Woensdag 24/07/2019

Column

Mijn hamburger vol tragiek smaakt naar medelijden, woede en droefheid

Ann De Craemer is dit jaar de gastcolumniste van het literaire luik van Theater aan Zee, het tiendaagse theaterfestival in Oostende. Ze vertelt hier elke dag haar verhaal. Gisteren vroeg Theater aan Zee haar om een column voor te lezen die ze vorig jaar voor de papieren versie van De Morgen schreef. We geven hem hieronder integraal.

Wanneer gisteren na een lange wandeling de honger me een snoeiharde dreun verkoopt, stap ik een hamburgertent binnen voor een snelle hap.

Omdat er een beklemmende hitte hangt, kies ik voor een plaats bij het raam. Tegenover mij zit een man met twee kinderen. Links van hem ligt een baby te slapen. Aan zijn rechterkant weent een meisje van een jaar of vier onophoudelijk. "Ik heb h-oooo-nger, papa!"

Ze krijgt geen gehoor en zet haar keel dan maar wijder open. Dat is zeer tegen de zin van haar vader: hij grijpt zijn dochter hardhandig bij de arm. "Godverdomme, ga je nu bijna stoppen met zagen en bleiten, gij onnozele truntemie! Strontbeu ben ik jou!" Het meisje huilt nog luider en maakt daardoor haar slapende broer wakker. "Miljaar," zegt de vader, "ziet ge dat nu, nu begint die andere bleiter ook al!" Hij steekt zijn wijsvinger dreigend in de lucht. "Ge moet zwijgen of ik moet jullie niet meer hebben! Ik ga jullie alletwee in de zee smijten, verdomme, hoor je mij!"

Net op dat moment komt de moeder aangelopen met een dienblad vol frieten, hamburgers en cola. "Wat scheelt er nu weer allemaal?" zucht ze. Intussen is het meisje gestopt met huilen: ze kan eindelijk eten en is druk bezig het plastic velletje van een potje mayonaise te halen. "Wat er scheelt, godverdomme!" antwoordt de man. "Ik zal het u zeggen! Dat die twee hier heeltijd zitten te janken! Een mens zou van minder zot worden!" De vrouw, zwanger van een derde kind, gaat lijdzaam neerzitten. De baby huilt nog steeds. "Sssssht," zegt ze, "ik ga je straks wel pakken" - en zo opgejaagd als maar kan propt ze de ene na de andere friet in haar mond. Haar dochter heeft moeite om de folie van haar hamburger te futselen, maar dat merkt niemand op.

"Ik word hier nerveus", zegt de vader, "ik ga een sigaret roken." Hij beent naar buiten. De vrouw vecht tegen haar tranen. Terwijl de man staat te roken, zie ik hoe het meisje de helft van haar cola over haar stoel morst. Meteen bespeur ik angst in haar ogen: ze blijft versteend staren naar het beekje frisdrank dat over de grond stroomt. Ze werpt een blik naar haar moeder, die bezig is de baby te troosten.

"Miljaarde, ge meent het niet!" zegt de vader wanneer hij opnieuw naast zijn dochter plaatsneemt. "Wat heb je nu weeral zitten brielen!" Hij neemt een servet en trekt het meisje van haar stoel.

"Godverdomme," richt hij zich tot zijn vrouw, "ik had u toch gezegd dat we beter thuisgebleven waren! Ik ben hier al heel de week geen seconde op mijn gemak." De vrouw vecht opnieuw tegen tranen. "Ja, lap, gij gaat nu ook beginnen bleiten! Kom, we zijn weg!"

Mijn hamburger smaakt naar medelijden, en woede, en droefheid, en naar de gedachte dat er mensen zijn die er nooit zullen in slagen te begrijpen wat het woord 'vakantie' betekent, en nog minder 'liefde'.

Beeld Eric De Mildt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden