Dinsdag 20/08/2019
Beeld rv

Column Hugo Camps

Mannen in korte broek en sandalen horen gestenigd te worden

Dissidentie mag ook. Onder die vlag vaart Hugo Camps op donderdag.

Hittegolf of niet, de herfstblues is er altijd. De zomer is mij te veel een dampende frietketel: alles op zijn hoogste. En ook nog op zijn lelijkst. Het hele stadsbeeld is zijn geheimen kwijtgespeeld. Alle einders zijn vlezig geworden.

Kijk alleen het misverstand van blote armen. Kwabben hoor je net zo goed te verbergen als Biafra-armpjes. Laat het een detail zijn, de zomer is geen ode aan de mensheid. We leven als een opgevoerde brommer. Terrashaast, zwemhaast, dinerhaast, ijsjeshaast. De zon bepaalt het tempo van het zijn, en dat gun ik die koperen ploert niet.

Mensen zijn bang iets te missen bij mooi weer, het is de omgekeerde wereld. De stoeten op de boulevards van de kust zijn een kluwen. Terwijl iedereen een zee van tijd heeft, ontstaat hitsigheid en gejaagdheid. Wellicht een gevolg van territoriumdrift – de jacht op het beste plaatsje van strand en terras. We zijn halvelings ontkleed, maar ontvouwen ons niet. De zomer is een groot bedrog.

Laatst stond een geliefde voor haar garderobe. Verlangend keek ze naar de herfstkleren die ze zich net had aangeschaft. Ze wou graag meteen in het leren jasje van Jil Sander springen. “Want dan zie je dat de schoonheid van een vrouw begint in de rug.” Ze verlangde naar kasjmier. Eerder hoorde ik haar zeggen: alleen gebroken naakt is mooi. Naakt wordt pas naakt bij lichte aankleding.

De zomer maakt zichzelf lelijk. De vestimentaire verwildering is een esthetische aanslag. Mannen in korte broek en sandalen horen gestenigd te worden. Vrouwen in sponsachtige vodden zijn niet om aan te zien. De zomer heeft geen streep gala. Alleen al daarom is de schreeuw naar herfst verlossend. Het veilige gevoel van een stukje stof op je huid als Wiedergutmachung.

Lawaai is het grote kwaad van de zomer. Ik heb altijd het gevoel dat ik me in een soldatenkantine heb begeven. In een trommelvuur van kreten en bevelen, daartussen veel kindergekrijs. Waar het nooit eens stil wordt, is het leven niet te harden. Zeg dat op volgepakte terrassen en in pannenkoekenhuizen. Luidruchtig consumeren lijkt de voorkant van de pret.

Ik ben een Klara-fan. Alleen versterft de zender in de zomer in ketelmuziek. Je hoort de stilte niet meer, de ingehouden adem is weg. Klara weent alleen nog om haar eigen deftigheid in het geraas en kabaal van de hossende menigte. De zomer is een dief van geborgenheid. Alles is nu publiek, alles moet op straat. Ook daarom kunnen vallende bladeren beter een beetje haast maken. Om ons mede toe te dekken.

Terrasconversaties doen het meeste pijn aan de oren. De eindeloze luchtigheid leidt tot een laatste verzuchting: stop de wereld, ik wil eraf. Het uitwisselen van vakantiekiekjes is het allerergste. De opwinding die dan ontstaat, de imperatieven van schoonheid en genot die worden rondgeslingerd – mijn hemel.

Van alle seizoenen is de zomer het meest vervreemdend. Om je zelf nog een beetje te herkennen moet je het huis invluchten. Alles van het leven is buitenkant geworden. Het paradijs is een plas water. Vakantie is als religie, een ritueel van geloof voor een illusie. De illusie van gelukkig zijn in een barbarij.

Strijk het sjaaltje even op, leg de sokken maar weer klaar, vouw in de broek graag: ik snak naar herfst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden