Woensdag 23/10/2019
Beeld Bob Van Mol

Opinie

Laten we in onze boekenkast wat extra ruimte maken bij de letter O

Daan Heerma van Voss is een Nederlandse schrijver. Hij schreef deze bijdrage op uitnodiging van De Morgen.

Hoe bepaal je de waarde van een schrijver? Kijk je naar de hoeveelheid boeken die hij heeft verkocht? Naar de prijzen die hij heeft gewonnen? Naar de invloed die hij heeft gehad op tijdgenoten, op navolgers? Naar de mate waarin zijn naam genoemd wordt in invloedrijke commissies, door fluisterende Zweedse kenners?

Of kijk je naar iets heel anders? Kijk je, om maar iets te noemen, naar de manier waarop hij omgaat met mensen die hij nauwelijks kent?

Mei vorig jaar bracht ik een maand door in Tel Aviv. Ik was van plan om te schrijven, maar in de praktijk kwam het erop neer dat ik las. Om precies te zijn: ik herlas. Het stapeltje boeken van Amos Oz slonk met de dag – ik leerde Israël kennen niet door met mensen op straat te praten, maar door met personages te praten. Via Oz begaf ik me in de Zesdaagse Oorlog, via Oz was ik erbij toen de staat Israël ontstond, via Oz leerde ik hoe licht en duisternis ook alweer waren gescheiden. En goed, af en toe sprak ik met een schrijver. Ik sprak met Nir Baram, ik sprak met Etgar Keret, en in mijn laatste week zou ik ook spreken met Amos Oz. Op een vroege woensdagochtend reed ik naar zijn buurt, de universiteitsbuurt. Aangezien ik te vroeg was, liep ik wat rond, wandelde ik een zwembad voor oude mensen binnen. Vermoeide lichamen lieten zich zakken in lauwwarm water, ze spartelden rond, deden trage oefeningen. Als ik tegenwoordig denk aan het vagevuur, denk ik aan dat zwembad.

Hij woonde op de vierde verdieping van een brede flat. Toen ik de lift uitstapte, werd ik begroet door een warme, kruidrijke geur. In huize Oz werd ontbijt geserveerd. In de gangen: boeken. In de woonkamer: boeken. In de keuken: boeken. Hebreeuwse boeken, Franse boeken, Amerikaanse boeken, Engelse boeken. Ik stelde me zo voor dat de bibliothecaris van de bibliotheek van Borges in een soortgelijk appartement zou wonen. Oz stelde zich aan mij voor, en stond erop dat ik hem Amos noemde. Ik stond enigszins perplex van zijn kalmte, van de vanzelfsprekende vriendelijkheid waarmee hij me behandelde. Het was geen joviale, dommige vriendelijkheid, maar een ironische, warme, speelse vriendelijkheid. Zoals dat soms gaat wanneer je een schrijver ontmoet die je waardeert – ineens begrijp je waar die boeken vandaan komen, met welke blik ze geschreven zijn, uit welk brein ze zijn voortgekomen.

We gingen zitten in zijn woonkamer, ochtendlicht kleurde de vloer. Zijn vrouw bracht ons verse koffie, en vroeg of ik al ontbeten had. Dat had ik niet. Te nerveus. Bang dat ik onhandige vragen zou stellen, of helemaal zou dichtklappen. Ze vroeg wat ik wilde, ik zei: wat Amos ook heeft gegeten. Dames en heren, Amos Oz ontbeet met pap.

Ik heb weinig mensen ontmoet die nieuwsgieriger zijn of waren dan Amos Oz. Hij stelde evenveel vragen aan mij als ik aan hem. Hij WILDE weten hoe een jonge schrijver het vak benaderde, over Nederland, over de politiek. Hij verzocht me om hem mijn werk te sturen, wat ik uiteraard deed. Nieuwsgierigheid is niet hetzelfde als nederigheid. Amos was niet nederig – hij wist precies wat hij allemaal had geschreven, en hoezeer er naar hem werd opgekeken. Hij vond die bewondering gewoonweg oninteressant. Mensen vragen me regelmatig waar een schrijver zijn inspiratie vandaan haalt. Amos Oz leerde mij het antwoord: inspiratie wordt overschat. Wees nieuwsgierig, dan komt de rest vanzelf.

Die ochtend in mei zei hij dat hij worstelde met zijn gezondheid. Specifieke ziektes werden niet genoemd. Dan weet je dat het ernstig is.

De afgelopen maanden mailden we met regelmaat. Hij antwoordde altijd snel, opvallend snel, alsof hij altijd thuis zat. Als ik hem vroeg naar zijn gezondheid, reageerde hij ontwijkend maar vriendelijk. Dan weet je dat het ernstig is.

Hoe bepaal je de waarde van een schrijver? Laten we op deze zaterdagochtend eens beginnen door een straffe pot koffie te zetten, en met een warm kommetje pap in ons handen langs onze boekenkast te lopen, en wat extra ruimte te maken bij de letter O. Het zal een warm welkom zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234