Woensdag 17/07/2019

Column

Mijn adem stokte. Onbewust had ik blijkbaar toch gehoopt dat ze even hier zouden komen wonen

Hilde Van Mieghem. Beeld Bob Van Mol

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Mijn dochter en haar man hebben een huis gekocht. Eindelijk, kan je wel ­zeggen: ze zijn al meer dan twee jaar op zoek en altijd was er wel weer iets dat het in de weg stond.

Soms vonden ze het te koop staande huis niet allebei leuk. Bij huizen is het nu eenmaal zo dat de energie ervan je meteen moet bevallen, je moet je er onmiddellijk thuis voelen, je moet het gevoel hebben dat het je roept: ‘Koop mij, ik ben van jou, zie je dat dan niet? Van bij de eerste steenlegging was ik eigenlijk voorbestemd voor je. Waar bleef je zo lang?’

Maar heel wat van de huizen die ze zagen riepen helemaal niets, of het werd slechts door een van beiden ­gehoord. Andere huizen waren te duur, of te vervallen, of in de foute buurt, of te ver van scholen en werk vandaan, of net voor hun neus aan een ander verkocht. Maar meestal was het vooral het eerste: te duur. Veel te duur.

Ze hadden tien jaar lang op een ­veredeld studentenkot gewoond, en zolang ze met hun tweetjes waren kon hen dat niet veel schelen. Lekker goedkoop en voor veel meer dan ­slapen en af en toe eens een vrije dag doorbrengen werd het niet gebruikt. Ze waren steeds aan het werk of het scheelde niet veel.

Maar vanaf het moment dat Gloria, mijn kleindochter, op komst was, werd een heus nest belangrijk. Dat eerste levensjaar, tot daar aan toe, maar eens zo’n kind begint te lopen moet het echt wel ruimte hebben.

Oneindig veel keren kreeg ik een berichtje: mama, kom je mee kijken, we hebben misschien iets dat in aanmerking kan komen. Het feit dat ze mijn advies wilden, was eigenlijk al genoeg om te weten dat het huis hen niet riep.

Het verwonderde me dan ook niet dat ik zonder geraadpleegd te worden plots een reeks fotootjes toegestuurd kreeg van een overigens prachtig en romantisch huis met de vreugdevolle uitroep: We hebben dit huis gekocht!
Maar toch stokte mijn adem even. Onbewust had ik blijkbaar toch gehoopt dat ze, al was het maar tijdelijk, even hier zouden komen wonen.

Mijn dochter had zo vaak uitgeroepen dat ze gek zou worden als ze volgende zomer niet eindelijk een eigen stek zouden hebben, dat ik had voorgesteld om tijdelijk hier in te trekken vanaf april, tot ze iets gevonden hadden. Het zou perfect gekund hebben, ik zou zolang op de eerste verdieping gaan wonen en zij konden dan de ­kelder en het gelijkvloers met tuin ­betrekken. We hoefden elkaar niet voor de voeten te lopen en het had voordelen: een babysit in huis ­wanneer ze maar wilden.

Aarzelend hadden ze gezegd dat ze het misschien wel zouden overwegen als ze echt, écht niets gevonden ­hadden.

Maar ze hebben iets gevonden en zijn best opgelucht, geloof ik. Loslaten is de boodschap. Wie wil er nu ook met man en kind opnieuw bij zijn moeder gaan wonen?
Of omgekeerd?

Daarvoor ben ik nog lang niet ­‘kangoeroe’ genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden