Vrijdag 15/11/2019

cultuursubsidies

Mag een overheid dan geen beleid voeren om onze waarden te beschermen, meer zelfs, te versterken?

Beeld uit de voorstelling 'Dit zijn de namen', een bewerking van het gelijknamige boek van Tommy Wieringa door NTGent. Beeld NTGent

Bart Caron is Vlaams parlementslid (Groen)

Gisteren preekte Andreas Tirez vanop een hoge kansel tegen subsidies voor kunstenaars (DM 29/4). Niet alleen een extreem-liberale opvatting, maar ook een stuk met kromme redeneringen. Hij verzet zich met name tegen overheidssubsidies voor kunstenaars. Hij vindt de stelling van Bart Eeckhout dat kunst en cultuur mensen een beter Leven laat leiden, paternalistisch (DM 28/4). Zijn betoog is pas paternalistisch: subsidies zijn overbodig omdat slechts een beperkt deel van de bevolking geïnteresseerd is in kunst en cultuur.

Alom leggen politici en academici in onze onzekere tijden, tijden van economische aarzeling, toenemend geweld en onverdraagzaamheid, de nadruk op het belang van waarden, de waarden van de liberale democratie. Liberaal niet in de partijpolitieke betekenis, maar verwijzend naar ons samenlevingsmodel. We moeten onze waarden versterken. Hoort het beoefenen van en deelnemen aan de kunsten daar niet bij misschien? Of moet een samenleving leeg zijn? Mag een overheid dan geen beleid voeren om onze waarden te beschermen, meer zelfs, te versterken? Zijn dat geen bouwstenen voor wat wij gemeenzaam 'beschaving' noemen, inclusief kunst- en cultuuruitingen?

Er zijn meer redenen. Gezondheidszorg, goede wegen, onderwijs én kunst en cultuur, het zijn collectieve goederen en diensten. Die worden door de overheid meegefinancierd, omdat ze nuttig zijn, nodig, zinvol, op economisch en inhoudelijk vlak. Dat ook mensen die niet naar voorstellen gaan, kunstenaars meefinancieren, is juist. Maar zo vreemd is dat niet. Ook wie geen auto heeft moet de snelwegen helpen betalen, ook wie geen kinderen heeft moet het hoger onderwijs meefinancieren, ook wie niet ziek is, betaalt de gezondheidszorg. Dat geldt ook voor dat piepkleine cultuurbudget, trouwens minder dan 1% van het overheidsbudget. Omdat cultuur deel is van de noodzakelijke collectieve diensten.

En dat gebeurt niet willekeurig. Een kunst- en cultuurbeleid steunt op drie peilers: je maakt kunst en cultuur toegankelijk (praktisch en financieel voor alle mensen), je maakt dat die mensen kunnen kiezen waar ze al dan niet aan participeren (je educeert hen) en je maakt dat kunstenaars kunnen creëren en cultuurwerkers kunnen organiseren.

Bart Caron, Vlaams Parlementslid voor Groen. Beeld Groen

En waarom kunstenaars ondersteunen? Als je een divers en gevarieerd cultuur- en kunstenbond wil, en niet alleen populaire cultuuruitingen, dan moet de overheid bijspringen. Vele kunstuitingen zijn niet enkel te financieren zijn met inkomsten uit de markt. Omdat ze vernieuwend (en nog niet populair) zijn, of grootschalig, of anders onbetaalbaar voor het publiek. Als er geen subsidies zouden gegeven worden, dan verdwijnen grote orkesten, theater- en dansgroepen, tentoonstellingen enz. Of wil Andreas Tirez alleen populaire cultuur?

Paternalisme? Wel integendeel. De overheid moet zorgen voor een divers cultuurlandschap, toegankelijk voor zoveel mogelijk vrij en bewust kiezende mensen. Omdat cultuurparticipatie ons inderdaad meer mens maakt, met een grotere persoonlijkere en maatschappelijke gevoeligheid en respect voor waarden. Paternalisme daarentegen is dwingend. Kunst doet nadenken. Is dat niet de kern van een liberale democratie? En net dat niet de reden waarom kunstenaars wel subsidies moeten krijgen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234