Zaterdag 25/05/2019

column

Je ouders die sterven, het is voor iedereen een onvermijdelijkheid

Beeld Bob Van Mol

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw. 

Het plezierige aan het boek over mijn moeder is dat er heel diverse media in geïnteresseerd zijn. Kerk & Leven heeft over Natte dozen nooit geschreven, maar over een ingetogen boek over een mooie, eenvoudige vrouw wilden ze graag een interview doen. Het was een uitstekend gesprek met een heel goede journaliste, Jozefien.

Het ging ook voor een stukje over God. Ik had het er vorige week op deze pagina’s al met Mark Coenen over: hoe ik vorige zomer, toen het de hele tijd zo’n prachtig weer was, wel eens samen met mijn vrouw in de tuin zat na te gloeien van de heerlijke dag, en dat ik zei: ‘Dat is dankzij ons ma.’ Ik geloof niet dat de doden zeggenschap hebben over het weer, maar ik geloof wel dat mijn moeder die heeft. Als het goed uitkomt, als het warm en weldadig is. Het is een heel bijzondere, ridicule vorm van troost. God bestaat als hij van pas komt – als hij je kan doen lachen.

Ik vroeg mij af of dat niet te twijfelend klonk voor Kerk & Leven, maar Jozefien zei er niets over.

Nu is het wachten op wat de lezer ervan vindt. De Zeno-stukjes die ik over haar schreef, bleken nogal wat mensen te beroeren – je ouders die sterven, het is voor iedereen een onvermijdelijkheid, en vaak ook een bron van verwarring; je hebt misschien niet de allerbeste band met elkaar of er is wat onverschilligheid ingetreden, maar je beseft tegelijkertijd dat de natuur je aanjaagt, dat verdriet geen multiple­choice­vraag is, dat je niet kunt zeggen: doe mij maar lekker dat milde daar. Als kind ben je veroordeeld tot een zekere mate van liefde, en dus ook van pijn. Zolang die niet geleden is – lees: zolang die moeder leeft – blijft die pijn altijd in een donkere hoek van de kamer op je staan wachten, onvoorspelbaar en onontkoombaar. Je zou bijna zeggen: zwaar ademend. Je raakt er gewend aan maar je weet dat het een schurk is.

Beeld RV

Zo’n boek over je moeder schrijven is aan de ene kant zeer louterend, doordat je alle dingen nog eens op een rijtje zet en verwerkt, en aan de andere kant is het een bezoeking, doordat je te pas en te onpas en vaak op commando – als er een drukproef moet worden doorgelezen – die kerker weer in moet. Ook op dagen dat je daar geen behoefte aan hebt, dat de zon over de besneeuwde akkers schijnt en je je verlekkert op de kip met linzen die je in gedachten had. Dan moet je weer met je dode moeder aan de slag, herbeleven hoe het begon en vooral hoe het eindigde, op zoek gaan naar oude foto’s en telkens opnieuw beseffen hoe kort geleden het is dat zij negentien was. Onscherp en blozend kijkt zij in de lens, mogelijk tipsy. Zeker gelukkig.

Ik weet niet hoe straks de balans tussen de loutering en de gedwongen opnames zal zijn. Dat zullen we dan wel weer zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.