Dinsdag 18/02/2020

Opinie

Kunnen we aanslagen met vrachtwagens tegenhouden?

Beeld REUTERS

Ali H. Soufan is een voormalig speciaal agent van de FBI en auteur van 'The Black Banners: The Inside Story of 9/11 and the War Against al-Qaeda'.

De terreuraanslag met een vrachtwagen in Nice was shockerend qua gevolgen - 84 mensen dood en honderden gewonden - maar niet qua methode. Jihadi's doen al heel lang een beroep op hun sympathisanten om alledaagse voertuigen te gebruiken als wapens waarmee bloedbaden kunnen worden aangericht.

Zes jaar geleden moedigde het Engelstalige al-Qaeda-blad Inspire - de publicatie die de plegers van de aanslag op de marathon van Boston leerde hoe ze hun bommen moesten maken - "lone wolves" expliciet aan om voetgangers met auto's aan te rijden. Recentelijker heeft de voornaamste woordvoerder van de Islamitische Staat, Abu Mohammad al-Adnani, soortgelijke tactieken bepleit. De afgelopen paar jaar hebben aanslagen met voertuigen, zonder dat er gebruik werd gemaakt van explosieven, plaatsgevonden van Israel tot Canada.

Maar de omvang van het bloedbad in Nice is een beangstigende nieuwe ontwikkeling, die al heeft geleid tot gerechtvaardigde zorgen over identieke aanslagen elders. Dit werpt de vraag op wat er aan gedaan kan worden. Als zoiets gewoons als een vrachtwagen al zoveel dood en verderf kan zaaien, is er dan enige hoop op het tegenhouden van nog meer terreur?

In Frankrijk lijkt het antwoord "nee" te luiden. "De tijden zijn veranderd", zei premier Manuel Valls. "Frankrijk zal moeten wennen aan terreur." Op sociale media gaven burgers uiting aan een soortgelijk gevoel van berusting.

Valls heeft absoluut gelijk als hij de hoop op een snelle oplossing probeert te temperen: het terrorisme is een notoir lastig probleem waarvan de bestrijding, zelfs met de best mogelijke strategie, vele jaren zal duren. Maar het echte probleem is dat, na zoveel aanslagen in de afgelopen anderhalf jaar, het Westen zijn focus is kwijtgeraakt en eerder geneigd lijkt individuele terroristen af te stoppen in plaats van over een langetermijnstrategie na te denken.

Als we serieus zijn over het elimineren van deze dreiging, moet het Westen een paar belangrijke veranderingen doorvoeren. De eerste en meest voor de hand liggende is dat we moeten erkennen dat de bezetting van grote delen van Irak en Syrië geen tragedie is die zich in verafgelegen landen afspeelt, maar dat het de drijvende kracht is achter deze aanslagen, operationeel en qua inspiratie.

In theorie geven de Verenigde Staten leiding aan een coalitie van 65 landen tegen de Islamitische Staat. In werkelijkheid doen de meeste van deze landen weinig meer dan stoere verhalen vertellen. Zelfs de landen die een betekenisvolle bijdrage leveren - waartoe Frankrijk behoort - gaan zelden verder dan luchtaanvallen en zo nu en dan een actie van speciale eenheden. Niet alleen is deze halfhartige aanpak er niet in geslaagd de Islamitische Staat te verslaan, maar het falen ervan heeft de bewering van deze groepering onoverwinnelijk en door God gekozen te zijn ondersteund. Hetzelfde geldt voor andere extremistische organisaties met grondbezit, zoals al-Qaeda op het Arabisch schiereiland en de diverse groeperingen die met elkaar strijden om de controle van de Libische kust.

Bovendien beschouwen te veel landen in de regio de Islamitische Staat als een dreiging van secundair belang, die ondergeschikt is aan sektarische rivaliteiten. Dergelijk sektarisme kan de conflicten in Syrië, Irak en Jemen alleen maar langer laten voortduren; dit onttrekt op zijn beurt waardevolle zuurstof aan de strijd tegen de Islamitische Staat en de filialen van al-Qaeda.

Het Westen mag dan misschien oorlogsmoe zijn, de oorlog is ons nog lang niet moe. We moeten onze focus herpakken en onze inspanningen tegen de Islamitische Staat en soortgelijke groeperingen verdubbelen, zelfs als dat betekent dat we betrokken kunnen raken bij een nieuwe militaire campagne - hoewel we ook op plaatselijke Arabische en islamitische bondgenoten moeten vertrouwen als het om de terbeschikkingstelling van grondtroepen gaat. Alleen door de Islamitische Staat als organisatie te vernietigen kunnen we haar als bron van mondiale terreur elimineren.

Tegelijkertijd moeten we oppassen niet in de val te trappen van het geloof dat alleen militaire kracht zal volstaan. Zoals president Obama onlangs tegen de kadetten van de militaire academie van West Point zei, is het feit dat je over de beste hamer ter wereld beschikt nog geen reden om in ieder probleem een spijker te zien. Behalve dat we de Islamitische Staat en anderen van hun grondgebied moeten beroven, moeten we hen ook de mogelijkheid ontzeggen om de geesten van potentiële rekruten te bereiken.

Het leven van miljoenen jonge mannen in de islamitische wereld - en in de islamitische enclaves in het Westen - wordt gekenmerkt door chronische werkloosheid, abominabele onderwijsmogelijkheden, sociale ontwrichting en wijdverbreide corruptie of onverschilligheid. In haar goed-geproduceerde propaganda belooft de Islamitische Staat het tegenovergestelde: een leven van kameraadschap, avontuur, geestelijke voldoening en een kans om een islamitisch Utopia te stichten. Het verder marginaliseren van kwetsbare gemeenschappen - door ze bijvoorbeeld te onderwerpen aan loyaliteitstoetsen, zoals sommige politici hebben geopperd - zou het probleem alleen maar verscherpen.

In plaats daarvan moeten we met de landen in het Midden-Oosten en daarbuiten samenwerken om een einde te maken aan de maatschappelijke omstandigheden die het extremisme bevorderen. We hebben lang genoeg gepraat over zoiets als de "bescherming van de democratie" en dat soort zaken zonder werkelijk iets te doen. We moeten ons hard maken voor het beëindigen van repressie en corruptie, en op die manier duidelijk maken dat de jihadisten geen monopolie hebben op het verwerpen van falend beleid. We moeten politieke en economische steun bieden om de machtsvacuüms te vullen waar terroristen vaak misbruik van maken. We moeten werken aan de verbetering van het onderwijs om jonge mensen een betere toekomst te kunnen geven, naast de instrumenten voor kritisch denken die ze nodig zullen hebben om de valse beloften van het extremisme af te wijzen.

Niets van dit alles zal een volgende aanslag kunnen voorkomen, en er zullen waarschijnlijk nog meer onschuldigen hun levens verliezen vóórdat de Islamitische Staat en al-Qaeda eindelijk zullen worden verslagen. Maar dat zal nooit gebeuren als we onze inspanningen niet richten op wat er werkelijk toe doet.

Vertaling: Menno Grootveld

Ali H. Soufan.Beeld Bart Koetsier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234