Dinsdag 22/10/2019
Beeld Stefaan Temmerman

Column

Laatst vroegen wij ons af waarom wij het zo plezierig vinden om een dier te spotten

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw. Zijn nieuwe boek In elke vrouw schuilt haar moeder is nu uit.

Het is herfst. Al wekenlang hoor je overal het gesnerp van houtzaag­machines – de wintervoorraad wordt op maat gezaagd. De trek­vogels zijn weg, de mezen en de mussen komen weer aan huis, de nu nog lege voederplanken verkennend. Het ruikt naar najaar – de hout­kachels, de koele, vroege avonden, het bos – het zoet van rot.

Boven op de heuvel hoor je alleen nog kraaien – de meeste rode wouwen zijn vertrokken, de veldleeuweriken zijn gestopt met tierelieren. Het land zet zich schrap voor de winter. De bunkers worden bevoorraad.

Wij slapen. De drukte van de voorbije maanden, door een nieuw boek teweeggebracht, heeft ons oververmoeid gemaakt en dat zweten we nu uit. Soms al rond half­elf gaan de lichten uit, en soms komen wij pas tien, elf uur later weer aan de oppervlakte, onze hoofden nog vol dromen. Wij zijn daar nauwelijks nog tegen bestand, tegen enkele volle weken in de drukke wereld, met interviews en televisieshows, wij vechten er ons doorheen en hebben dan meer dan ooit beschutting nodig, stilte, en horizonten.

Onze dromen zijn gejaagd. Broeierig. Er moet veel verteerd worden.

Je weet dat die fase voorbij is als je je eerste zorgeloze, opgetogen droom beleeft. Die had ik vannacht. Ik won, op een oude zwarte damesfiets met een boodschappenbakje op het stuur, de Schaal Sels. Ik was niet eens ingeschreven en ik kwam al fietsend per toeval in het peloton terecht, maar niemand stelde zich daar vragen bij, ook niet de wielerjournalisten die ernstige gesprekken met mij kwamen voeren over het koersverloop en mijn zege.

Raaf op kale boom, Oostkantons. Beeld rv marnix peeters

Je hád vorig jaar de Schaal Sels al eens gewonnen, zei mijn vrouw. Dat was ik vergeten.

Zolang dit groot verlof duurt, trekken wij in de namiddag te voet de herfst in, hopend op een ree of een vos. Laatst vroegen wij ons af waarom wij het zo plezierig vinden om een dier te spotten. Waarom wij thuiskomen en zeggen: we hebben toch maar weer de raaf gezien. We vonden daar niet meteen een antwoord op.

Vervolgens is er het glas witte wijn, waarna ik aan het avondeten begin. Vandaag zijn het linzen met couscous, rode biet en pompoen­pitten, en een stuk zeewolf. In de andere kamer leest mijn vrouw de kranten. Nu en dan leest zij iets hardop voor.

Wat een heerlijk interview met Midas Dekkers in de Volkskrant, zegt zij. Een machtig pleidooi tegen dikdoenerij. Hier, hoor: ‘Wij hoeven niet alles uit te spreken. Dat is juist gevaarlijk. Door alle therapeuten wordt ons aangepraat dat je alles tot op de bodem moet uitzoeken. Maar dat moet je juist niet doen. Op de bodem zit droesem, die moet je op de bodem laten zitten. Als je er maar mee kunt leven, daar gaat het om.’

Dat gaat lekker tegen de tijdgeest in, zeg ik. Tegen de kletscultuur. De cultus van de gekwetste ziel.

Zo kun je je belangrijk voelen, zegt mijn vrouw. Als je zegt: ik héb iets, in plaats van: ik bén iets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234