Donderdag 28/05/2020
Beeld © RV

Place du Samedi

Je onschuld ben je kwijt als je oud wordt

Marc Didden is schrijver en columnist bij De Morgen.

Omdat het nog lang wachten is op nieuwe avonturen van De Kampioenen en ik desondanks toch cinefiele gevoelens blijf koesteren, ben ik vorige Natte Zondag maar eens door mijn wijdere buurt gaan flaneren met het oog om ergens anderhalf uur film te scoren. Een gewoonte die ik aan de zondagen uit mijn prille jeugd overhoud. Mijn broers en ik ontvluchtten toen altijd het huis richting wijkbioscoop, terwijl mijn moeder na de kip met appelmoes een dutje deed en mijn vader in zijn fauteuil achterover ging leunen om daar, moe van een lange werkweek, naar zijn favoriete radioprogramma te luisteren, het wekelijks opera- en belcantoconcert van Etienne Van Neste.

Zodra de leden van het zigeunerkoor uit Verdi's Il Trovatore - de vaste openingstune - hun kelen schraapten, wisten wij dat de kust vrij was en begon onze tocht naar de buurt van het Jourdanplein, waar Cinema Rio, Cinema Rixy, Cinema Eden en wat verderop Cinema Leopold, Cinema Novelty en Cinema Albert-Hall hun waren uitstalden via vers geschilderde en kleurrijke calicots, metershoge affiches en de felbegeerde lobbyfoto's van waarop wij al een hele film naspeelden nog voordat we hem gezien hadden.

Meestal ging het om in het Frans gedubde versies van Amerikaanse westerns of cowboyfilms waar sterren in schitterden die wij op handen droegen maar die nu vergeten of dood zijn, of allebei.

Ik denk dan aan Alan Ladd of Jeff Chandler, aan Audie Murphy of Richard Widmark, aan Van Heflin, Ernest Borgnine, Glenn Ford, Barbara Stanwyck, Dolores del Río of Katy Jurado.

Zij waren de huisvrienden die wij elke zondag en liefst ook nog eens op woensdagnamiddag gingen bezoeken, in ruil voor eerst tien, toen twaalf, daarna vijftien frank. Daar kregen wij dan dromen voor terug die tot vandaag, zes volle decennia later, op ons netvlies gebrand staan.

Aan de multiplex waar ik me vorige zondag ophield, was er weinig sterrenstof te rapen. Snipers en sprekende katten, robotten en snelle auto's, het zijn allemaal dingen die mij voor zelfs geen centimeter interesseren. En dus dook ik bus 71 in. Als bejaarde heb ik zo'n handig Mobib-pasje waarmee je de MIVB te allen tijde lastig kunt vallen.

Al gauw stond ik in het aangename stadsdeel Fla-gey, waar het weliswaar ook pijpenstelen regende, maar op zondag toch een soort van half leven waar te nemen valt en in het slechtste geval wel ergens een Portugees die een decente kop koffie kan brouwen.

Tot mijn vreugde stelde ik vast dat er in Studio 5 van het oude omroepgebouw, waar Cinematek twee merkwaardige zaaltjes uitbaat, een film liep van Alain Cavalier, een Franse cineast van de hoogste orde die zichzelf liever en bescheiden 'le filmeur' noemt maar die een ware man naar mijn hart is. Hij is nu 83, maar misschien wel de jongste filmmaker van allemaal.

Hij maakt films zoals een jongetje oorlog voert terwijl hij met zijn soldaatjes speelt, een meikever in een luciferdoosje wil steken, een hoed van zijn vader opzet en een wandelstok uit de paraplubak graait om dan te zeggen dat hij Zorro is.

De films van Alain Cavalier zijn sedert de jaren 80 van vorige eeuw oefeningen in totale eenvoud geworden. Ze zijn het resultaat van hard nadenken en simpel filmen. Vrijheid, blijheid, bescheidenheid, liefde en huisvlijt. Films die hij voor zichzelf maakt en voor de weinige mensen die ze willen zien. In een achterafzaaltje in Parijs. Op een of ander festival. Op een discreet verspreide dvd. Laat op de avond op het derde of vierde net van een nationale tv-zender.

Ooit was het anders : Cavalier was een van de vele vaders van de nouvelle vague. Hij kwam in de jaren 60 en 70 al vlug in de Franse mainstream terecht, waar een ministerrensysteem ervoor zorgde dat wie een vedette als Alain Delon, Catherine Deneuve of Romy Schneider aan de haak kon slaan, gelijk welk filmproject kon omzetten in harde werkelijkheid.

Cavalier kon dat en maakte met Delon het sterke L'insoumis, met Deneuve La chamade en met Schneider Le combat dans l'île.

Die films kenden succes maar zorgden toch voor een bittere nasmaak. "Op die films verdienden die sterren acht keer meer dan ik", zou hij daar later over zeggen. "En dat betekende ook dat ze acht keer meer macht hadden bij de producers. Dat voelde je op de set. En als je die film dan daarna bekeek, dan zag je ook alleen maar die ster."

Dat zinde Cavalier niet langer. Dus stopte hij een tijdlang met filmen en kwam hij pas in Cannes '86 weer boven water met het meesterwerk Thérèse, een beklemmende prent over de karmelietes Thérèse van Lisieux, maar vooral over iemands onvoorwaardelijke en mystieke liefde voor een hoger iets of iemand. Zijn verbluffende hoofdactrice Catherine Mouchet was wellicht de eerste vrouw die, na Renée Jeanne Falconetti in Carl Theodore Dreyers La passion de Jeanne d'Arc (1928), fysiek kon weergeven hoe mystiek er misschien uitziet.

De film die ik in Flagey zag, heette Le paradis, en dat is ook helemaal terecht. Het is een zeventig minuten lange home movie over wat een oude man die vroeger 'echte films' maakte, nu aan de hand van een kleine speelgoedcamera kan vastleggen vanuit zijn keuken met zicht op zijn tuin.

Er zit ook veel woord bij. Want Cavalier is een Fransman en Fransen praten graag. Maar vaak ook goed. Cavalier heeft het, zoals wel meer ouden van dagen, dikwijls over de dood. Van een klein vogeltje, bijvoorbeeld, van een bepaald wereldbeeld, van een grote liefde.

Maar soms ook over zijn eigen en ons aller einde. Hij doet dat niet zwaar op de hand, maar sereen, en stil. Omdat hij weet, zoals wel meer ouden van dagen, dat de dood bij de natuur en dus bij het leven hoort.

Dat voel je hard in Irène

(2009), de documentaire die Cavalier voor en over zijn in een verkeersongeluk overleden vrouw Irène Tunc maakte. Dat voel je ook voortdurend in Le paradis, waarbij de mediaschuwe filmeur in het ultrakorte en eigenhandig geschreven persdossier het volgende poneert: "Van toen ik nog een kind was, heb ik het geluk gehad door een depressie of twee te moeten waden. Nu wacht ik geduldig en sereen op de derde. Daar heb ik genoeg aan om in een zekere schoonheid van het leven te geloven en het plezier te kennen om te proberen die schoonheid in al haar vormen te filmen: bomen, dieren, goden, mensen... en dat allemaal op het moment dat de liefde leeft."

Kijk, gesteld dat ik slim was, dan zou ik net hetzelfde schrijven als ik nog ooit een film maak. Je onschuld ben je kwijt als je oud wordt. Maar je mag er wel nog eens over mijmeren. Ook voor een klein publiek. Of in de buurt van de Place de Samedi.

Beeld Karoly Effenberger
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234