Dinsdag 25/06/2019

Column Paul De Grauwe

Lagere loonlasten maar geen extra jobs. Hoe kan dat?

Paul De Grauwe. Beeld rv

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn wisselcolumn met Véronique Goossens verschijnt om de twee weken.

De regering-Michel was er een die een absolute prioriteit legde in het creëren van tewerkstelling. Jobs, jobs, jobs, schreeuwde Charles Michel uit bij de aanvang van zijn regeerperiode.

Het instrument dat werd ingezet om jobs te creëren was de zogenaamde taxshift. Patronale bijdragen aan de sociale zekerheid werden verlaagd van 33 procent naar 25 procent. Dit moest de loonkosten in de Belgische bedrijven verlichten. Die bedrijven zouden dan dankzij een verbeterde competitiviteit meer gaan produceren en meer mensen aan het werk stellen. Het Planbureau, de Nationale Bank en het VIVES-instituut van de KU Leuven voorspelden met hun modellen dat dit zou leiden tot een boost in tewerkstelling.

Op het eerste gezicht is de premier er dankzij de taxshift in geslaagd zijn oerkreet over jobs in de realiteit om te zetten. Er kwamen sinds 2014 ongeveer 250.000 jobs bij. Een fantastisch resultaat, zou je zeggen. En inderdaad, zonder de minste schroom zetten de premier en zijn topministers deze wonderlijke uitkomst op het conto van hun beleid.

Verbeterde conjunctuur in Europa

Dat is echter een te snelle conclusie. Zoals ik in eerdere columns benadrukte is dit resultaat helemaal niet merkwaardig; in feite is het ronduit teleurstellend. Sinds 2014 groeide de tewerkstelling in België beduidend minder snel dan in de rest van de eurozone. Hadden we dezelfde groeicijfers gekend als in de eurozone dan waren er geen 250.000 jobs bij gekomen, maar wel 283.000. De groei van de tewerkstelling in België lijkt dus in eerste instantie te zijn aangedreven door een verbeterde conjunctuur in Europa.

Dit leidt dan tot de volgende puzzel. Hoe komt het dat ondanks de taxshift die de loonkosten van de Belgische bedrijven deed dalen, België er niet in geslaagd is meer jobs te creëren dan in andere landen van de eurozone? Het antwoord op deze puzzel werd verleden week gegeven door mijn Gentse collega, professor Gert Peersman. In een magistrale studie van de Belgische economische prestaties tijdens de voorbije regeerperiode lichtte Peersman een tip van de sluier. Hier is zijn verhaal.

Belgische producten niet goedkoper

Wanneer we de evolutie van de Belgische loonkosten vergelijken met deze van de ons omringende landen dan blijkt dat de taxshift inderdaad een effect heeft gehad: de loonkosten zijn in België sinds het aantreden van Michel minder gaan stijgen dan in de rest van de eurozone. Maar, dit gunstig resultaat heeft helemaal niet geleid tot een verbetering van de competitiviteit van de Belgische bedrijven. Die hebben namelijk de daling in de loonkosten niet gebruikt om de verkoopprijzen van hun goederen en diensten te verlagen. Ze hebben dat aangewend om hun winstmarges te verhogen. Uit de cijfers van Peersman blijkt dat de brutowinsten van de Belgische bedrijven tijdens de regeerperiode-Michel sneller zijn gestegen dan in de eurozone.

Het gevolg is dat Belgische producten niet goedkoper zijn geworden. Het effect waarop gehoopt werd, met name dat de competitiviteitsverbetering het mogelijk zou maken dat Belgische bedrijven meer zouden produceren, is uitgebleven. Dat blijkt ook uit het feit dat de Belgische economische groei beneden de gemiddelde groei van het bbp in de rest van de eurozone is gebleven. Cumulatief was de Belgische groei gedurende de regeerperiode-Michel 6,3 procent; beduidend lager dan de cumulatieve groei van 8,2 procent in de eurozone.

Winstmarges verhogen

Uit de analyse van Gert Peersman distilleer ik twee conclusies. Ten eerste, heeft het beleid van loonkostenverlaging door minder patronale lasten zijn grenzen bereikt. Belgische bedrijven gebruiken die lastenverlagingen niet om jobs te creëren maar om hun winstmarges te verhogen. Ze kunnen dat doen omdat er te weinig concurrentie heerst. Het beleid van loonkostenverlaging heeft grote budgettaire implicaties gehad en is mede verantwoordelijk voor het falen van de regering-Michel in het realiseren van de vooropgestelde budgettaire objectieven. Dat beleid heeft bijgedragen tot een verdere herverdeling ten voordele van kapitaalbezitters. Een beleid van loonkostenverlaging dat als doel heeft jobs te creëren kan alleen maar werken als er een scherper concurrentiebeleid wordt gevoerd in België.

Ten tweede, moeten we de gebruikte economische modellen van het Planbureau, van de Nationale Bank en van het VIVES-instituut in vraag stellen. Die hebben belangrijke positieve effecten van loonkostendalingen op de tewerkstelling voorspeld. Die zijn niet uitgekomen, waarschijnlijk omdat de onderliggende hypothese van die modellen was dat er voldoende concurrentie heerst in België. De modelbouwers moeten hun huiswerk opnieuw doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden