Vrijdag 06/12/2019

Opinie

Meneer Jambon, begrijpt u dat u in enkele weken tijd een hele generatie artiesten hebt weten te ontmoedigen?

De Vlaamse cultuursector riep op 12 november verzamelen geblazen in de Brusselse Beursschouwburg, om het verzet te organiseren tegen de besparingen van minister Jambon. Beeld BELGA

Kris Cuppens is acteur, theatermaker en docent in het hoger kunstonderwijs.

Geachte heer Jambon, 

Met verbijstering stel ik de gevolgen vast van uw demarche om te besparen op de projectsubsidies. Afgezien van de rechtstreekse schade is de collateral damage nauwelijks te overzien. Wat u teweegbrengt bij jonge studenten in het hoger kunstonderwijs noopt me tot dit schrijven.

De ontwikkeling van een achttienjarige tot een artiest die zich staande kan houden in het landschap, is niet voor de hand liggend en vraagt inzet en toewijding. Zowel van de docent als van de student die de noodzaak voelt om deze weg te gaan. Het begint al met de niet evidente uitspraak: ‘Ik wil kunstenaar worden.’ Diegene die ervoor kiezen, zijn alvast gemotiveerd. Ze weten dat het niet makkelijk zal worden, maar hebben de kracht en het geloof van de jeugd, en voelen zich ‘geroepen’.

Vervolgens wordt er keihard gewerkt. De kunstenaars van morgen willen straks immers goed beslagen op het ijs komen. Zij willen bewijzen dat de investering die de samenleving doet, gerechtvaardigd is. Zij willen ook hun rechtstreekse achterban, ouders en oud-leraars, bewijzen dat ze de juiste keuze hebben gemaakt.

Wij, docenten, proberen ze vertrouwen te geven, en de ruimte, waar zij veilig tot artistieke wasdom kunnen komen, te vrijwaren. De onzekerheid over hun eigen kunnen en artistieke waarde is immers groot. Hun huid is nog niet ingedikt. De artistieke massa nog embryonaal. En de weg naar de eigen artistieke output grillig. Vervolgens proberen wij ze te wapenen, met zakelijk inzicht, met communicatie-skills en kritische inborst. En dan zijn ze ‘meester’, en ‘klaar’ – al ben je dat laatste nooit helemaal – maar alleszins vol goesting om eraan te beginnen.

Want straks zullen zij mee bouwen aan het verbindende verhaal dat cultuur schrijft, en dat mensen samenbrengt. Zij zullen standpunt innemen t.a.z. van het tijdsbestel waarin zij leven. Zij zullen dat tijdsgewricht gestalte geven. Zij zullen zichzelf en hun verbeelding ten dienste stellen. Zij zullen met andere woorden bouwen aan de gemeenschap waaraan u zoveel belang hecht, en waarvan wij met zijn allen deel uitmaken.

Het is dan ook vreemd dat hun eigen minister van Cultuur zich zo vijandig opstelt. Dat hij die ons werk van optillen, vertrouwen en uitnodigen zou moeten verderzetten, die deze mensen welkom zou moeten heten, de indruk wekt dat deze veelbelovende jonge mensen niet gewenst zijn. Dat ze ‘profiteurs’ zijn, ‘subsidieslurpers’, niet bekwaam om ‘schoonheid’ te onderkennen en te dom, te onbekwaam om ‘zelfbedruipend’ te zijn.

Begrijpt u dat uw demarche door hen als vijandig, zelf als kwaadaardig wordt ervaren? Begrijpt u dat u erin geslaagd bent om in enkele weken tijd een volledige generatie van artiesten van u te vervreemden en te ontmoedigen? En dit voor lang nadat u ambtstermijn voorbij zal zijn? Begrijpt u dat u erin geslaagd bent om niet alleen hen, maar ook hun medestanders, hun docenten, hun ouders en toekomstig publiek te schofferen? Begrijpt u dat u erin geslaagd bent om hen bij voorbaat al uit te sluiten uit de gemeenschap waar ook zij hun creatieve en constructieve bijdrage aan hadden willen leveren? En dat u bijgevolg van potentieel talentrijke en enthousiaste medestanders fervente tegenstanders hebt gemaakt?

Hoe zal je zelf, als zoekende achttienjarige, alsnog de keuze voor een artistieke opleiding durven te maken? Hoe kan je in zulk een klimaat je ouders, je achterban overtuigen om in jou te geloven, en te investeren als de minister van Cultuur dat al niet wil?

Wat een immense druk. Want mislukken is immers geen optie. Terwijl mislukken juist inherent is aan het vak om tot volle ontplooiing te kunnen komen?

Ik hoop dat deze jonge mensen zich niet laten ontmoedigen. Ze zijn immers talentrijk en erop gebrand het beste van zichzelf te geven. Telkens opnieuw ben ik als docent getuige van het wonder: hoe jonge mensen zichzelf optillen tot de artiesten van morgen. Het is aan u om dat aanstormende talent de mogelijkheden te geven om straks deel uit te maken van een bruisende gemeenschap. Een gemeenschap die vol vertrouwen in de spiegel durft kijken. Een gemeenschap die niet stilstaat, maar beweegt, die niet achterom, maar vooruitblikt. Een gemeenschap die haar jonge kunstenaars omarmt en kansen geeft. Dat is de gemeenschap waarin ik wil wonen leven en werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234