Woensdag 21/08/2019

Column

Marnix Peeters neemt afscheid van zijn moeder: "Zoals veel moeders was zij de beste van de wereld"

Beeld Bob Van Mol

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters (°1965) over vrijheid, vogels en zijn vrouw. En vandaag over zijn moeder, die eerder deze week overleed.

Haar naam was Bertha. Sommigen noemden haar Bertje, allicht omdat Bertha klinkt als een Duits kanon, en zij was frêle, zo frêle.

Zoals veel moeders was zij de beste van de wereld. Niet de slimste of de grappigste, gewoon de beste. Zij was verpleegster, en zij werkte deeltijds. Op woensdagmiddag fietste ik na schooltijd langs het ziekenhuis waar zij werkte, en dan fietsten wij samen naar huis. Als er in het ziekenhuis iemand gestorven was, mocht ik van haar naar het lichaam gaan kijken, dat wilde ik graag. Ik stond op de tippen van mijn tenen, vol angst, over de rand van een ­ziekenhuisbed te pieren naar de magere witte man die daar lag – in mijn herinnering waren het altijd magere witte mannen.

Zij deed voorts niet veel speciaals. Zij las geen boeken. Zij hield niet van verre reizen. Zij vond spaghetti al heel raar. Zij heeft haar hele leven lang een abonnement op de
Libelle gehad, en toen ik op mijn vijftiende de Humo wilde, zei ze verbaasd: wij hebben toch al een boekske?

Wij hebben eens een half jaar niet met elkaar gesproken. Dat kwam zo. Ik had een dwaas, druk leven, ­nerveus en al, en als ik haar belde, bijvoorbeeld om half­twaalf ’s middags om te zeggen dat ik nog langs­kwam, dan zei ze steevast: zedde gij al wakker? Op den duur werd ik daar horendol van. Ik zei: moeder, ik heb het kankerdruk, ik slaap echt niet tot de middag, en de volgende keer als ik belde zei ze: ah, al wakker? Ze snapte het niet, en ik snapte het niet. Het werd een raar half jaar, niet voor herhaling vatbaar.

Zij kende veel emoties, maar zij wist niet hoe ermee om te gaan. Toen op mijn zestiende mijn schoolvriend Bart zich verhing, verstijfde zij in mijn radeloze omhelzing. Toen mijn vader kanker kreeg en aan een zijden draadje hing, weerde zij mij ongemakkelijk af in de ziekenhuisgang waar ik met mijn verdriet geen blijf wist. Dat is allemaal niet zo heel erg. Het is misschien jammer, want emoties zijn mooie dingen waar je veel aan kunt hebben. Het is nu zo.

Beeld RV Helena Pelsmaekers

Zij was heel opmerkzaam. Zij zat naast mij in de auto, en dan wees ze en zei: daar, een kerkske. Daar, die kletskop. Ik zei: moeder, uw zoon is ook een kletskop, en dan keek zij naar mij en zei ze: dat is anders.

Daar, die bloemen, zei ze dan.

Ik weet niet of zij echt een goed leven heeft gehad. Zij heeft gedaan wat zij moest doen en zij deed dat met veel toewijding. Zij heeft nooit buiten de lijntjes gekleurd en heeft nooit iets écht geks gedaan, denk ik. Ik denk dat zij een goed mens was, zonder daar hard in te overdrijven. Overdrijven deed zij nooit.

Zij is deze week gestorven, en zij is niet meer voor herhaling vatbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden