Woensdag 23/10/2019

De verzoening

Joël De Ceulaer: "Ooit werd ik gepest, daarvoor nam ik wraak, nu vraag ik uw vergeving"

Beeld Charlotte Dumortier

Iedereen kent wraakgevoelens, die zijn menselijk, al te menselijk. Maar is het niet beter, en zelfs gezonder, om conflicten bij te leggen, of om op zijn minst de andere partij te vergeven? Joël De Ceulaer denkt van wel. Hij begint met een bekentenis.

Ik heb lang geaarzeld of ik dit wel zou opbiechten, maar kwetsbaarheid is tegenwoordig in de mode, dus vooruit met de geit. Ik heb onlangs iets gedaan waar ik niet trots op ben, maar dat mij stiekem toch een beetje vreugde heeft verschaft. Geheel conform de stelling dat wraak een gerecht is dat het best koud wordt geserveerd, heb ik namelijk een rekening vereffend die al meer dan 25 jaar openstond.

Dat zit zo. Bij het prille begin van mijn activiteiten op de arbeidsmarkt ben ik een tijdje gepest geweest door collega’s die zich door de komst van een jonge – en, toegegeven: soms wat arrogante – vlegel wellicht bedreigd voelden. Een bepaald onprettige episode uit mijn leven, die gelukkig maar een paar weken heeft geduurd. 

Toen ik er genoeg van had, en zag dat de meeste andere collega’s te laf waren om het tegen de bullebakken op te nemen, bood ik de baas mijn ontslag aan. Die weigerde dat, ging vierkant achter mij staan, en herschikte het organigram van de werkplek in mijn voordeel – ik blijf nu een beetje vaag, omdat ik uit respect voor de betrokkenen discreet wil blijven.

Soit. Die wraak nu. Een tijdje geleden bevond ik mij, geheel bij toeval, in de gelegenheid om iemand te adviseren bij een erg belangrijke personeelskwestie. De man die ik mocht adviseren, zocht iemand voor een van de meest prestigieuze jobs in zijn sector, en een van mijn pesters van weleer was topkandidaat. Met de klemtoon op wás, want ik heb die kandidatuur dus vakkundig in de gracht gereden – ook omdat de betrokkene volgens mij echt ongeschikt is voor die baan, maar eerlijk gezegd toch vooral uit wraak. Pure, rauwe, lekkere, tintelen­de, hemelse, onversneden wraak.

Tegen uw kar

Dat klinkt niet echt sympathiek, en dat is het ook niet. Nogmaals: ik ben er niet trots op. Maar ik vertel het omdat ik me kan voorstellen dat de meesten onder u, waarde lezers, naast een bucketlist ook zo’n hitlist hebben: een lijst met onverlaten die ooit tegen uw kar gereden hebben, en die u graag eens – als ik dat zo lelijk mag zeggen – een kloot zou aftrekken. 

Schoon is het niet, menselijk maar al te zeer. Zelfs Koen Wauters, die toch een hoog zengehalte uitstraalt, bekende onlangs in de gespecialiseerde pers dat er mensen zijn die hij liever niet meer tegen het lijf zou lopen, omdat hij dan niet voor zichzelf zou kunnen instaan. Iets wat ik overigens niet herken. Er staat niemand op mijn hitlist die ik graag op zijn gezicht zou slaan. Maar een gunstige carrièrewending dwarsbomen, dát wel – dat kleine, gemene binnenpretje wilde ik mij onlangs niet ontzeggen.

Méér dan dat was het niet. Na de wellust waarmee ik dat binnenpretje heb beschreven, klinkt het misschien niet erg geloofwaardig, maar toch is het zo: dat gepest heb ik snel achter mij kunnen laten. Ik heb de voorbije 25 jaar niet aldoor op wraak zitten broeden. Ik heb de kans gegrepen toen die zich aandiende, ja, maar ik zat er niet op te wachten: het was een gelukstreffer, een cadeautje van het lot, geen vervulling van diepe wraaklust die jarenlang woekerde.

In voetbaltermen uitgedrukt: ik heb niet voortdurend op de bal gejaagd, maar heb de bal wel binnengekopt toen hij ineens mijn kant op kwam en ik toevallig voor het doel stond.

Leve de vijand

Wraaklust koesteren is niet slim. Dat weet iedereen die het ooit heeft gedaan, inclusief uw dienaar. Veel heeft het leven mij misschien nog niet geleerd, maar dit al wel: wrok maakt je ongelukkig. Het is een giftige cocktail die je bereidt voor een ander, maar zelf opdrinkt. De persoon voor wie je wrok bestemd is, heeft daar immers geen last van. Die weet meestal nergens van, dus hem of haar tref je daar niet mee. De enige persoon die lijdt onder dat knagende, onvervulde, wraakzuchtige gevoel in je borstkas, ben je zélf.

Slecht idee, dus. Vooral niet doen.

De gevoelens zijn menselijk, dat wel. Wraak zal in onze evolutionaire voorgeschiedenis vast zijn nut hebben gehad. Dat hebben speltheoretische modellen aangetoond: de beste overlevingsstrategie is, zoals dat heet, tit for tat – wees bij een nieuwe ontmoeting altijd eerst vriendelijk, maar als iemand je aanvalt, sla dan wel terug. Wie niet over zich heen laat lopen, stuurt daarmee ook een signaal naar andere potentiële aanvallers.

Mij heeft het religieuze antwoord op wraakgevoelens altijd gefascineerd. Het evangelie leert ons dat we onze vijand moeten beminnen. Dat is nogal wat. Er schuilt een morele boodschap in dat devies, maar volgens mij ook een therapeutische boodschap. Bemin uw vijand, dat wil misschien ook zeggen: koester geen wrok, want daar word je alleen maar ongelukkig van. 

In het boeddhisme is die therapeutische waarde zelfs gepromoveerd tot de kernboodschap. De boeddha zegt niet dat we onze vijand moeten beminnen, maar dat we hem dankbaar moeten zijn. De vijand, die ons tergt en woedend maakt en op de proef stelt, biedt ons de gelegenheid om deugden zoals geduld en kalmte en vriendelijkheid te beoefenen. Dankzij onze vijand kunnen we een beter en evenwichtiger mens worden.

Hetzelfde geldt, tussen haakjes, voor de file, bijvoorbeeld. Zen blijven terwijl je op een matje ligt en naar de kalmerende stem van de yogaleraar luistert, dat kan iedereen. Zen blijven als je uren stilstaat op de E40 en dringend naar het toilet moet, dát is de kunst.

Jaloerse lama

Kalm, geduldig en vriendelijk blijven als je wordt getergd, het is natuurlijk niet iedereen gegeven. Zelfs de dalai lama heb ik ooit horen zeggen dat ook hij nog weleens last heeft van storende emoties. Geen wraaklust, in zijn geval, maar jaloersheid. Ook niet fraai.

Een mens hoeft zich vandaag uiteraard niet meer tot de religie te wenden om van zulke storende emoties verlost te geraken. Vandaag is er ook de psychotherapeut, die ons kan helpen om vrede en rust te vinden in het eigen hart. Ikzelf ben voor dat gepest nooit in therapie geweest, maar ik kan mij voorstellen dat een goede psycholoog mij zou hebben afgeraden om wraakzucht te koesteren, wegens veel te ongezond.

Dat verzoening gezond is, lijkt te worden bevestigd door vormen van herstelrecht. Dader en slachtoffer kunnen allebei hun voordeel doen met een goed gesprek en wederzijdse empathie. Dat vergeving gezond is, wordt bevestigd door psychologisch onderzoek. Het onderzoek in dit domein, waaraan ook de Vlaamse Jessie Dezutter verbonden is, levert tamelijk robuuste evidentie op voor de link tussen vergeving en geestelijk welzijn. Zeker op latere leeftijd zou openheid voor vergeving mensen bijvoorbeeld beschermen tegen depressie. De wetenschap geeft Jezus en de dalai lama gelijk.

Het boeiende aan vergeving is dat je er – anders dan bij verzoening – de tegenpartij niet voor nodig hebt. Je hoeft niet eens te weten of de tegenpartij berouw heeft. In die zin is menselijke vergeving sterker dan goddelijke: wie gaat biechten, wordt door God alleen maar vergeven als hij oprecht berouw heeft.

Voor die carrièremoord op mijn oude bullebak zal God mij dus nooit vergeven, vrees ik. Berouw heb ik immers niet. Ik hoorde onlangs dat ook zijn huidige baan aan een zijden draadje hangt en dat nieuws was evenmin van dien aard dat ik er mistroostig van werd. Om het met een bekend Antwerps politicus te zeggen: ik ben ook maar een mens. Ik hoop, waarde lezer, dat u in uw hart wél de genade zult vinden om mij te vergeven.

Joël De Ceulaer. Beeld jonas lampens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234