Maandag 01/06/2020
Het Muntplein, "een betonplaat waar een soort van fontein het vaker niet dan wel doet".Beeld © TIM DIRVEN

Marc Didden

Lomp, luidruchtig, lelijk en lamlendig

Het zomert in Brussel. Of toch zo goed als. De Brusselaars zijn hun valiezen aan het inpakken en de buitenlanders komen niet meer. Dus is het tegenwoordig nog doodser dan anders in de straten van de hoofdstad. En zelfs op plekken waar het altijd druk is - ik heb het dan bijvoorbeeld over het winkelcentrum City 2 - komt geen mens meer, omdat zich daar anderhalve week geleden en vroeg in de ochtend een dorpsgek ophield die dacht dat hij voor terrorist studeerde.

Hij had, zo bleek al een halfuur en veel politie- en mediavertoon later, ooit in een zeer beschutte werkplaats een cursus 'Creatief met bomgordel' gevolgd en had die nu in de praktijk gebracht door aan de hand van drie zakdoeken, een ons zout en een doos kruimelkoekjes uit de Lidl een soort van bomgordel in elkaar te knutselen.

In wezen had hij op het carnaval van Aalst moeten staan, maar omdat hij wat verward was en geen kei in agendabeheer, stond hij die keer dus plotseling in de Nieuwstraat, te Brussel.

Voor degenen die het niet weten: de Nieuwstraat is iets onwelriekends zoals het darmkanaal van een langoustine dat is. Te mijden dus, wegens vies en smakeloos.

Nu zijn, wat mij betreft, de winkelstraten van alle steden ter wereld sowieso de meest verschrikkelijke plekken van die steden, maar die van Brussel spant qua vulgariteit toch echt wel de kroon. Over die straat, die door veel Vlamingen steevast de rue Neuve wordt genoemd, kan men weinig anders zeggen dan dat ze lomp en luidruchtig is, lelijk en lamlendig.

Als ik aan die Nieuwstraat denk - ik beken dat het me zelden overkomt - dan herinner ik me uit de jaren 50 en 60 toch wel een elegante passage tussen de twee mooie pleinen die Rogier en Munt toen nog waren. Ik herinner me een schier eindeloze rij kwaliteitskleinhandelaren die negotieerden in duurzame reisartikelen, in fijne boven- en onderkleding voor dames, in Britse scheer- en zeepwaren voor heren. Er waren enigszins chique bodega's en dito ijssalons (Au Bouquet Romain!) en als permanente trekpleisters natuurlijk ook gigantische grootwarenhuizen als Le Bon Marché en vooral L'Innovation, zoals we die vroeger alleen maar kenden uit Franse en Amerikaanse films.

Het waren elegante koopfabrieken die ontworpen waren om tempels voor lust en hebberigheid te zijn. Beschaafde kastelen van het kapitalisme, waar iedereen met gedempte stem sprak en wij met onze korte beentjes bijna verdronken in het wollige vasttapijt dat we van huis uit niet kenden, want daar heerste de balatum.

Waar we naar onze favoriete afdelingen 'Speelgoed' en 'Grammofoonplaten' gevoerd werden door blinkende en zoemende roltrappen en soms ook door snel stijgende ascenseurs die ons, vaak met de hulp van een behendige Robbedoes als liftboy, brachten waar we wilden zijn: bij Dinky Toys, bij de laatste single van Paul Anka, bij Sinterklaas en een kwartet Zwarte Pieten, toen dat nog gewoon mocht zonder gezeik en gezeur.

Marc DiddenBeeld Yann Bertrand

Raketbasis in Albanië

Nu ik erover nadenk was die Nieuwstraat toen toch zo'n beetje de slagader van de stad en de facto ook de toegangsweg tot het hart van Brussel voor alle mensen die van 'de buiten' naar hier kwamen via de oude en erg Parijs-achtige Gare du Nord.

Die bezoekers zetten hun eerste passen in de hoofdstad vaak op de plaveien van de statige Place Rogier, nu een wat trieste, kale plek die enorm begint te lijken op de parkeerplaats van een raketbasis in Albanië.

Ook het Muntplein, aan het andere eind van de Brusselse Via Nova, is nu helemaal niets meer. Een plek waar duiven samenkomen om koerend te overleggen waar ze vandaag weer eens zullen gaan schijten. Een betonplaat waar een soort van fontein het vaker niet dan wel doet. Een smoutebollenkraam dat zich gedraagt als de spreekwoordelijke tang op het al even virtuele varken. En dan, op de plaats waar vroeger De Grote Post stond, pal tegenover de Muntschouwburg, dat aartslelijke gedrocht van een gebouw waar de stadsdiensten huizen en zich ook nog een vermoeid en half ondergronds winkelcentrum bevindt.

Ik hoop voor u dat u er nog nooit bent geweest.

Omdat ik stokoud ben en me dus de tijd nog herinner toen dat lelijke Muntcentrum werd opgetrokken, kan ik wel zeggen dat ik er nooit van gehouden heb. Het lijkt ontworpen door een bijzonder middelmatige architect die dan ook nog eens verslaafd was aan de verkeerde drugs. En ik denk dat ik met deze bewering niet ver van de waarheid zit.

Sta mij toe een beetje te twijfelen aan de goede afloop van het renovatieproject dat zich nu voltrekt ter hoogte van dat Muntcentrum.

Men kan nu eenmaal niet zomaar van een kiezelsteen een diamant maken, toch?

Had men niet beter een groot architect aangesproken om op die iconische plek iets van een gebouw neer te zetten dat tegelijk mooi had kunnen zijn én een statement dat het deze stad menens is met het voornemen om eindelijk eens uit de 19de eeuw te stappen ?

Had men daar niet gewoon een park kunnen aanleggen dat het ook al genadeloos verminkte De Brouckèreplein zou verbinden met dat deel van de stad ?

Had men er eens niet over moeten denken dat in dit centrum ook échte mensen wonen en niet alleen morrende middenstanders ?

De neus van Imke

Nu, qua morren hebt u het deze week wel gehad, denk ik.

Laat ik het daarom eens over iets leuks hebben, en wel over het Europees kampioenschap voor voetbalkunst. Terwijl u dit leest, zullen de feiten al gesproken hebben en bevindt de natie zich ofwel in een door de gevolgen van goedkope alcohol aangedreveneuforie, ofwel kampen we met de zogeheten Kater van Rijsel, aangebracht tijdens de 119de minuut van de wedstrijd België-Wales door een man die de naam draagt van een schaapherder uit een stuk van Dylan Thomas, en dan heb ik het over Gareth Bale.

Ik weet niet wat u denkt van al die voetbalhysterie, maar ik kan er best mee leven.

Het is eens iets anders dan feestjes van gespuis waarbij mooie meisjes en jongens die op terrassen rosé zitten te drinken genadeloos neergeknald worden.

Ik weet wel dat al die vermeende voetbaloorlogen in wezen bedenkelijk zijn en veel te maken hebben met donkere en diepe tribale driften, maar wat die gasten doen is soms toch ook gewoon heel mooi en helemaal uit de kunst, nietwaar Radja Nainggolan, Toby Alderweireld, Romelu Lukaku, Yannick Carrasco, Eden Hazard?

Waarvoor hulde.

Terwijl ik de afgelopen weken willens nillens hele en halve dagen voor mijn flatscreen kampeerde, kwam mij weleens de volgende quizvraag aangewaaid: 'Wat is zeldzamer dan een hooggebergte in Nederland?' en ik kwam dan algauw tot het juiste antwoord: 'Een bescheiden sportjournalist!'

Nu is dat een grove veralgemening, dat geef ik toe, en zijn wij bij ons nog gezegend met een ruim handvol puike sportverslaggevers. Maar wat kunnen sommigen onder hen toch zelfverzekerd en belangrijk doen. Ik doel dan op die lui die altijd precies weten hoe je een bal naar doel had moet trappen of op welke wijze een Alpen-rug met succes beklommen moest worden.

Wat kunnen sommigen van die kerels toch met een faux-sérieux-van-heb-ik-jou-daar urenlang doordrammen over wie nu precies centrale verdediger van de Duivels had moeten zijn en wie niet?

En hoe verwaand moet je toch zijn om een voetballer die net van het veld gestapt is, of een renner die vlak daarvoor nog de longen uit zijn lijf heeft gereden, aan een kritisch verhoor te onderwerpen, alsof die een misdaad heeft begaan door één keer een wedstrijd te verliezen.

Eigenlijk bewonder ik de mildheid die door eminente sportlui in de regel vertoond wordt tegenover die mindere persmannetjes die qua ijzeren discipline vooral uitblinken in het dragen van een microfoon.

Waar ik daarentegen wel van houd, is de klare taal waarin oud-voetballers als Franky Van der Elst, Geert De Vlieger, Gert Verheyen, Wesley Sonck en Jan Mulder het Spel der Spelen voor boerkens verklaren.

En ik heb het natuurlijk ook wel voor Imke Courtois. Haar charme, haar taalvaardigheid, haar zin voor humor, haar voetbalkennis.

Een uit de hoogste hemel neergedaalde engel, dat is ze, volgens mij.

Als ik nog één ambitie heb, dan zou dat mogen zijn: het accuraat kunnen beschrijven van het wonder van de neus van Imke.

Misschien iets voor volgende week?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234