Woensdag 16/10/2019
Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Column

Komt er me dáár een generatie van gemene, verongelijkte zeur­kousjes aangerold

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels, zijn vader en zijn vrouw. Zijn nieuwe roman Ik heb aids van Johnny Diamond verscheen bij Pottwal Publishers.  

Tussen mijn vader en zijn noodknop blijft de toestand gespannen. Laatst had iemand van de centrale hem toegesproken om hem te waarschuwen dat hij een stop­contact moest opzoeken – de noodknoppen­man in Genk krijgt een alarmpje als een van zijn oudjes zich met onvoldoende batterij­vermogen te ver van de woning begeeft.

Die kunnen zien waar ik ben! zei mijn vader kwaad.

Dat is de bedoeling, zei ik.

En als ze iets tegen mij kunnen ­zeggen, betekent dat dat ze mij kunnen horen ook, zei hij.

Ook dat is volgens plan, antwoordde ik.

Het is verschiet­achtig, zei mijn vader. Ge staat in de tuin en opeens zegt er iemand: meneer Peeters! Ik steek dat niet meer in.

Dan bellen ze elke dag naar ons om te zeggen dat ge het móét insteken, zei ik. En als er niemand reageert, sturen ze een ziekenwagen.

Belachelijk, zei mijn vader.

Het is de kleine prijs die je betaalt om op je 87 zelfstandig te kunnen ­blijven wonen, zei ik. Een gadget dat maakt dat iedereen geruster slaapt. Er is altijd de kans dat er iets misloopt.

Bijlange niet, zei mijn vader, waarna hij vroeg of het al gevroren had in de Oostkantons, en of de oude boer aan het eind van de straat nog leeft. Mijn vader is er nogal op gebrand om het langst te leven van iedereen, en houdt graag de scores bij.

Hij is natuurlijk in de eerste plaats heel eenzaam, zei mijn vrouw tijdens de rit naar huis. Koppigheid wordt te allen tijde overruled door eenzaamheid.

Je kunt ook eenzaam én bezonnen zijn, zei ik. Er staat nergens in de wet dat oude mensen verplicht weerspannig of zonderling moeten zijn. Er is niks mis met gedwee. Niet alles moet aan een cliché beantwoorden.

Vorige week hadden wij toch ­ontzettend hard moeten lachen om het iPhone-incident van Stijn Meuris – je zou toch denken dat de ware tiener vooral lacherig of laconiek of zelfs enthousiast zou reageren als een spreker een telefoon door de zaal keilt, zei mijn vrouw, maar nee: ze begonnen te huilen en ze kregen paniek­aanvallen. Dat trucje hebben ze dus ook al door: dat je heel veel aandacht krijgt, en vaak ook gelijk, als je het slachtoffer speelt. Komt er me dáár een generatie van gemene, verongelijkte zeur­kousjes ­aangerold. Steeds klaar om te pruilen, kapitein! Immer tot een traantje bereid. Zoals die Monica Lewinsky laatst op tv: staat twintig jaar na de feiten nóg te snotteren. Terwijl er om te beginnen al niet veel te snotteren víél.

Die avond rommelde ik door oude foto’s – er is me gevraagd om een boekje te maken over mijn moeder en haar alzheimer, en dat vergt wat gegraaf in gedane zaken.

Als er mensen sterven, is het ­eigenlijk wel gemakkelijk, zei ik toen ik, ietwat murw, kwam slapen. Je kunt je verdriet ergens aan tóékennen. Terwijl het er anders óók wel is, maar dan ­richtingloos. Vogelvrij.

Morgen schijnt vermoedelijk alweer de zon, zei mijn vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234