Donderdag 13/05/2021
Mark Coenen. Beeld DM
Mark Coenen.Beeld DM

ColumnDe gebeten hond

Laat ons nog eens de Ronde van Vlaanderen fietsen, roept iemand voor de grap en na zeven Duvels

Mark Coenen gaat op wandel met de week.

Oudere mensen die de tijden voor corona nog hebben meegemaakt, weten dat fietsend Vlaanderen vandaag in rouw is. De dag voor de echte Ronde wordt normaal die voor de wielertoeristen gereden. Tenminste, zo heette die tot voor kort.

Nu is de roepnaam van de populaire toerrit verengelst tot We Ride Flanders, ongetwijfeld op advies van de marketingdirecteur, in een poging om alsnog te internationaliseren.

Dat daar nog geen parlementaire ­vragen over gesteld zijn. Alles moet kapot. Hier ons bloed, wanneer onze tube?

Er doen die dag 16.000 fietsers mee aan een tocht op het parcours van de groten, zij het dat ze niet allemaal de volledige afstand rijden.

Tussen droom en daad staan gebrek aan training en zelfoverschatting. Beide zijn mij niet onbekend.

Meestal start de voorbereiding van het wielervoorjaar als de drank in de man is, ergens tussen Kerst en Nieuw. Dan zet de lokale vervetting hevig in, met dank aan feestgelagen en nieuwjaarsrecepties, wat begin januari onveranderlijk leidt tot Een Goed Voornemen.

‘Laat ons nog eens de Ronde van Vlaanderen rijden’, roept dan iemand voor de grap en na zeven Duvels. ‘Dan kan ik eindelijk nog eens mijn benen scheren!’

Zo’n rit is een gesel voor de beginnelingen onder ons, die zich plots in het gezelschap weten van afgetrainde baldadigen, die hun snelste tijd nog sneller willen maken.

Nergens wordt meer gevloekt dan op de hellingen, als zo’n beginneling wankelend de weg verspert voor zij die zich op hun oude dag nog veel te serieus nemen en die heuvels opvliegen alsof ze peper in hun gat hebben.

Georges Brassens zong ooit: ‘Quand on est plus de quatre on est une bande de cons.’

Op de fiets is dat vaak ook zo, zeker als de vrijetijds­coureurs allemaal hetzelfde truitje dragen van de sponsor: een neringdoener uit de streek, meestal.

De keren dat ik opgejaagd door een meute overspannen toerrijders ongeveer in de netels ben gereden langs de Dijle zijn niet meer te tellen.

Dat komt natuurlijk omdat ze met hun bloeddoorlopen ogen niet meer goed zien waar ze rijden, maar toch.

Alle lust wil eeuwigheid, zei Nietzsche ooit, maar die heeft nooit op een fiets gezeten.

Alle mannen willen winnen. Zeker als ze in groep fietsen. Zij die zeggen dat ze voor hun plezier fietsen, hebben niet hard genoeg getraind.

Wat bij mij zeker het geval was toen ik voor de eerste keer aanzette voor de Ronde. Tegenwind, striemende regen, maagzuur van te veel gelletjes, die vreselijke kasseien, al dat volk dat ziet dat je bijna omvalt als de helling te steil wordt: fietsen is een les in bescheidenheid.

Op het einde van de Bosberg, wanneer de aankomst in zicht is, kreeg ik te maken met de totale kramp: als de ene kramp in mijn dijbeen wegtrok dan begon in het andere been de kuit op te krullen. Maar eens over de meet was alles vergeten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234