Dinsdag 07/04/2020

Werkloosheid

Kunnen we de werkloosheid per provincie aanpakken?

Beeld Bas Bogaerts

Hendrik Bogaert is parlementslid voor CD&V. 

Het uitspreken van de doelstelling van volledige tewerkstelling door vicepremier Peeters is lovenswaardig. Het is een doel dat iedereen aanspreekt. In alle geval méér dan de andere parameters waar economisten graag op kicken: lage inflatie, een begroting in evenwicht of het abstracte streven naar economische groei.

Tegelijk opent zich het debat over wat we dan precies moeten doen om dat doel te bereiken. Wat heeft de Belgische economie en de arbeidsmarkt nu precies nodig om dat doel te halen? Wat moet er concreet gebeuren?

Bij een analyse van de cijfers valt onmiddellijk op dat in sommige provincies de werkloosheid dicht bij 3 procent zit, een cijfer dat ongeveer geldt als volledige tewerkstelling. In West-Vlaanderen bijvoorbeeld 3,7%. Een groot verschil met de provincies Henegouwen en Luik, waar ze nog boven de 11% hangt. In Brussel is de werkloosheid nog hoger, rond de 15%.

Het belangrijkste wat moet opgelost worden is de vanzelfsprekende vraag naar een al dan niet verschillend beleid naargelang de situatie op de arbeidsmarkt. Indien dit niet gebeurt, dan komen er bizarre gevolgen van het overheidsingrijpen. Een antwoord is staatshervorming, maar wat kunnen we ondertussen doen?

Enkele voorbeelden die de problematiek aankaarten:

In sommige provincies schreeuwt men nu al om geschoolde arbeidskrachten. Het is de logica zelve om dan te pleiten voor lossen van het aantal overuren. Meer overuren betekent meer mensen die sneller hun woonlening kunnen afbetalen. Een mooi maatschappelijk doel wordt sneller ingevuld. Meer overuren betekent meer arbeidsvolume zodat de bedrijven de economische groei kunnen blijven voeden. Een vanzelfsprekende win-win voor werknemer en werkgever zolang de werknemer een echt vrije keuze heeft.

Stel nu dat men de mogelijkheden om overuren te doen, vergroot over het ganse grondgebied. Dan komt men in de provincie Henegouwen in de sociale problemen. Immers, meer overuren toelaten betekent dat minder mensen een job zullen hebben. Sociaal gesproken heeft men er geen belang bij. Dus zegt men: waarom meer overuren toelaten wanneer nog zoveel mensen werkloos zijn?

Nochtans zou het verhogen van het aantal overuren in West-Vlaanderen een bonus zijn voor de nationale sociale zekerheid. Iedereen zou er baat bij hebben.

Erger zou het nog worden wanneer sommigen vanuit sociaal oogpunt nieuwe arbeidsherverdeling als redmiddel voor een hoge werkloosheid in sommige provincies zouden kunnen doordrukken. Een economische ramp voor de provincies waar reeds lage werkloosheid is.

Plantrekkers

In de lagewerkloosheidsprovincies is bijna iedereen aan het werk. Men zou als volgt kunnen redeneren: elk dorp of elke stad zal wel enkele plantrekkers hebben, maar heel veel kunnen het er niet zijn met een dergelijk laag werkloosheidscijfer. Waarom dan een harde maatregel nemen zoals bijvoorbeeld het stoppen van de werkloosheid in de tijd? Een maatregel waarbij iemand die uit de werkloosheid gaat, wel bij het OCMW terecht kan, maar wellicht na een vermogenstoets zijn huis zou verliezen? Ze zullen zeggen: stel nu dat we de werkloosheid in de tijd beperken over het ganse grondgebied België, dan zullen we misschien iets kunnen doen aan de door sommigen aangevoelde slechte arbeidsethiek in de zuidelijke provincies. Of aan de generatiewerkloosheid die leidt tot generatiearmoede. Maar met heel wat sociale schade in die provincies zelf, maar ook in de andere provincies met een lage werkloosheid.

Brugpensioen zal in de lage werkloosheidsprovincies niet als positief worden ervaren. Het is wel sociaal bedoeld en biedt bescherming maar zelfs met de extra premies leidt het tot een zekere verarming voor de werknemer. Wanneer er voldoende jobs zijn, dan is het de vraag of men dit -zelfs vanuit sociaal oogpunt- in stand moet houden. In de hoge werkloosheidsprovincies zal het als asociaal worden aangevoeld om iemand die een zekere leeftijd heeft, op de arbeidsmarkt af te sturen. Zijn kansen zijn klein om nog een zelfde inkomen te bereiken.

In de lagewerkloosheidsprovincies heeft men er belang bij om de pensioenleeftijd voldoende hoog te zetten. De werkgelegenheidsgraad gaat omhoog, de beste garantie op een sterke sociale zekerheid op lange termijn. Er zijn toch jobs, de pensioenen veilig stellen gaat zeker niet ten koste van jongeren, wel integendeel. In de hoge werkloosheidsprovincies denkt men dat men belang heeft bij een lagere pensioenleeftijd, immers, de arbeid moet gerantsoeneerd, verdeeld worden.

In lagewerkloosheidsprovincies ziet men ook dat het ondernemerschap stimuleren leidt tot economisch en sociaal resultaat. Kapitaalvorming en competitieve ondernemersfiscaliteit worden er aangevoeld als noodzakelijk om investeringen te kunnen blijven doen. Dit is op zijn beurt een garantie op lage werkloosheid in een daarop volgend decennium. Een stilzwijgend sociaal contract, maar het werkt.

Belastingvrij

In hogewerkloosheidsprovincies ziet men die overwinningen minder en zal men snel geneigd zijn tot extra belastingen, zeker wanneer ze bij andere provincies terechtkomen.

De laagste lonen volledig belastingvrij maken is vrijwel het enige middel dat er is, waar de belangen van provincie tot provincie gelijk lopen.

Voor de rest is een differentiatie van het beleid absoluut noodzakelijk om tot volledige tewerkstelling te komen. De arbeidsmarkten zijn anders, een oorzaak maar ook een gevolg van een andere sociale en economische kijk op het beleid.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234