Vrijdag 15/11/2019
Beeld DM

Column Ivo Victoria

Mexican death party met bloemen en tapa’s

Ivo Victoria is schrijver. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Eén en twee november: drukke dagen voor wie naar de Boekenbeurs wil of chrysanten verkoopt. Zes jaar geleden vertoefde ik rond deze tijd voor een schrijversresidentie in Pittsburgh, USA. De lokale gastheer vroeg of ik zin had om mee te gaan naar een Mexican death party. Dat klonk alsof ik zou worden ontvoerd naar een uithoek van de stad, alwaar zich in een groezelige kelder een duister ritueel zou ontvouwen met behulp van maskers, kettingen, lederen zweepjes, eeuwenoude Azteken-magie en oorverdovende speedmetal waarop woest zou worden gedanst. Kortom, ik zei onmiddellijk ja.

Twee weken eerder was ik naar Pittsburgh vertrokken. Terwijl ik op Schiphol de tijd doodde, werd ik door een schrijversvriend gebeld. “Heb je het gehoord van Thomas Blondeau?”

De Mexican death party bleek plaats te vinden in een keurig huis in een keurige buurt, alwaar een sympathiek Mexicaans koppel de Día de Muertos (Dag der Doden) wenste te vieren. De gastvrouw had heerlijk gekookt. De gastheer ging minzaam rond met drank. Centraal in de woonkamer was een klein altaar ingericht waarop foto’s van overleden geliefden stonden te midden van bloemen, tapa’s en glazen rode wijn. 

Geanimeerde gesprekken

Er had zich een bont gezelschap verzameld – ik sprak een Chileense fysiotherapeute, een medewerkster van de Deense ambassade in Washington, een Argentijnse biologe, een Amerikaans kunstenaar – maar iedereen werd verbonden door het onvermijdelijke. De gesprekken verliepen geanimeerd en gingen soepel in elkaar over; we deelden herinneringen aan wie ons dierbaar was geweest maar zich nu aan de overzijde bevond. 

Een Mexicaanse vrouw kijkt naar een altaar voor de doden. De Día de Muertos wordt in Latijnse kringen uitbundig gevierd. Beeld AFP

We lachten om de calaveras, een soort grafschrift-parodieën in de vorm van een gedicht, die de gastheer bij het altaar declameerde en proostten aansluitend op de doden met wie hij liefdevol had gespot. Aan het eind van de avond werd er gedanst. Niet op speedmetal maar op feestelijke Zuid-Amerikaanse orkestmuziek.

Typisch het soort gelegenheid waarop Thomas Blondeau zou hebben gefloreerd met de erudiete nonchalance die hem eigen was. Ook Menno Wigman en F. Starik, twee andere collega’s die niet zo lang geleden te vroeg het loodje legden, zouden wel raad hebben geweten met het bedenken van een elegante calavera – om van de dranken en spijzen nog maar te zwijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234