Donderdag 24/09/2020

OpinieKirsten Bertrand

Kun je talent hebben voor de dood?

Met zijn hondje Guus. Tijdens zijn afscheidsspeech vertelde Filip hoe erg hij het vond voor zijn viervoeter.Beeld RV

Filip Brone overleed maandag aan de gevolgen van kanker. Hij werd 42 jaar. Hoofdredacteur Kirsten Bertrand neemt afscheid van haar vriend. 

“Gaat niet meer goed.”

Het bericht waarvoor ik al weken vreesde, liep dinsdagochtend 7 juli om 10.08 uur binnen. Filip. Mijn vriend. Al van toen we uit het ei kropen.

Fuiven, kroningsfeesten, legendarische carnavalsnachten, Chrysostomos, bullshitjes drinken in The Pub, de goal van Albert tegen Nederland in 1994.

Filip was erbij.

Onze Tongerse tienerlevens liepen heel erg gelijk. Met als gemeenschappelijke passie: horecabezoek, liefst van de oneindige soort. In die jaren kreeg ik ook een geweldig jeugdlief dat eerst een tijd met zijn zus was samengeweest, waardoor het op een gekke manier voelde alsof we plots schoonfamilie werden.

Later, in Leuven, werd de band inniger. Hij studeerde Pol & Soc, ik Germaanse. We waren niet zo sterk in het bijbehorende kotleven, zeker niet aan het begin. Wij hadden, zonder dat we dat ooit echt tegen elkaar uitspraken, wat last van heimwee en dus zochten wij elkaar veel op – hij had een televisie. We lagen dan zij aan zij in zijn krappe zetel en keken naar Terzake. Ter onzer verdediging: de Terzakes van de tweede helft van de jaren 90 waren de shit. Gewéldige begingeneriek. Die met de scalpel, ja. Wij kunnen de tune nog helemaal meeneuriën. Die cocktail van te veel tijd en nog meer Walter Zinzen leverde ons een band voor het leven op.

Net voor kerst belde hij me op. Dat de zeldzame kanker waar hij al twee jaar mee leefde, terug was en wellicht niet meer te genezen. Ik viel stil en weende. Ook bij de prof die (te) laat begrepen had dat het opnieuw de foute kant op ging: tranen. Gek genoeg had hij háár getroost. En en passant gezegd dat hij haar een hele mooie vrouw vond. Dat kon nu toch wel, vond hij. Ik moest lachen. Paljas. Middelvinger aan de kanker.

“Enkele maanden”, had ze geantwoord op de vraag hoe lang hij nog had. En dus begon hij, toen de euthanasiepapieren in orde waren, aan een afscheidstournee. Filip haalde dichte en verre vrienden naar d’oudste stad van het land, ex-liefjes, oud-studiegenoten, mensen die hem dierbaar waren geweest. Heuse zitdagen in café ’t Gerechtshof en in Au Phare. Hij appte me dan enthousiast foto’s van zijn ontmoetingen.

Dag Joke Vermassen met de prachtige krullen en de beroemde vader! Dag Johan Withofs met de kassei van Parijs-Roubaix! Dag heerlijke dellen van Wellen!

Ook bron van eindeloos plezier: hoe horkerig sommige verre kennissen omgingen met het feit dat ie terminaal was. Ongegeneerd sms’en sturen in de trant van: ‘En? Voel je al iets?’

Hij was leerkracht en gaf een zinderende afscheidsspeech voor alle 150 collega’s en oud-collega’s die hij ooit had gehad. Hij stuurde me de video van zijn toespraak waarin hij hen haarfijn uitlegde welk onheil hem was overkomen, zodat iedereen nog even uit zijn mond kon horen hoe de kanker precies in de man zat. Geen fake news aub, hij wilde één versie van wat zijn lot was geworden, de wereld insturen.

Hij sprak voor die volle zaal uit hoe geweldig zijn leven was geweest, hoe dankbaar hij was voor de goeie band met zijn ouders, zijn zus en zijn broer. Hoe fantastisch zijn vriendin Ine voor hem zorgde. En dat hij het zo erg vond voor z’n hondje Guus.

Bijna niemand hield het droog: hij knuffelde de tactielen en gaf de afstandelijken een klap op hun schouder. “Het helpt me ongelooflijk dat anderen uiten dat ze het erg voor me vinden. Ik kan hen dan op mijn beurt troosten waardoor ik me ook weer goed kan voelen”, stuurde hij me achteraf. Kan je talent hebben voor de dood? Ik denk van wel. Hij hielp letterlijk elke toehoorder over z’n onhandigheid heen.

En toen kwam corona. De angst voor de ziekte op de ziekte. Voor een non-begrafenis ook. Van zijn definitieve afscheid wilde sociale Filip een gebeurtenis maken. Een afscheid in groep. Voor zijn moeder ook. Geen sof voor tien man en een paardenkop.

Maar corona werd beter, en hij zieker.

Eerst stierf in mei nog zijn schoonvader. Kanker, jawel. Ludo en hij waren tegelijk ziek geworden. Vijf jaar eerder was zijn eigen vader al aan het k-woord overleden. “Het is zo absurd dat wij er van miserie mee zijn beginnen lachen thuis.”

De absurditeit in combinatie met het virus leverde een bijbels tafereel op. Zijn schoonvader was dierenarts. Omdat hij wél overleed tijdens de nog strenge corona-situatie – een gewone uitvaart was onmogelijk – besloten de dorpsbewoners met hun dier buiten een erehaag te vormen toen de stoet van auto’s met de assen van Ludo voorbij gleed richting kerkhof. Honden, katten, konijnen, een occasioneel paard. In zowat elke straat stonden ze flink naast hun baasjes die het hoofd bogen als eerbetoon aan hun geliefde dierendokter. “Het was prachtig. Misschien nog mooier dankzij corona.”

En toen laaide corona weer op en zette zijn kanker de eindspurt in. Dat was twee keer onmenselijk. Ten eerste omdat het eng is om finaal ook nog de regie over je eigen begrafenis te verliezen. Stel dat er straks maar vijftig man meer mocht komen door de heropflakkering? Maar ook omdat zo’n eindstadium (goddank bestaat er zoiets als euthanasie) letterlijk onvoorstelbaar is. Je weet niet heel precies wat komt en hoe het zal komen. Je ondergaat.

Toch, zei hij me, bleef hij dankbaar voor elke goeie dag dat ie nog met z’n Vespa kon gaan rijden. Ook al zat de tumor in de weg op zijn rug. Zo gegroeid dat ie losse hemden moest beginnen dragen. Dat hij er sterk door vermagerde. Dat hij drie weken amper z’n bed uit kon. Angst? Doodsangst? Viel mee, zei ie. “Sinds de dag dat ik weet dat ik ga sterven, slaap ik goed.”

Ik vind het bovenmenselijk wat mijn vriend gedaan heeft. Ik had het prima gevonden als hij wat dingen kort en klein had geslagen. Een bozig brandje stichtte. Ten strijde trok tegen, ik zeg maar wat, de viruswaanzin. Maar dat zat er blijkbaar niet in. Zijn grootste uitspatting betrof de aankoop van een rijtuig.

“Ik wil nog een laatste keer iets geks doen. Een motor berijden. Een echt machien. Al is het maar voor één dag.” Eind juli appte hij me een foto van een stalen ros. Stond ernaast te blinken: Easy Rider himself. Die begrafenis zou nog wel even moeten wachten.

Dan, een ongenadige hittegolf. En zijn laatste berichtje.

Hoeveel kan een mens huilen?

Ik klap mijn laptop open en begin te tikken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234