Donderdag 07/07/2022

EssayJonathan Holslag

Jonathan Holslag: ‘We hoeven er geen doekjes om te winden: het wordt in vele opzichten moeilijker in de toekomst’

Jonathan Holslag. Beeld Bas Bogaerts
Jonathan Holslag.Beeld Bas Bogaerts

Jonathan Holslag doceert aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is de auteur van Van muur tot muur: de wereldpolitiek sinds 1989. Voortaan schrijft hij elke maand een essay voor De Morgen.

Jonathan Holslag

U bent pessimistisch, reageerden lezers nadat mijn vorige opstel besloot dat de pijlers van onze welvaart rot zijn (DM 12/3). Hebben we de deiningen dan niet goed doorstaan? Eerst kwamen de terroristen. Hun aanslagen schokten de wereld, maar troffen nog geen miljoenste van onze bevolking en de rust keerde weer. Dan kwam een financiële crisis. Die deed de markten daveren, maar zij herstelden snel en de meeste Belgen zijn vandaag rijker dan ooit. Daarna was er de migratiecrisis. We dreigden overspoeld te worden. Maar het tij van rubberbootjes keerde en de bezorgdheid van de bevolking verschoof naar zaken als milieu en gezondheid. Corona verlamde het leven. Maar wederom bleken mensen en markten veerkrachtig. Nu is er oorlog in Europa. Maar we hoeven niet te vechten en de gaskraan blijft open.

Inderdaad: de veiligheidsmechanismen hebben gewerkt. Artsen, verplegers, verzorgers en medische wetenschappers hebben zichzelf overtroffen. Overheden bleven investeren en hebben daardoor een bloedbad bij bedrijven en burgers voorkomen. Het valt dus wel mee en ons land blijft een formidabele plek. Welnu, het is dat besef dat mij bezorgd maakt. Misschien heeft onze samenleving wel wat weg van Venetië. Zij lijkt onverzettelijk en bij momenten betoverend aan de oppervlakte. Maar de fundamenten worden aangetast door stijgend en woeliger water. Dat gebeurt gestaag, zodat er gewenning ontstaat, een ondoordacht optimisme, of de begoocheling dat optimisme een plicht is. Maar op optimisme alleen kan een samenleving niet drijven. We mogen ons gelukkig prijzen met onze voorspoed. Maar daartegenover staat meer dan ooit de verantwoordelijkheid om de komende generaties in staat te stellen dat perspectief van vooruitgang te behouden.

Bezorgd

We moeten ons er eerst en vooral voor hoeden dat optimisme geen gemakzucht wordt. Neem het feit dat de armoede in ons land niet is toegenomen of - voor hetzelfde geld - dat we doorheen de recente jaren een vloedgolf aan bankroeten voorkwamen. Dat is deels te danken aan de enorme overheidsuitgaven. Keynes in actie. Daardoor is de netto-overheidsschuld sinds 2019 wel met 73 miljard euro toegenomen; slechts de helft daarvan nog gefinancierd vanuit eigen land. Overheidsschuld, zo houden economen vol, is geen probleem, want gezinnen hebben immers gespaard. Maar het gros van dat vermogen zit bij de rijke toplaag en geld kent geen vaderland. Schuld is ook nodig om te investeren, horen we. Maar, ondanks de overheidsschuld wordt weinig geïnvesteerd: 6 procent van de totale overheidsuitgaven. Daardoor kijken we aan tegen grote noden in de nabije toekomst: van energie en defensie over onderwijs en zorg tot waterhuishouding en logistiek.

De komende generatie erft een aanzienlijke schuld, een grote investeringsachterstand, een vergrijzende arbeidsmarkt, grote buitenlandse afhankelijkheid en een productiviteit die hoog ligt maar amper stijgt. Tezelfdertijd wordt de internationale toestand steeds complexer. De Europese macht taant. Concurrenten liggen op de loer. De klimaatopwarming werkt meedogenloos in op de wereld. Het globale Zuiden stevent af op langdurige onrust. We hoeven er geen doekjes om te winden. Het wordt in vele opzichten moeilijker. Daarbij stelt zich de vraag of opvoeding en onderwijs onze kinderen nog voldoende voorbereiden om die moeilijkheden het hoofd te bieden. Dergelijke bezorgdheid is geen pessimisme; zij geeft net blijk van besef dat de inzet groot is.

Vooruitgang definiëren

We helpen de samenleving niet vooruit door te zeggen dat het goed gaat of dat we goed zijn, maar door ze effectief beter te maken. ‘Bam: Wat een open deur!’ denkt u nu. Dat is misschien wel zo. Maar het is niet omdat een deur open staat dat we ook steeds de stap ernaartoe zetten. Soms is het gemakkelijk zaken als evident te beschouwen, maar blijkt het minder evident ernaar te handelen. En als we de stap dan toch willen zetten, moeten we ons eerst beraden over wat goed doen betekent. Dat is voor elk wat anders, maar er zijn toch sterke aanwijzingen over wat ons welzijn, ons geluk verbetert en dus effectief ‘goed’ te noemen is. In rijke landen zijn dat vooral zingeving, zelfontplooiing, erkenning en menselijke binding. Vooruitgang is en blijft finaal dus het vermogen om meer mens te zijn.

Oekraïense militairen helpen de baby van een ontheemd gezin over een rivier, naar veiliger oorden. Beeld AFP
Oekraïense militairen helpen de baby van een ontheemd gezin over een rivier, naar veiliger oorden.Beeld AFP

Vooruitgang kan dus pas plaatsgrijpen als inwendige en uitwendige ontwikkeling in evenwicht zijn. Of zoals de veertiende-eeuwse humanist Francesco Petrarca schreef: “We negeren het meest nobele in onszelf en verspillen onze energie in een vergeefse strijd omdat we iets zoeken dat alleen inwendig gevonden kan worden.” De godmens, waarover historicus en filosoof Yuval Noah Harari het heeft, de man van eindeloze opportuniteiten dankzij technologie, dreigt alsnog een robot te worden, een slaaf van zijn eigen gadgets, technologie en automatisering. Dat komt omdat we technologische vooruitgang makkelijker kunnen meten en vermarkten dan de vooruitgang waar Petrarca het over had, vooruitgang in menselijke waardigheid, omdat die deels spiritueel en ongrijpbaar is. ‘Hebben’ is ook een gemakkelijkere graadmeter voor succes dan ‘zijn’. De eerste stap in het behoud van onze voorspoed is dus vooral om ze evenwichtig te definiëren.

Denktijd inbouwen

De tweede stap is effectief dat we tijd vinden en maken om na te denken over de doelen, de zin van wat we doen. We hadden het de laatste weken vaak over domme bommen in Oekraïne, maar zonder dat nadenken zijn we zelf een ongeleid projectiel. Al die leegstaande kerken: het zou goed zijn om ze opnieuw op te zoeken, zonder de pastoor die ons zegt wat te denken, maar om er zelf te reflecteren. Elders mag ook. De atleet voor de start, de scherpschutter voor zijn schot: rustmomenten zijn onontbeerlijk. We zijn drenkelingen in onze eigen informatiestroom. De pushberichten, de e-mails, het onafgebroken geping en geswipe, het maakt ons dom en afgestompt, zo lezen we bij de jonge neurowetenschappers Henry Wilmer en zijn team. Je zou minstens de helft van de dag ontkoppeld moeten zijn.

Hetzelfde geldt voor de breindodende proceduralisering: het eindeloze vergaderen zonder te beslissen, het soort van kwaliteitsbewaking dat het tegenovergestelde bereikt, het soort van rechtszekerheid waarin eenieder machteloos wordt. Alexis de Tocqueville schreef er in krachtige worden over als de dooddoener van de democratische geest: “Zulke macht vernietigt niet, maar verhindert te zijn; zij tiranniseert niet, maar fnuikt, vermoeit, dooft en verdwaast een volk tot er niets meer van overblijft dan timide nijvere dieren.” We zouden hiertegen in opstand moeten komen. Eenieder die zichzelf een vooruitgangsoptimist of humanist noemt, zou stellig moeten weigeren zich te onderwerpen als vergadervee. Het is volstrekt tijdverlies en nefast voor de vooruitgang.

Voorbij de façade

Dat brengt ons bij een volgende stap: het ontmaskeren van de hypocrisie. Eindeloos zijn de voorbeelden van organisaties en leidende personen die zich opwerpen als hoeders van menselijke waardigheid, van onze voorspoed of van onze veiligheid, maar het tegenovergestelde doen. De zogenoemde zachte sector van de zorg en het onderwijs, bijvoorbeeld, transformeert steeds meer in een harde industrie van afstandelijke procedures en grootschaligheid waarin idealisme en menselijkheid niet meer zijn dan glitter dat af en toe nog opwaait in een nieuwjaarstoespraak. De menselijkheid verdwijnt steeds meer in die sectoren die het meest nabij de mensen staan. Onderwijzers, verzorgers en anderen moeten zichzelf van die maskerade bevrijden.

Jonathan Holslag: 'Je kunt je toekomst niet beter maken zolang je die ketent aan spelers die de andere kant op willen, geen idealen nastreven zonder macht en wendbaarheid.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
Jonathan Holslag: 'Je kunt je toekomst niet beter maken zolang je die ketent aan spelers die de andere kant op willen, geen idealen nastreven zonder macht en wendbaarheid.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Ook elders is het belangrijk voorbij de façade te kijken. Die politici die doen alsof ze het land redden, maar steeds grotere schulden aangaan en de investeringen voor zich uitschuiven; die volksmenners die doen alsof ze hun volk sterk en veiliger maken, maar eigenlijk dat volk blijven uitverkopen en verknechten aan onze grote concurrenten; die mooipraters die staan voor solidariteit tussen klassen maar niet tussen generaties; die liberalen die het bedje helpen spreiden voor de dictatuur in de wereld: ze zouden geen schijn van kans mogen krijgen, ook al is het soms verleidelijk om ze tegen beter weten in te volgen om toch ergens bij een club te mogen horen. Maar partijpolitiek mag geen nieuw tribalisme worden.

Consequent zijn

En bovenal: we zullen consequenter moeten zijn. Voorspoed en veiligheid bouwen we zelf. Als wij deze behoorlijk mooie samenleving willen doorgeven aan de volgende generatie, dan zal dat offers eisen. Onze behoeftes en verwachtingen zijn vaak terecht, maar daar staat verantwoordelijkheid tegenover. Als wij hier een zelfredzame, duurzame en menswaardige samenleving willen overhouden, dan moeten we daar onze centen in stoppen, en niet in het soort van bedrijvigheid dat onze welvaart op lange termijn ondermijnt. Dat is moeilijk. Dat vergt soms wat studiewerk. Dat kost soms wat meer, maar op de lange termijn zal de koopkracht nog meer dalen als we afhankelijker worden en onze eigen industrie niet moderniseren.

Beter consumeren blijft een must, maar toch zullen we wellicht ook een tijdlang minder kunnen consumeren en meer moeten investeren, tenminste als we onze energie en andere vitale industrie niet volledig in handen van buitenlandse investeerders willen leggen. Dat soort gemakzuchtige beleid mogen we niet tolereren, want het zou de soevereiniteit en zelfredzaamheid van de komende generatie fnuiken. Maar daar staat een zekere spaarzaamheid tegenover. In dat opzicht bevinden we ons werkelijk op een kantelpunt en dient het idealisme in evenwicht te worden gebracht met economisch realisme. Je kunt je toekomst niet beter maken zolang je die ketent aan spelers die de andere kant op willen, geen idealen nastreven zonder macht en wendbaarheid. Het volstaat dus niet te geloven in vooruitgang; je moet ze consequent mee mogelijk maken: het optimisme van de daad.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234