Zondag 18/08/2019

Het grote psychiatrierapport

Lezers reageren: "Waar is de verontwaardiging over mistoestanden in de psychiatrie?"

Het grote psychiatrierapport van De Morgen zindert duidelijk nog na. Dit zijn de lezersbrieven die ons de voorbije dagen bereikten. 

Een vrouw op haar kamer in het psychiatrisch centrum Sint-Hiëronymus in Sint-Niklaas. Beeld Jonas Lampens

Nooit betrokken bij behandeling zoon

Vooreerst wil ik uw redactie en de auteurs  van Het grote psychiatrierapport feliciteren met de uitstekende artikels van de voorbije week.

In alle artikels en in alle getuigenissen is de visie en het waarheidsgetrouw verslag telkens heel duidelijk en correct weergegeven.

Zelf hebben we, jammer genoeg, in de realiteit moeten meemaken dat onze zoon gedurende 12 jaar (tussen 2004 en 2016) in diverse psychiatrische ziekenhuizen niet voor een volwaardige, of persoonlijke behandeling in aanmerking kwam. Na elke opname, werd zijn geestelijke gezondheidstoestand erger, de angsten en verwardheid groter, de aanpassing tussen ‘normale ‘ leeftijdsgenoten en in ons gezin, steeds moeilijker en de afhankelijkheid van de medicijnen alsmaar groter. Hij geraakte in een isolement, ook al probeerde hij ontelbare keren weer op te staan en nieuwe aangeboden kansen te grijpen.

Op 8 februari 2016 maakt onze zoon een einde aan zijn leven; dit keer definitief en onomkeerbaar.

We werden als gezin, en familie bijna nooit betrokken gedurende de verschillende opnames; er was zo een grote drempel om bij dokters en verplegers tot een open gesprek te komen; het was een intens moeilijk proces in alle psychiatrische ziekenhuizen; we stonden in de kou, aan de zijlijn, afhankelijk van reglementen en beperkingen. Jammer genoeg helemaal zonder uitzicht voor onze lieve zoon , die het ook niet meer aankon. 

Wat we niet meer voor onze zoon kunnen doen, kunnen we misschien , met deze aanklacht voor andere kwetsbare jongeren doen. Het is echt hoogdringend dat men voor een betere en individuele aanpak zorgt.

Psychiatrie, zoals wij het ervoeren, biedt momenteel niet de goeie kansen voor jongeren, ook al zijn er heel wat geëngageerde en gemotiveerde verpleegkundigen aan het werk, ze hebben te weinig mogelijkheid om de jongere persoonlijk aan te pakken en ook de familie en entourage erbij te betrekken. Ze zijn teveel gebonden aan regeltjes, procedures en nodeloze tijd in administratie Hopelijk wordt er iets in beweging gezet en stapt men af van isolement en fixatie en over medicatie. 

Greet Ranson, Zwevegem

Waar blijft verontwaardiging? 

Een week lang verschijnen er artikels in deze krant waarin onder meer wantoestanden in de psychiatrie worden aangeklaagd. Terecht overigens. Het systeem lijkt uitgewoond, voorbijgestreefd. Mensen worden nog al te vaak opgesloten en geïsoleerd. We moeten durven spreken over de systeemfout die doorheen het hele systeem van de psychiatrie loopt. Hoe kunnen we van hulpverleners verwachten dat ze beter werk gaan doen als ze moeten werken binnen dit systeem. Hulpverleners zullen pas beter werken als ze alternatieven krijgen aangeboden, als ze merken dat het ook anders kan.

Deze vooral in het buitenland bestaande alternatieven zijn overduidelijk voorhanden maar worden niet ingevoerd. Hier en daar doet een instelling het wel, te weinig en eigenlijk ook te laat. Een aantal patiënten zijn getraumatiseerd door de manier waarop ze werden behandeld. Hulpverleners zoals ikzelf behandelen mensen voor trauma’s die ze in de psychiatrie hebben opgelopen.

Een week lang is de psychiatrie een onderwerp in een krant. Wat zijn de gevolgen van deze reeks artikelen? Politici relativeren door te stellen dat iedereen, ook de psychiatrie, geld vraagt en daarmee wordt de kritiek weggezet als enkel een geldkwestie. Maar ze komen met die relativering ook gemakkelijk weg omdat iets anders ontbreekt: verontwaardiging.

Dat valt me het meest op na de afgelopen week: het ontbreken van verontwaardiging. Vanuit de psychiatrie wordt alles ingezet om aan te tonen dat er ook goede initiatieven zijn. Op onze afdeling doen we er zelf ook alles aan om op een humane manier om te gaan met de mensen die bij ons in opname zijn. Ik wil echter deze inzet niet gebruiken om de psychiatrie goed te praten. Wat we allen doen is niet goed genoeg en is vaak ook nog steeds verkeerd. En daar moeten we nu echt de nadruk durven op leggen. We moeten open kaart spelen en geen public relations-machine ontwikkelen door ervaringsdeskundigen die het systeem verdedigen in de schijnwerpers te zetten. Nogmaals: waar blijft de verontwaardiging binnen de sector?

Ik merk ook geen verontwaardiging buiten de sector. Er is geen oproep tot betogen. Geen oproep tot een mars. Het is ooit anders geweest. In de jaren zestig van de vorige eeuw was er een maatschappelijk draagvlak waarin veel belang werd gehecht aan solidariteit met de zwakkere. Men streefde naar gelijkwaardigheid. 

Binnen dit draagvlak was de hervorming van de psychiatrie net een speerpunt. In Nederland en Vlaanderen kende bijvoorbeeld “Wie is van hout?” van Foudraine een groot succes. In Italië zorgde in de jaren zeventig van vorige eeuw het protest en de verontwaardiging tot het sluiten van alle psychiatrische instellingen. 

Dit draagvlak is er niet vandaag. Mensen in armoede, zwakkere mensen ook, worden veelal gezien als profiteurs die zo snel mogelijk weer aan het werk moeten. Ze worden beschouwd als mensen die hun kansen niet grijpen. Eigen schuld dikke bult. Binnen dit huidig maatschappelijk klimaat is er geen algemene verontwaardiging over mistoestanden in de psychiatrie. 

En net op dit moment is een beweging van meer vermaatschappelijking in de geestelijke gezondheidszorg in gang gezet. Er worden psychiatrische bedden afgebouwd ten voordele van begeleiding aan huis. Dat betekent dat we rekenen op een gastvrije ontvangst van mensen die het moeilijk hebben. We hopen op meer verdraagzaamheid voor mensen die afwijken van de norm.

Ik ben uiteraard naïef als ik zou stellen dat ik droomde dat burgers zo verontwaardigd zouden zijn over een aantal mistoestanden in de psychiatrie dat ze patiënten zouden weghalen uit instellingen om ze als nieuwe buurtbewoners te installeren. Toch is dit de beweging die we net van uit de psychiatrie willen inzetten. Ik denk dat er vooral hier nog heel wat werk zal moeten verzet worden. 

We zullen als hulpverleners moeten meewerken aan die verandering van dat maatschappelijk draagvlak. Dat betekent dat we als hulpverlener zelf ook sociaal engagement moeten tonen. We zullen onderstromen in de maatschappij moeten vinden en aanspreken die wel uiting geven aan de gastvrijheid, in afwachting dat deze onderstromen weer aan de oppervlakte zullen komen. Alternatieve vormen van woonst, werk en zinvolle vrije tijd zullen moeten uitgewerkt worden voor mensen die door velen in onze maatschappij nog altijd negatief worden ervaren. 

Eens de mensen waar wij mee werken weer beschouwd worden als gewone burgers dan pas zal er verontwaardiging zijn voor het lot dat hen is toegeschreven. En pas na de verontwaardiging van burgers in het algemeen zullen politici uit electoraal gewin bereid zijn voor deze mensen met psychische kwetsbaarheid prioritair meer geld te voorzien.  

Peter Dierinck, psycholoog in psychiatrisch centrum Gent-Sleidinge en voorzitter Vlaamse Werkgroep Kwartiermaken. 

Warm bad wél therapeutisch

Ik ben een psychiatrische verpleegkundige, afgestudeerd in 1971, nu 65 jaar, zo goed als steeds in psychiatrische instellingen gewerkt. Eerst als verpleegkundige en later als docente psychiatrische verpleegkunde.

Jullie dossier benoemt veel problemen en terecht, maar doordat jullie geen ervaring hebben trekken jullie dikwijls verkeerde conclusies omdat jullie niet over de totaliteit van de informatie beschikken.

Mevr. De Block willen jullie confronteren met haar uitspraak over een warm bad terugbetalen. Is een warm bad een wetenschappelijk onderzochte behandeling?

Een warm bad geven aan een psychiatrische patiënt kan een individuele therapeutische behandeling zijn. Het kan in een individueel zorgplan opgenomen worden, omdat de patiënt het leuk vindt, omdat het het hem ontspant, omdat het misschien een manier is om met hem in contact te komen, en zo geleidelijk aan een vertrouwensband te scheppen. Zo een behandeling kan je niet in richtlijnen en protocollen vastleggen, spijtig genoeg! Het kost dus niets, het hoort bij de terugbetaling hospitalisatie.

Hulpverleners hebben daar echter allemaal minder tijd voor om dat ze allerlei protocollen moet volgen en invullen en zich op die manier moeten kunnen verantwoorden bij het brede publiek. Verpleegkundige zorg in psychiatrie vraagt veel deskundigheid, fantasie,

Naar mijn persoonlijke mening is jullie dossier beperkt en eenzijdig.

Leen Coppens, via e-mail. 

Eenzijdige berichtgeving

Ik heb het mezelf als bijna een marteling opgelegd de hele week krant- en internetberichten te lezen, er ruimte aan te geven en niet te reageren.

Maar de eenzijdigheid, het populisme, het louter bogen op de richtlijnen van een enkele niet-ervaringsdeskundige zijn wel erg grof en ver gegaan deze week. Alsof de hele psychiatrie in een bedje ziek en dood is.

De verslaggeving kon echt niet onevenwichtiger en stigmatiserend, herstelbelemmerend en subjectief gekleurd.

Er bestaan nog steeds misstanden maar er worden intra- en extramuraal zo verdomd hard gewerkt vandaag de dag dat uw hele verslaggeving een heroproepen van de middeleeuwse kelders lijkt.

Spijtig. Intens gemiste kans tot constructieve en moedgevende berichtgeving.

Ann Callebert, psychologe en ervaringsdeskundige, via e-mail.

Veel hangt af van waar en bij wie patiënt terechtkomt

Als externe ombudspersonen in de geestelijke gezondheidszorg kunnen we een debat over de geestelijke gezondheidszorg enkel toejuichen. De Morgen belichtte afgelopen week zowat alle herkenbare facetten van de geestelijke gezondheidszorg zoals die vandaag in de ziekenhuizen wordt aangeboden en wij ook in onze werking opmerken. Zowel positief als negatief.

Doordat we extern zijn, komen we in meerdere instellingen en hebben we sinds de start van onze werking in 2003 heel wat verschillen en veranderingen kunnen vaststellen. De geestelijke gezondheidszorg is een sector in volle beweging. Wij hebben daarom ook hoop op een nog betere zorg in de toekomst.

In onze ombudsfunctie zien we dat vandaag (jammer genoeg) nog heel wat afhangt van waar en bij wie een patiënt terecht komt. We geloven dat enkele spelers een belangrijke rol hebben bij het uitrollen van algemene kwaliteitsprincipes en -normen in de geestelijke gezondheidszorg van de toekomst.

Vooreerst is er de patiënt zelf. We doen hierbij een warme oproep aan patiënten of hun naasten om meer signalen te laten horen, wanneer ze op een of andere manier in de kou zijn blijven staan.

We stellen vast dat een aanzienlijk deel van de aanmeldingen bij de ombudspersoon gerelateerd zijn aan de hotelfunctie van een ziekenhuis (bv. infrastructuur en voeding). Dit terwijl signalen over de manier waarop de zorg verloopt, nog vaker zouden kunnen worden aangekaart. Signalen hierover maken niet steeds voor de individuele patiënt op het moment zelf een verschil, maar kunnen wel hun belang hebben in functie van beleidsmatige verbeteracties voor alle patiënten. Dat is ook de kracht van een laagdrempelige ombudsfunctie: het werken op twee niveaus, nl. als bemiddelaar optreden daar waar de klacht is ontstaan, maar evengoed ageren als signaalfunctie op beleidsniveau.

En dan zijn er uiteraard de zorgverleners zelf - en van hen wordt sowieso al veel verwacht…

Van een zorgaanbod, waar men ooit vertrok vanuit een paternalistische houding ten aanzien van zorgbehoevenden, naar een zorg op maat en met inspraak van de cliënt, vraagt een attitudewijziging. Een open houding, flexibiliteit en bereidheid om kritisch naar het eigen functioneren te kijken, worden impliciet verwacht van mensen die al hard aan het werk waren. Een cultuurverandering heeft daarom helaas tijd nodig en kan niet alleen van de zorgverleners zelf komen. Enkele andere instanties kunnen hen daarbij helpen.

Een optimale ondersteuning vanuit het beleid met duidelijke beleidskeuzes in functie van zorg op maat van de individuele patiënten is nodig om het voor zorgverleners mogelijk te maken om hun job goed te kunnen doen.

Ook de Zorginspectie is een heel belangrijke schakel.

Voor onze eigen werking zien we dat de Zorginspectie bij hun doorlichting meer inzet op de stem van de patiënt en op hoe een ombudsdienst in een ziekenhuis zijn werk kan doen. De Zorginspectie gaat intussen ook na wat een voorziening doet met de aanbevelingen van de ombudspersoon, die gebaseerd zijn op de input die er is via klachten van patiënten.

Ook het werken met indicatoren, al dan niet in functie van accreditatie, kan de kwaliteit van de zorg helpen garanderen en een norm aangeven van wat kwaliteitsvolle zorg betekent.

Tot slot geloven we ook dat een andere belangrijke speler in een nog betere zorg, niet mag vergeten worden: het onderwijs. Zorgverleners van vandaag en de toekomst zetten in op dialoog en gelijkwaardige communicatie. We komen van een tijdperk waar psychiaters (en artsen in het algemeen) het behoorden ‘te weten’. Het ‘niet weten’ lijkt ons echter een gezond vertrekpunt in de geestelijke gezondheidszorg. Dit voorkomt dat er met een bijna automatisme wordt ingezet op steunmiddelen als medicatie. Deze houding faciliteert bovendien aangepaste, individuele zorg op basis van dialoog met de cliënt als partner in zijn herstelproces. Het onderwijs kan in deze evolutie een waardevolle bijdrage leveren voor alle toekomstige zorgverleners.

Nicole Claeys, Anne-Leen Denolf, Carine Eeckhout, Chantal Van Moerkerk, Ombudspersonen van PopovGGZ, Overlegplatform Geestelijke Gezondheid Oost-Vlaanderen.

Dokterskabinet blijft gesloten

In deel vijf van ‘Het grote psychiatrische rapport’ hebben we ons, als ouders van een psychiatrisch patiënt, voor een groot deel herkend. Ook wij hebben omzeggens geen informatie gekregen en al zeker geen steun om de communicatie met onze zoon te herstellen. 

Wij delen ten volle de mening van Ria Van Den Heuvel in het artikel: “Natuurlijk moet de privacy gerespecteerd worden… Als een patiënt niet wil dat de familie zijn dossier inkijkt , moet een arts zich daar aan houden. Maar het beroepsgeheim mag geen excuus zijn om a priori familie niet te betrekken of te informeren. “

Net zoals bij Willy en Lut, blijft ook bij ons het dokterskabinet gesloten. Ooit kregen we een beetje begrip van een zorgverlener maar we vermoeden dat zij op het matje werd geroepen omdat ze met ons getelefoneerd had. Inderdaad: "Het autoritaire, paternalistische systeem laat het nog steeds niet toe."

Wij hopen dat Het grote psychiatrierapport er zijn steentje zal toe bijdragen om psychiaters kabinetten te openen.

Anita Wuestenberg, via e-mail.

Frustrerend en onbegrijpelijk

In plaats van onze zoon uit de put te halen. 
Heeft de psychiatrie hem in de put geduwd.
Hij is op 22/7/2015 opgenomen in Kortenberg.
Het was vanaf het begin teleurstellend.
Het werd frustrerend en onbegrijpelijk.
Een psychiater die niet luisterde
Noch naar Sam
Noch naar ons (zijn ouders en zijn broer)
Een psychiater die zo overtuigd was van eigen kunnen
En blind was voor wat er leefde
Wij wanhopig op zoek naar alternatieven
Nergens een open deur
Wachtlijsten
Machteloos
Sam is uit het leven gestapt op 31/10/2015
Net geen 33 jaar
Wij blijven machteloos achter.
Dit had niet moeten gebeuren.

Wij hopen dat uw artikelenreeks iets in beweging kan brengen.

Patricia Wildiers en Eric Gielen, ouders van Sam Gielen. Via email.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden