Zondag 08/12/2019

Opinie Pedro De Bruyckere

Lees dit en u zult de PISA-resultaten over ons onderwijs beter begrijpen

Studenten uit het middelbaar. Beeld Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Pedro De Bruyckere is pedagoog en postdoctoraal onderzoeker aan de Arteveldehogeschool en de Universiteit Leiden.

Vandaag maakte de OESO de nieuwste PISA-resultaten bekend. Vorig jaar vulden vijftienjarigen in de deelnemende landen en regio’s een heleboel testen en vragenlijsten in, en na maanden verwerken krijgen we nu het eerste deel van het verdict. Typische vragen zijn dan: hoe doet het Vlaamse onderwijs het in vergelijking met vorige keer en in vergelijking met de andere landen of regio’s? Wat wordt het volgende onderwijsland waar iedereen naartoe moet reizen na Finland, Polen of Estland?

Toch is het handig om een paar zaken in het achterhoofd te houden als je de resultaten van PISA (Programme for International Student Assessment) bekijkt. Ik som ze graag voor u op.

Ten eerste meet PISA niet de eindtermen of de leerplannen van een land. Alle landen hebben andere curricula en daarom probeert PISA probleemoplossend vermogen te meten. Concreet: jongeren krijgen problemen voorgeschoteld die op verschillende manieren opgelost kunnen worden, bijvoorbeeld met of zonder de regel van drie, maar er wordt niet voorgeschreven hoe. PISA is met andere woorden geen kennistest.

PISA kijkt niet alleen naar prestaties van leerlingen op wiskunde, begrijpend lezen, wetenschappen, economie of digitale geletterdheid, maar meet ook zaken zoals hoeveel bijles er in een land of regio gegeven wordt, hoe goed er samengewerkt wordt tussen leerlingen of hoe graag leerlingen naar school gaan. Zeer relevante vergelijkingspunten die vaak over het hoofd worden gezien.

Oorzakelijke verbanden

PISA toont verder vooral correlaties aan, maar géén onomstotelijke oorzakelijke verbanden. Het is een fout die vaker gemaakt wordt, zelfs door PISA-topman Andreas Schleicher toen hij onlangs even in zijn nieuwe PISA-kaarten liet kijken. In een interview met The Times stelde hij dat de kloof voor lezen tussen jongens en meisjes kleiner zou zijn geworden, en legde de link met het gebruik van sociale media. PISA kan wel vaststellen dat jongens meer of minder sociale media gebruiken en hoe jongens en meisjes presteren voor lezen, maar of er een oorzakelijk verband tussen beide is? Dat is gissen. Er kunnen nog tal van andere factoren een rol hebben gespeeld die niet noodzakelijk door PISA gemeten worden. Echte oorzakelijke verbanden aantonen met PISA-cijfers is een heikele zaak.

Ben Weyts (N-VA) is de huidige onderwijsminister van Vlaanderen. Beeld BELGA

De belangrijkste causale conclusie die vaak getrokken wordt op basis van PISA-data is welk beleid voor welke stijging of daling zorgde. Los van het feit dat onderwijsprestaties ook nog door andere zaken beïnvloed kunnen worden dan het beleid van een overheid – denk bijvoorbeeld aan economische crisis of stijgende migratie – maakt men dan vooral de denkfout te kijken naar het huidige beleid van een land of regio.

Als Finland begin deze eeuw zo hoog scoorde in het PISA-onderzoek, dan was dat niet het resultaat van het onderwijsbeleid dat op dat moment gevoerd werd. Het was wellicht het gevolg van het beleid dat Finland voerde in de jaren 80 en 90 van vorige eeuw. Het Finse onderwijsbeleid van de jaren 2000 overnemen, zoals meer dan eens werd bepleit, is dan ook niet per se aangewezen. Een indicatie: Vlaanderen scoorde bij de laatste PISA-ronde voor wiskunde beter dan Finland.

Trage veranderingen

Onderwijsveranderingen gaan vaak traag en het duurt jaren om het effect te zien. Enkel Zweden toonde onlangs dat je op een zeer korte tijd het onderwijs slechter kunt maken, maar dit was eerder uitzondering dan regel. Dit betekent dat we voor de daling van het Vlaamse onderwijs in de voorbije PISA-rondes moeten kijken naar het beleid dat we sinds 2000 of zelfs vroeger voerden. Het is geweldig frustrerend voor zowel voormalig onderwijsminister Crevits (CD&V) als huidig minister Weyts (N-VA) dat de invloed van hun beleid wellicht nauwelijks merkbaar zal zijn in de nieuwste resultaten, ook al zal er waarschijnlijk wel naar hen gekeken worden en minder naar Vanderpoorten (Open Vld), Vandenbroucke of Smet (sp.a).

Ten slotte is het belangrijk om te weten dat er de voorbije jaren de nodige discussie is geweest rond PISA. Er was bij de vorige ronde een open brief van tientallen wetenschappers die vragen stelden bij de grote invloed van deze internationale vergelijking op onderwijsbeleid wereldwijd. PISA is wel degelijk een belangrijke bron, maar niet de enige. Je hebt andere internationale vergelijkingen zoals PIRLS voor begrijpend lezen, TIMMS voor wiskunde en wetenschappen of ICCS voor burgerschap. Samen met de peilingtoetsen die onze overheid zelf organiseert zijn het belangrijke thermometers. Het enige dat we nu nog willen weten, is hoeveel koorts ons onderwijs heeft. Vorige rondes en PIRLS doen niet het beste vermoeden.

Pedro De Bruyckere. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234