Woensdag 26/06/2019
Hans Vandeweghe. Beeld rv

Column Hans Vandeweghe

Liefde voor Ajax

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Je favoriete club, dat is zoals een oud jeugdlief. Soms ben je die uit het oog verloren, vind je dat ze de verkeerde keuzes heeft gemaakt of wil je er een tijdje niks mee te maken hebben, maar ooit komt die dag dat ze terug voor de deur staat.

Dat had ik vorig jaar in augustus met Ajax toen ik haar terugzag. Nu ja, ik keek naar de tv en zij wervelde ergens in Kiev, maar het was alsof ze aan mijn voordeur aanbelde. Dat tienermeisje met die wilde haren en die onbevangen, onbezonnen blik in de ogen. Ik was op slag weer verliefd en ik tweette: “Er staat een nieuw groot(s) Ajax in de steigers. Te volgen in de UCL.”

Voorspellen in de sport en al helemaal in het onvoorspelbare voetbal is vragen om ellende, ten getuige collega Valentijn Driessen van De Telegraaf die voorafgaand aan de return tegen Tottenham op televisie zei dat Ajax bij afwezigheid van Kane maar één speler in de gaten moest houden. Llorente, want die Moura scoort never nooit. Wie scoorde woensdagavond? Moura natuurlijk. Niet één keer, maar drie keer.

Tottenham-aanvaller Lucas Moura viert de winnende goal in de Amsterdam ArenA, woensdagavond. Beeld Action Images via Reuters

Mijn voorspelling had evengoed de mist kunnen ingaan, maar kwam gelukkig wel uit. Meer zelfs, mijn oud lief dat ik zo hartstochtelijk was beginnen beminnen met de verloren Europacup 1-finale van 1969 was vijftig jaar later onweerstaanbaar op weg naar een nieuwe Europese finale. Dat 4-1-verlies van toen tegen het AC Milan van Gianni Rivera en met die ellendige Prati die drie keer scoorde – de Moura van zijn tijd zeg maar – had er zwaar ingehakt.

Nooit uitfluiten

Dramatisch verlies hoort bij het supporterschap. Van Nick Hornby (Fever Pitch) heb ik geleerd dat supporteren moeilijk móét zijn. Het móét pijn doen, het ís afzien, anders is er niks aan. Ik zie ze weleens in het stadion waar ik het meest kom, de successupporters die alleen thuis geven als hun ploeg wint. Neen! Je mag mopperen, zelfs kankeren, een enkele keer wat roepen en ook wel vervloeken, maar nooit uitfluiten en ook niet wegblijven als het wat minder gaat.

Supporteren is lijden, met heel af en toe een climaxje dat je laat hopen op meer maar waarna je beseft: zo mooi wordt het nooit meer. 

De liefde voor Ajax begon voor mij, gekluisterd aan het transistorradiootje, met heel veel verdriet om die verloren finale. Twee jaar later volgde de eerste climax, en dan nog een en dan nog een. Om dan alles weer te verliezen in de finale van de worldcup van 1974, waar het geraamte van Ajax met Rinus Michels, dé coach die van Ajax het ultieme voetbalinstituut maakte, die ellendige Duitsers vergat in te maken.

Ajax-fans ontsteken rookbommen voor het stadion. Beeld AFP

Dik twintig jaar later was er dan de vierde Champions League-titel met die punter van de piepjonge Patrick Kluivert vijf minuten voor tijd. Dat was in Wenen tegen dat vervelende AC Milan van die corrupte Berlusconi en de wraak was zoet. Twee jaar later en nog eens een verloren finale en een halve Europese finale verder, zat ik met mijn 15-jarige zoon in de Amsterdam ArenA voor de uitwuifwedstrijd van Louis van Gaal. Een paar jaar eerder was hij ook al eens van de partij toen ik een reportage ging maken op Voorland, het jeugdopleidingscentrum dat paalde aan het oude De Meer-stadion. Dat zal een gendefect zijn, erfelijk in elk geval. Ik had het van mijn vader en hij heeft het van mij.

Leegroof

Dit jaar nam Ajax de maat van de slechtste – in de morele betekenis van het woord – ploegen uit de Champions League: het fascistencollectief Real Madrid en Juventus, bekend van omkoping en doping. De 21ste-eeuwse provo’s van Amsterdam bestormden onbevreesd Europa. In Londen in die halve finale tegen Tottenham was het al wat minder, maar toch weer 0-1, in Engeland, het hol van de rijkste der voetballeeuwen. Het geluk zat mee en dat mocht ook weleens.

Dan de return afgelopen woensdag: 2-0 aan de rust, 3-0 opgeteld. Nog 45 minuten gallery play als voorspel op een finale Ajax-Barcelona, drie jaar na de dood van hun beider geestelijke vader, Johan Cruijff. De voetbalgoden waren de godenzonen gunstig gezind. Tot die dramatische minuut 96 en – de journalist gaat nu boven de supporter – die niet geheel onverdiende 2-3.

De teleurstelling is groot bij Hakim Ziyech en co. van Ajax na de uitschakeling in de Champions League. Beeld ANP

Tien jaar geleden stelde ik op een congres in het Feyenoord-stadion dat geen enkele Nederlandse club ooit nog de finale van de Champions League zou halen, laat staan winnen. Ik werd net niet uitgelachen. Jammer maar helaas, toch gelijk gekregen. Dit Ajax wordt nu leeggekocht en nooit nog zal daar in Amsterdam op De Toekomst een stel jonge jongens onopgemerkt en onverhoopt samen kunnen groeien en Europa overdonderen.

Ik heb drie clubs waarvoor het hart sneller gaat slaat: Ajax, FC Barcelona en AA Gent. De voorbije week doet alvast denken aan die in mei 1969. Genoeg voetbal voor dit seizoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden