijn, ontstond de laatste maanden een krampachtige tweedeling tussen mijn innerlijke pessimistische grondtoon en de steeds vrolijkere woorden die ik hardop uitsprak, omdat ik me geneerde voor mijn zwaarte: ‘Kijk R., hoe prachtig deze gevel is!’ (jammer dat straks de waterspiegel stijgt en alles kapot gaat, heel de wereld in de fik, en ja, hup, weer een vliegtuig in de lucht), ‘zo lief, die meneer met zijn hondje!’ (wat als R. doodgaat, dan ben ik waarschijnlijk nog maar vijftig en wat doe ik dan met zijn bril, laat ik die dan twintig jaar lang op het nachtkastje liggen?), ‘mm, Starbucks-­koffie!’ (belastingontduiking), ‘wat een paradijsje is Brussel toch!’ (ik trek R. weg uit zijn geliefde Amsterdam, jezus, wat doe ik hem aan?), ‘ik ben twee keer meter geworden dit jaar, toch echt bijzonder!’ (dat doen ze uit compassie omdat ik vast nooit kinderen ga kunnen krijgen), ‘zoveel mooie reacties van lezers!’ (ik ben de McDonald’s van de literatuur).

Ik weet vrij zeker: het negatieve is niet waar, het is angst die zich vermomt als waarheid, toch is het onmogelijk er geen rekening mee te houden. Daar heb ik gedurende enkele maanden een beetje hulp bij nodig. Een koor met een vrolijker repertoire, een anti­schimmel­product, een mentale ontstekings­remmer. Dat ik me weer wat beter ga voelen, in plaats van dat ik mezelf steeds moet voorhouden dat ik het ben.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234