Donderdag 21/11/2019
Mark Elchardus. Beeld rv

Column Mark Elchardus

Laten we de crisis in Syrië realistisch benaderen

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen.

Turkije valt Syrië binnen. Wil het noorden van dat land arabiseren. Europa staat machteloos. Wie denkt van niet, droomt. Soft power, waar de liberale Europese elite zo prat op gaat, blijkt een duur synoniem voor machteloosheid. Erdogan wil zelfs dat we onze kritiek inslikken en dreigt met een stroom vluchtelingen richting Europa als we dat niet doen. 

De EU bereikt ondertussen geen eensgezindheid over de aanpak daarvan. De bal ligt in het kamp van de lidstaten en we bereiden ons best voor op een waardige opvang van mensen die oorlogsgeweld en burgeroorlogen ontvluchten. Nu we toch aan preformateurs toe zijn, mag van de toekomstige federale regering worden verwacht dat ze een echt migratiebeleid in de steigers zet, de afhandeling van de asielprocedure versnelt, de kans op degelijke opvang van vluchtelingen verhoogt, onder meer door illegale migranten te weren, de strijd tegen illegale migratie en illegaal verblijf op te voeren en het aantal uitzettingen van mensen zonder verblijfsvergunning drastisch te verhogen. We kunnen mensen die recht hebben op bescherming deze slechts bieden, niet door vermeende liefdadigheid, maar door afspraken te doen respecteren en de middelen optimaal te benutten.

Onderzoekers van de Erasmus Universiteit van Rotterdam en de Universiteit van Maastricht maakten onlangs een vergelijkende studie van het uitzet- en terugkeerbeleid van verschillende Europese landen. Zij deden dat voor de Nederlandse commissie die het probleem van “de langdurig verblijvende vreemdelingen zonder bestendig verblijfsrecht” – de illegalen – moest onderzoeken.

In die studie worden, voor de periode van 2013 tot en met 2017, het aantal mensen zonder verblijfsvergunning dat vrijwillig of gedwongen naar hun land terugkeert, vergeleken met het aantal finaal verworpen asielaanvragen (min de repatriëringen in het kader van de Dublin-akkoorden). Volgens de auteurs van het rapport biedt dat een degelijke basis om beleid te beoordelen. Over die periode werden in België iets meer dan 127 duizend asielaanvragen ingediend. In ons land leidt dat in ongeveer een op de twee gevallen tot een verblijfsvergunning, in de Europese Unie in één op de drie gevallen, recent in Nederland in één op de vijf gevallen. Als de cijfers van de Nederlandse onderzoekers kloppen, doet België het niet zo goed wat terugkeer betreft. Noorwegen slaagt erin 25 procent van de mensen die geen verblijfsvergunning krijgen te laten terugkeren, Nederland 18 procent, België 7 procent.

Hart boven hard

Of men afgewezen asielzoekers kan uitzetten, hangt uiteraard af van waar ze komen. Weinigen keerden terug naar Syrië en Eritrea. Maar ook als we per land van oorsprong vergelijken, doen wij het slecht. Van de Afghanen stuurt Noorwegen 34 procent van de mensen zonder verblijfsvergunning terug, Nederland 17 procent, België 4 procent; van de Irakezen is dat voor Noorwegen 72 procent, Nederland 41 procent en België 25 procent; voor de Iraniërs respectievelijk 40, 30 en 9 procent. Wij doen het nog niet half zo goed als Nederland.

Barmhartig geformuleerd is de Belgische aanpak waarlijk hart-boven-hard: veel mensen krijgen asiel, van degenen die het niet krijgen worden er weinig uitgezet, als men al terugkeert is dat overwegend vrijwillig. Massa’s verdwijnen zo in de illegaliteit. Op termijn ondergraaft dat onvermijdelijk het draagvlak voor asiel: menslievend op korte, hardvochtig op lange termijn. Het perspectief van een gedwongen terugkeer wordt hier blijkbaar onvoldoende gebruikt om de vrijwillige terugkeer aan te moedigen. Van de gerealiseerde terugkeren is volgens de onderzoekers in Noorwegen 61 procent gedwongen en 39 vrijwillig; in België 5 procent gedwongen en 95 vrijwillig.

Wat migratie betreft, valt dit land uiteen in de kampen van de wortel en de stok, terwijl migratiebeleid een wortel-en-stok-benadering vergt. Meer wortel: overtuigende incentives voor vrijwillig vertrek (hoewel sommige onderzoekers twijfelen aan de doeltreffendheid daarvan), intens begeleiden als het asiel wordt afgewezen, die mensen overtuigen van de voordelen van een vrijwillige terugkeer, degelijke up-to-date informatie geven over de situatie in het thuisland, helpen bij hervestiging aldaar… Maar ook meer stok: veel meer gedwongen terugkeer als incentive om vrijwillig te gaan, beter de identiteit vaststellen, met medewerking van de (vermeende) landen van herkomst, ongeacht het regime aldaar, maximaal benutten van de wettelijke mogelijkheden om afgewezen asielzoekers in gesloten centra op te vangen tot ze het grondgebied effectief verlaten, geen valse hoop geven op regularisatie, het moeilijk maken als illegaal te leven in dit land, geen tijd of gelegenheid tot integratie bieden aan mensen die geen verblijfsrecht hebben, wel handelen in het beste belang van de kinderen, maar niet toelaten dat kinderen door hun ouders worden misbruikt om verblijfsvergunningen te verkrijgen of mensensmokkelaars te betalen.

Los van wat in het regeerakkoord komt, stelt zich de vraag of dit land nog bestuurbaar is. Kan tegen de weerstand van de voorstanders van illegale immigratie wel in een beleid worden gevoerd? Kunnen we asielrecht respecteren, zonder de bevolking illegalen te laten aangroeien? In de voorbije jaren bleek dat niet altijd het geval.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234