Dinsdag 22/10/2019
Sabrine Ingabire. Beeld rv

Column Sabrine Ingabire

Kleine broer, sorry dat je zwart-zijn zo zwaar aanvoelt

Sabrine Ingabire is journaliste en schrijfster. Ze is aan de slag bij NRC Handelsblad in Amsterdam. Haar column verschijnt tweewekelijks.

Kleine broer,

Dit is de tweede brief die ik je schrijf. Dit keer publiekelijk, dus minder persoonlijk. Want we doen daar niet aan mee, aan publiek vertoon van affectie. Zo zijn we niet opgevoed. (Niet dat wij anders wel veel affectie tonen, maar toch.)

Ik huilde zondagavond om jou. Niet alleen om jou, ook om onze neefjes en nichtjes, en de broertjes en zusjes van mensen met een migratieachtergrond. Het was zeven uur, bij mijn beste vrienden, en zij wilden de uitslagen van minuut tot minuut volgen. Zelf wilde ik alleen het uiteindelijke resultaat kennen. Ik had die bijeenkomst belegd, deels om de verjaardag van Michiel en Fender te vieren, deels omdat ik niet alleen wilde zijn bij het vernemen van dit ‘nieuws’. Ik vroeg de tv even uit te zetten, en ze luisterden niet, en ik vroeg het opnieuw, en ze luisterden niet, en uit het niets begon ik te huilen. Best dramatisch allemaal; je zou gelachen hebben.

Maar ik huilde niet om mij. Dat extreemrechts wint in extreem racistisch Vlaanderen is geen verrassing – al wie het niet zag aankomen, had het privilege het niet te zien aankomen. Maandagochtend las ik hoe witte mensen – progressieve mensen, weet je wel, linkse mensen – zeiden dat dit hun Vlaanderen niet is. Zoals toen mensen na de verkiezing van Trump ontwaakten en zich verbaasden dat racisme zo heftig was. In het land waar zwarte mensen regelmatig worden neergeschoten door witte politieagenten die daarna vrijuit gaan. Er is niets ergers dan een land gebouwd op kolonialisme en white supremacy dat voortleeft op koloniale waarden, maar gelooft gedekoloniseerd te zijn. Of, in dit geval, een landsdeel.

Racisme

Sorry, ik denk dat ik dingen zeg die je niet begrijpt. Ik weet nog steeds niet zo goed hoe met jou over racisme te praten. Misschien omdat ik heel hard wens dat ik niet met jou over racisme hoefde te praten. Dus we houden het op “hoe gaat het dáár?” en “stuur me als er iets is en ik los het voor je op” tussen twee glazen bruisende wijn op familiefeestjes. Ik wilde dat een volwassene mij had gewaarschuwd voor en beschermd tegen racisme, opdat ik hetzelfde voor je zou kunnen doen zonder in academische taal te vervallen.

Maar ik denk dat ik je wil zeggen dat ik zondagavond ook een beetje om mijn jongere zelf weende. Om het zwarte meisje dat in Ninove opgroeide en daar leerde dat je naar zwarte mensen verwijst met het n-woord. Het zwarte meisje dat lachte met racistische moppen die geen moppen waren, deels omdat ze zich niet kon toelaten te beseffen hoe racistisch ze waren, deels omdat ze niet begreep dat mensen die van haar hielden ook zo racistisch konden zijn. Om het zwarte meisje dat in 2014 na de verkiezingen ontwaakte en vernam dat 47 procent van de stad die ze toen nog ‘thuis’ noemde op extreemrechts had gestemd. En haar hart, dat brak. En de paranoia op straat. En de angst. En vooral haar vrienden, die voor het eerst waren gaan stemmen en van wie velen ook op extreemrechtse partijen hadden gestemd. En haar hart, dat nog meer brak. Ik weende voor mijn jongere zelf, maar vooral om jou, omdat jij daar nog bent.

Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken houdt een toespraak in Ninove op 1 mei. Beeld BELGA

Misschien ervaar je het allemaal niet zo. Misschien is het beter als dat niet zo is. Ik wil niet dat je bang bent. Het is beangstigend, maar ik hoop dat je niet bang bent. Maar wat wilde ik toch dat jij daar niet hoefde op te groeien. Dat je zou kunnen opgroeien met mensen die je respecteren, leerkrachten die in jou geloven, vrienden die van je houden – niet omdat jij “een goeie zijt voor een n-woord”, maar omwille van wie je bent. Van hoe leuk je bent. Voor zoverre je leuk bent. (Dit was niet eerlijk: soms ben je echt grappig. Echt waar. Niet vaak, maar toch.)

Belgische bodem

Lieve K.,

Ik schrijf je deze brief omdat jij, en jouw generatie van jongeren met een migratieachtergrond, en jouw generatie van jongeren die als ‘anders’ bestempeld worden, de enigen zijn voor en tegen wie ik over deze verkiezingen wil praten. Omdat ik wilde dat iemand mij in 2014 had gezegd dat ik evenveel recht heb op de Belgische bodem als de mensen die mij die bodem niet gunnen. Dat ik het recht heb veilig en zorgeloos te bestaan. Dat mijn voorouders stierven opdat ik hier vrij zou kunnen rondlopen – en dat, ook als dat niet zo was, mijn mens-zijn mij die vrijheid waarborgt. En misschien had ik gewild dat iemand sorry had gezegd. “Sorry dat je zwart-zijn nu zo zwaar aanvoelt.”

Sorry, broer.

Maar vooral wilde ik dat iemand mij in 2014 had verteld dat er een leger is aan mensen die haat en onrecht bestrijden opdat jouw leven een beetje lichter zou zijn. We doen ons best, en ons best lijkt soms niet genoeg. Maar we zijn er. Je bent niet alleen. Jullie zijn niet alleen.

Liefs,

S.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234