Zondag 08/12/2019

Interview Wellesnietes

Klimaatles in het secundair: goed idee of niet nodig?

Pieter Boussemaere (l) en Koen Daniëls. Beeld Stefaan Temmerman

Een voor- en tegenstander gaan in duel over een hot issue. Deze week: als eerste land ter wereld zet Italië het vak ‘klimaatles’ in het leerplan. Moet België dat voorbeeld volgen?

Pieter Boussemaere: ‘Kinderen kunnen ouders leren het klimaat te redden’

Jongeren begrijpen dat de klimaatproblematiek urgent is, maar hun pure kennis is oppervlakkig, zegt lerarenopleider en klimaatexpert Pieter Boussemaere. ‘Een apart vak schept duidelijkheid voor de leerlingen.’

“‘De wereld is ziek. Om die te genezen, moeten we onze levensstijl ombuigen. We moeten minder consumeren, minder met de auto rijden en minder vlees eten.’ Dat is geen motiverend verhaal, toch? Nochtans is dat wat er dikwijls in ons onderwijs gebeurt. Het klimaat, milieu en duurzaamheid worden op een hoopje gegooid.

“Dat is geen goed idee. Het remt onze jongeren af, omdat de berg te groot wordt. Daardoor kunnen ze die niet meer overzien. En dan begint het tellen: ik sorteer en composteer al, dus ik mag wel eens naar Thailand vliegen. Jongeren denken dan dat ze goed doen voor het klimaat, maar daar hebben sorteren en composteren finaal niets mee te maken. De essentie van het klimaatprobleem is immers de hoge uitstoot van broei­kasgassen, afkomstig van het gebruik van fossiele brandstoffen, die voor een ongezien snelle opwarming van de aarde zorgen.

“Een apart vak klimaat schept duidelijkheid voor leerlingen. Want zij zijn wel degelijk bezig met de klimaatproblematiek, zowel positief als negatief. Sommige jongeren liggen er wakker van, anderen kijken vanop een afstand, en nog anderen moeten er niet van weten. Volgens mij begrijpen ze wel dat de situatie urgent is en dat de tijd dringt. Maar hun pure kennis is eerder oppervlakkig. Wat het klimaatprobleem is en hoe we dat moeten oplossen, daar hebben ze geen idee van.

“Moeten zulke lessen al in de lagere school starten? Dat kan. Maar ik denk dat het secundair onderwijs beter geschikt is. In de eerste jaren zou je bijvoorbeeld met een beperkt aantal vakgroepen samen een leerlijn kunnen uitstippelen. In de derde graad kan dat dan uitmonden in een vak ‘klimaat’, waar alles samenkomt. Belangrijker: het mag niet aanvoelen als een ‘blokvak’. Dan studeren jongeren voor hun examen en vergeten ze de kennis erna weer. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat andere werkvormen, zoals projecten, daarbij een goede aanvulling kunnen zijn.

“En laat vooral mensen met kennis die les geven. Momenteel telt ons onderwijs te weinig klimaatspecialisten, in de ruimste zin van het woord.”

Nieuwsgierig maken

“Dankzij een goede, duidelijke en vooral juiste basis kunnen onze leerlingen ook echte klimaatambassadeurs worden binnen hun gezin. De voetafdruk van jongeren is beperkt, maar ze kunnen hun ouders wel aansporen om het beter te doen. Vergelijk het met de jaren 80. De jeugd van toen leerde hun ouders sorteren en composteren. Nu kan de jeugd hun ouders leren om klimaatvriendelijker te zijn.

“Dat hoeft niet duur te zijn. Een gesprek over groene elektriciteitsleveranciers kost niets. Maar als ouders daardoor beslissen om de overstap te maken, is dat een positief gevolg. Of moet er een nieuwe wagen gekocht worden? Misschien heeft het gezin zelfs niet gedacht aan een elektrisch exemplaar. Nog: velen schatten de kostprijs van zonnepanelen veel hoger in dan die doorgaans is. Als ouders nieuwsgierig worden door wat hun kinderen ’s avonds aan de keukentafel vertellen, zullen ze in de toekomst misschien denken aan concreet haalbare alternatieven.

“Je mag de invloed van jongeren in een gezin niet onderschatten. Zij zijn dus bij uitstek de juiste persoon om ideeën door te geven.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Koen Daniëls: ‘Maak de jeugd niet zo bang met die doemverhalen’

Volgens N-VA-onderwijsspecialist Koen Daniëls is er in Vlaanderen geen behoefte aan een nieuw vak klimaatles: “Al in de lagere school leren kinderen sorteren en het licht uitdoen.”

“De Italiaanse minister van Onderwijs wil zijn klimaatlessen gebruiken voor politieke doelen. Naast een aparte ‘klimaatles’ zou het onderwerp volgens hem ook centraal moeten staan in alle andere lessen als kern van het curriculum. Wekelijkse lessen om kinderen een allesvernietigende klimaatstrijd – een ware armageddon – te onderwijzen, werkt verlammend in plaats van oplossingsgericht. Het narratief is volledig doorgedraaid. Ik zie echt niet in waarom we onze kinderen in klimaatlessen bang zouden maken met apocalyptische toekomstverhalen.

“Uit mijn gesprekken en debatten met jongeren kan ik afleiden dat er al veel aandacht gaat naar het klimaat en duurzaamheid tijdens de lessen. Ze geven aan dat het onderwerp behandeld wordt tijdens aardrijkskunde, geschiedenis... Ook in de lessen Nederlands gaan leerkrachten aan de slag met teksten over klimaat en duurzaamheid.

“Los van de inhoud brengen dergelijke voorstellen ook praktische problemen met zich mee. Een wekelijks uur wil zeggen dat je moet snoeien in de lesuren van een ander vak of zelfs een bestaand vak volledig moet schrappen. En dan is de eerstvolgende vraag standaard: welk vak? Moeten de leerkrachten Nederlands of wiskunde het met een uur minder doen? Knabbelen we liever aan de twee uurtjes aardrijkskunde? Of moeten muzikale of praktische vorming helemaal verdwijnen? Daar komt altijd miserie van. En we moeten onze leerlingen ook geen uur langer op de schoolbanken zetten. Ik denk dat ze al genoeg tijd doorbrengen in een klaslokaal.”

Eindtermen

“Regelmatig vraag ik cijfers op over de klimaatspijbelaars. Tegenwoordig zijn ze nog met een zeshonderdtal die naar Brussel trekken. We moeten ons volledige onderwijssysteem toch niet radicaal omgooien voor hen?

“Meer nog: er werd al geluisterd nog voor de spijbelaars de straat op gingen. De nieuwe eindtermen van de eerste graad – die sinds dit schooljaar gebruikt worden – hebben een apart hoofdstuk over duurzaamheid, zoals: kinderen kunnen de globale uitdaging van duurzaamheid situeren.

“En zelfs als het onderwerp nog niet expliciet werd opgenomen, krijgt het al de nodige aandacht. Van in de lagere school leren kinderen sorteren en het licht uitdoen als ze de klas verlaten. De leerkrachten leggen zelf een groentetuin aan. Ouders wordt gevraagd om een stuk fruit te voorzien in plaats van een koek in plastic. Daar hebben al die leerkrachten en directies geen eindtermen, laat staan een wekelijks lesuur, voor nodig.

“Neen, als we onze jongeren iets willen bijbrengen over het klimaat, moeten we dat anders aanpakken. We kunnen hen beter goed opleiden om actief mee te denken over de oplossingen. Hoe? Door hen excellent onderwijs te bieden.

“Dat kan zelfs mee gestuurd worden uit bepaalde sectoren. Dit jaar is duurzaamheid bijvoorbeeld het thema van Essenscia, de sectorfederatie van de chemische industrie en de life sciences. Zij zoeken in de wetenschap een antwoord op heel wat uitdagingen in de wereld. Of het nu gaat over batterijen, chemische processen of de circulaire economie. Hun slogan is dan ook ‘Today’s talent for tomorrow’s solutions’. De talenten van vandaag voor de oplossingen van morgen. Die zullen vooral uit de technologische en wetenschappelijke wereld moeten komen. Laat ons onderwijs het maximale uit leerlingen halen. Zij zullen meedenken aan de oplossingen voor uitdagingen op het vlak van milieu. Dat bereik je niet door hen wekelijks een uur lang de apocalyps voor te houden.”  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234