Dinsdag 22/10/2019

Opinie Wang Dan

Laten we na Tiananmen niet naïef zijn

Chinese militairen paraderen op het Tiananmen-plein, dertig jaar na de bloedig neergeslagen protesten. Beeld EPA

Wang Dan is de stichter en directeur van Dialogue China, een denktank die streeft naar democratische hervormingen in China.

Aan boord van een gammel, overladen bootje op de Yangtze vernam ik dat ik de meest gezochte crimineel van China was. Plotseling schalde door de boxen dat het Bureau voor Openbare Veiligheid in Peking de arrestatie van 21 studenten had bevolen omdat ze “contrarevolutionaire rellen” hadden veroorzaakt op het Tiananmen-plein. Het was juni 1989, negen dagen nadat het leger gewelddadig een einde had gemaakt aan door studenten georganiseerde prodemocratische betogingen.

Het begon allemaal op 17 april 1989, toen studenten van de universiteit van Peking bijeenkwamen na de dood van Hu Yaobang, de voormalige leider van de Communistische Partij die was afgezet omdat hij pleitte voor democratische hervormingen. Ik stelde voor naar het Tiananmen-plein te stappen en de dood van Hu aan te grijpen om te protesteren tegen de corruptie bij de overheid en om democratische hervormingen te eisen.

Lees ook: ‘Erger dan hersenspoeling’: hoe China het neerslaan van het studentenprotest uit het collectieve geheugen kon wissen

Die avond trokken honderden van ons naar Tiananmen. Studenten van andere universiteiten en later ook andere mensen sloten zich aan. Op een moment dat China uit het Mao-tijdperk kwam, gaf de beweging hoop aan mensen die verlangden naar verandering. Het protest verspreidde zich naar andere steden.

Hoofdstad omsingeld

Ik werd verkozen voor de Autonome Studentenfederatie in Peking, die gesprekken probeerde aan te knopen met de regering. De hoogste leiders wezen ons verzoek af. Omdat ze vreesden dat het protest de macht van de Communistische Partij zou ondermijnen, riepen ze de noodtoestand uit. Het leger omsingelde de hoofdstad.

Op 3 juni werd mijn voorstel om ons terug te trekken van Tiananmen verworpen door andere studentenleiders. Ik ging terug naar de universiteit om wat te slapen. Vrienden belden me later die avond op met het nieuws dat soldaten het vuur hadden geopend op demonstranten. Ik was geschokt. Nooit hadden we gedacht dat het bewind geweld zou gebruiken. We vroegen de Communistische Partij te veranderen, niet de macht op te geven.

Wang Dan was studentenleider tijdens de protesten in 1989. Beeld Corbis/VCG via Getty Images

Terwijl ik onderdook, zag ik hoe andere activisten één voor één werden opgepakt. Ik besloot terug te gaan naar Peking. Op 2 juli werd ik gearresteerd. Ik zat drie jaar en zeven maanden in de gevangenis. Ik werd verteerd door schuld en spijt. Er waren veel doden gevallen en ik voelde me deels verantwoordelijk.

In 1993, toen China zijn eerste poging deed om de Olympische Spelen binnen te halen, werd ik met veel vertoon vrijgelaten. Twee jaar later werd ik opnieuw gearresteerd en tot elf jaar gevangenschap veroordeeld omdat ik opriep tot de vrijlating van politieke gevangenen en een petitie had ondertekend waarin de regering gevraagd werd haar verontschuldigingen voor het bloedbad van Tiananmen aan te bieden. In 1998 kwam ik vervroegd vrij naar aanleiding van de komst van Bill Clinton naar China. Ik vluchtte naar de Verenigde Staten en kan sindsdien mijn geboorteland niet meer in.

Naïef

Onze beweging mislukte dertig jaar geleden omdat we niet de steun en de ervaring hadden om democratische veranderingen te promoten. Velen onder ons vestigden hun hoop op liberale facties binnen het leiderschap van de Communistische Partij om het systeem van binnenuit te veranderen, maar onderschatten de macht van de ouderen in de partij. Het bloedbad maakte een eind aan onze illusies en duwde ons met de neus op de brutaliteit van het eenpartijbewind.

Niet alleen wij, studenten, waren naïef. Een paar jaar na Tiananmen hieven veel westerse landen hun sancties tegen China op. Het Westen ging ervan uit dat handel en investeringen automatisch zouden leiden tot democratische veranderingen in China. Maar een liberalisering kwam er niet. In de plaats daarvan verdween het westerse kapitaal in de zakken van de leiders van de Communistische Partij, die zo hun macht konden uitbreiden door dissidentie thuis de kop in te drukken en de invloed van China in het buitenland te vergroten.

Nu de handelsoorlog tussen de VS en China volop uitbarst, zie ik een enorme kans om politieke hervormingen op te nemen in de onderhandelingen. In de jaren 90, toen Washington de bevoorrechte handelsrelatie van China koppelde aan mensenrechten, zwichtte China voor de druk, loste het de politieke controle enigszins en liet het mij en andere dissidenten vrij. Maar toen handel en mensenrechten daarna losgekoppeld werden, ging de situatie er drastisch op achteruit. Dissidenten worden opnieuw vastgezet en gedwongen op de nationale televisie hun misdaden op te biechten. De overheid controleert en censureert studenten die in het buitenland studeren.

Op een perverse manier is de harde houding van de Amerikaanse president Trump effectief. Ik hoop dat Washington het Chinese leiderschap via de handelsoorlog duidelijk maakt dat het Westen niet tolereert dat technologie gebruikt wordt om burgers te controleren en te bespioneren.

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234