Dinsdag 07/12/2021
Marnix Peeters. Beeld DM
Marnix Peeters.Beeld DM

ColumnMarnix Peeters

Met een tempo van één prentje per week werd mijn Panini-album een armzalig project

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Toen Wilfried Van Moer stierf, haalde ik mijn oude Panini-albums uit het rek. Ik heb er drie: van 1975, 1976 en 1977. Wij waren een arbeidersgezin, de albums zijn verre van compleet. Op de bladzijde van Beringen FC ontbrak uitgerekend het prentje van Van Moer.

Ik vertelde mijn vrouw over mijn Panini-trauma.

Elke zaterdag kocht mijn moeder bij de rondrijdende bakker een Expobrood. Dat was een veredeld wit brood dat wij graag lustten. Je kreeg er een Panini-prentje bij, verpakt in een papieren zakje, en bij het begin van het seizoen een leeg album om ze in te kleven. Zo is mijn verzameling ontstaan.

Met een tempo van één prentje per week werd het een armzalig project. Geld om er bij te kopen had ik niet, en dan had ik ook nog eens pech: ik kreeg er eentje dubbel.

De bakkersvrouw zag mijn teleurstelling en opperde dat ik mijn dubbels maar eens moest komen ruilen met haar zoontje, een verwoed verzamelaar.

De woensdag erop reed ik per fiets naar de bakkerij, met mijn kostbare sticker. Ik had niet durven zeggen dat ik er maar één had – ik schaamde me voor onze schamelheid.

Het bakkerszoontje had een vuistdik pak dubbels, met een grote elastiek eromheen, en keek me verwachtingsvol aan. Ik stond daar met mijn ene prentje (dat hij overigens al had), en loog, mijn zakken aftastend, dat ik de rest onderweg verloren moest zijn.

De arbeidersklasse was toen nog uit échte schabberigheid opgetrokken, zei ik. Wij hadden als kind, op een fiets na, werkelijk níéts, en wij geneerden ons daar soms wel voor. In elk geval was je je zeer bewust van je plek: hogere ambities kwamen in onze hoofden niet op. Je leven week in je gedachten niet af van dat van je vader, die je elke ochtend op zijn rijwiel naar de kolenmijn zag vertrekken en om kwart voor vier zag terugkeren, waarna er warm werd gegeten en hij de arbeid in de tuin aanvatte. Wij aten wat de seizoenen voortbrachten. Dat is allemaal nog niet zo lang geleden. Ik was al een flinke tiener, toen de eerste supermarkt in onze buurt de deuren opende.

Dat kun je je haast niet meer voorstellen, zei mijn vrouw, die zestien jaar jonger is dan ik en die met auto’s en kleurentelevisies is opgegroeid.

Los van die gebeurlijke gêne had ik nooit het gevoel dat ik iets miste, zei ik. Het leek een logische orde, een voorgeschreven en onontkoombaar recept. Je werd ook niet verward door keuzestress: je deed gewoon wat je dacht dat goed was, en je zag dan wel waar het allemaal naartoe ging. Als het regende werd je nat.

Grijsaard, zei mijn vrouw lachend.

Ik verlang er geenszins naar terug, zei ik. Ik word niet overmand door heimwee. Ik moest vrede nemen met een onvolledig Panini-album, en dat was allicht niet eens zo erg. Hoewel het toch wel wat moet hebben geschrijnd: het jaar erop gapte ik nu en dan twintig frank uit de portemonnee van mijn moeder, om prentjes bij te kunnen kopen. Dat zie je aan dat album met Van Moer: dat was voor driekwart vol.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234