Donderdag 04/03/2021
Julie Cafmeyer. Beeld DM
Julie Cafmeyer.Beeld DM

ColumnJulie Cafmeyer

Laat mij maar het levende bewijs zijn van de waanzin die dit virus oproept

Julie Cafmeyer is columnist.

Ik ben in de Antwerpse Jodenbuurt. Er staan twee mannen met een machinegeweer in de bakker. De ene bestelt twee eclairs en een worstenbroodje, de ander een croissant. Ze doen hun bestelling alsof ze niet bewapend zijn of daar in legerpak staan. De bakkersvrouw doet ook alsof het normaal is dat mensen hier met geweren binnenwandelen. “Nog een prettige dag verder.” “Voor jullie hetzelfde.”

Wanneer ik buitenwandel, loeien er sirenes. Het is oorlog, denk ik. Een oorlog tegen virussen en terroristen. De veiligheid wordt gegarandeerd en ik kan de laatste tijd niet meer goed ademen.

Ik ga naar mijn kinesist voor ademhalingsoefeningen, ik zeg haar: “Ik duizel. Sinds enkele dagen voel ik de helft van mijn lichaam niet meer, alsof mijn ledematen mijn ledematen niet meer zijn.” Ze zegt dat ik tot drie moet tellen als ik inadem, tot vijf als ik uitadem. Ze haalt er een metronoom bij. Ze raakt me niet aan. Ik ben onderweg naar het ziekenhuis voor een hersenscan. Ik duizel, moedig mezelf aan. “Probeer het eind van de straat te halen. Tel tot drie, tot vijf. Zet een stap. En nog een. Draai niet weg.”

In de hal komt een verpleegster hysterisch naar me toe gelopen. Ze zegt: “Je weet toch dat als je op reis bent geweest, je eerst in quarantaine moet?” Ze blijft het maar herhalen, haar hoofd schudt alle kanten op, al schuimbekkend: “Quarantaine, quarantaine, quarantaine.”

De neurochirurg zegt dat de verpleegster in een psychose is beland. “Sinds de regering quarantaine verplicht na vakanties gelooft ze dat ze de hoofdcontroleur der quarantaines is.”

De verpleegster ligt inmiddels uitgeteld op de turquoise ziekenhuisvloer. “Haar aanvallen hebben een manische aard. De ene keer is ze strijdvaardig, de andere keer gaat ze knock-out. Als ze binnenkort niet ophoudt, zal ik niet anders kunnen dan een lobotomie uit te voeren.” Ik volg de chirurg naar een kamer. Hij spuit een vloeistof in mijn arm die mijn hersenen in het fluogeel doen oplichten. Hij test mijn reflexen, klopt op mijn knieën, mijn ellebogen.

Daarna kijkt hij onderzoekend naar het scherm waarop mijn hersenen zijn opgelicht. Ik fantaseer over posters van mijn fluogele hersenen die op bomen in het park worden geplakt, met als ondertitel: ‘Sinds Covid-19 worden mensen gek’. Laat mij maar het levende bewijs zijn van de waanzin die dit virus oproept.

“Ik duizel weer weg”, zeg ik de chirurg. Ik schud met mijn rechterarm, mijn rechterbeen. “Ik moet de hele tijd checken of dit lichaam mijn lichaam nog is.”

De chirurg houdt mijn hand vast. Ik ga tegen hem aan liggen, nu draai ik echt weg. Ik heb verkeerd geteld, het was eerst tot drie, en dan tot vijf. Of was het omgekeerd?

Ik val in een diepe slaap en in mijn droom zaagt de chirurg de helft van mijn schedel eraf.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234