Dinsdag 15/10/2019

Opinie

Meer straatnamen voor vrouwen graag

Selma Franssen Beeld RV Sarah Van Looy

Selma Franssen is chef redactie van Charlie Magazine en freelance journalist.

Deze zomer was ik twee weken in Parijs. Overal waar ik kwam, zag ik grande dame Simone Veil. De hele stad hing vol met posters met haar gezicht en de tekst 'merci Simone'. Onlangs werd de Parijse metrohalte Europa omgedoopt tot Simone Veil. Op 1 juli is Simone Veil vanwege haar verdiensten bijgelegd in het Panthéon, een monument in het Quartier Latin.

Aan de ingang van het Panthéon hangen voor die gelegenheid borden die Veils levensloop vertellen. Hoe ze op haar zestiende gedeporteerd werd naar Auschwitz en waar ze haar ouders en broer verloor. Hoe ze overleefde en een indrukwekkende carrière begon als magistraat, minister, eerste vrouwelijke president van het Europees Parlement en academica. Hoe het haar in 1975 lukte om als Minister van Gezondheid, tegen de wil van haar eigen politieke kamp in, abortus uit het strafwetboek te halen en zo veilige abortus toegankelijk te maken voor Franse meisjes en vrouwen.

Het was een verademing om te zien hoe Parijs Simone Veil publiekelijk omarmt, maar het legt meteen een probleem bloot. De erkenning die Simone Veil te beurt valt, blijft een uitzondering. In het Panthéon vinden naast Simone Veil slechts vier andere vrouwen een rustplaats. Je vindt er vooral 'grands hommes', 72 in totaal. En inclusief de Simone Veil-metrohalte zijn slechts 6 van de 303 metrohaltes in Parijs naar vrouwen vernoemd.

De namen van straten en herkenningspunten vertellen een verhaal over onze geschiedenis en wie daar een belangrijke rol in speelde. Het is een manier om prestaties zichtbaar te maken en eer te betonen. Maar in veel steden zou je kunnen rondwandelen en denken dat er nooit een vrouw gewoond heeft, of dat vrouwen niets bijdragen aan de samenleving. Er zijn nauwelijks straten of herkenningspunten naar vrouwen vernoemd.

Dat geldt niet alleen voor Parijs, waar slechts 2,6 procent van de straten de naam van een vrouw draagt – vaak ook nog eens een echtgenote of dochter van een bekende man. In onze eigen hoofdstad is 22 procent van de straten naar een man vernoemd en 3 procent naar een vrouw. Van de 54 Brusselse metrostations verwijzen er maar vier naar een vrouw: twee koninginnen, een prinses en een heilige.

Vorige maande diende Brussels parlementslid Fatouma Sidibé (DéFi) een ontwerpresolutie in om meer straten in Brussel naar vrouwen te vernoemen. En de Brusselse wijk aan Tour & Taxis krijgt, met dank aan crowdsourcing, naast straten die Ceci n’est pas une rue en Frietgang heten, ook een Chantal Akermanstraat en Isala Van Dieststraat.

Het is een begin. Vrouwen en mensen van kleur hebben altijd deel uitgemaakt van onze steden en bijgedragen aan de maatschappij, maar dat zie je niet terug in het straatbeeld. Het rechttrekken van die historische ongelijkheid gaat ongelofelijk langzaam. Het hernoemen van bestaande straten leidt al eens tot weerstand en protest. Dus wordt er meestal gewacht op nieuwe straten en metrostations. Die worden zelden in een stadscentrum aangelegd. Als er zich dus een kans voordoet om een straat of metrostation te noemen naar een vrouw, is dat zelden op een prominente plek.

Het lijkt misschien een non-issue. Is straatintimidatie niet een veel belangrijker probleem voor vrouwen in de publieke ruimte? Wie ligt er nu wakker van een straatnaam zolang vrouwen op straat kans lopen om nageroepen te worden of erger? Ik in elk geval wel. Want het vernoemen van straten gaat straatintimidatie inderdaad niet stoppen, maar beide zaken hebben wel met elkaar te maken. Het niet erkennen van de verdiensten van vrouwen in de publieke ruimte bevestigt het idee dat vrouwen minder waard zijn dan mannen en ook zo behandeld mogen worden. En wie zich minder veilig en vrij voelt in de publieke ruimte heeft minder kansen om te denken, te dagdromen, te zien, te ontmoeten en te bereiken. Kortom: minder kansen om een indruk na te laten op de geschiedenis, die ooit kan leiden tot een vermelding op een straatnaambordje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234