Zondag 26/05/2019

Opinie

Je houdt van levende dieren, maar ook van dode, in stukken gesneden en saignant gebakken

Beeld Bob Van Mol

Mark Coenen is columnist bij De Morgen.

Aangezien dit de week is waarin we onze doden eren, doen we dat ook met onze dode huisdieren. Dat kon u dit weekend ook in deze krant lezen: verdriet voor een dier dat doodgaat, kan diep gaan. Bij bekende en onbekende Vlamingen. Vooral honden, paarden en katten maken emoties los: de voortijdige dood van een grasparkiet of een hangbuikzwijn hakt er blijkbaar niet zo diep in.

Nooit werd de dierenliefde mooier verwoord dan door Jan Hanlo in zijn gedicht ‘Hond’, met bijnaam ‘Knak’.

Hij was een hond

Zijn naam was Knak

Maar in zijn hondenlichaam stak

Een beste ziel

Een verre tak

Een oud verbond

God, zegen Knak

Dat herken ik, al ben ik zelf geen groot dierenliefhebber. En geloof ik niet in God. Alles met vier poten en een schofthoogte boven 50 centimeter boezemt me angst in. Daarvoor ben ik trouwens in behandeling.

Er zijn naar schatting 4 miljoen honden en katten in ons land, waarvan de eigenaars in verschillende gradaties verdriet voelen bij hun jammerlijke heengaan. Van die 4 miljoen dierenliefhebbers zijn er maar een fractie die geen vlees eten. Dat vind ik raar.

Het is een nagel waarop ik graag klop, zeker in de aanwezigheid van vertederd over dierenhoofden aaiende en koosnaampjes kirrende dierenvrienden. Beetje inconsequent, toch? Moreel schizofreen? Je houdt van levende dieren, maar ook van dode, in stukken gesneden en saignant gebakken op het bord geëtaleerd, met een roomsausje erbij?

Hetzelfde dier dat ons zo veel plezier en verstrooiing bezorgt, wordt in dikwijls beestachtige omstandigheden de nek door gesneden, gevierendeeld en na een week of vijf rotten voor pittige prijsjes in de winkel aangeboden. Dat wij geen honden- of kattenvlees eten – al zijn we daar in sommige bewerkteworstensoorten toch niet helemaal zeker van – speelt geen rol. Alle dieren zijn gelijk. Hebben een bewustzijn. Kunnen lijden. Worden op industriële schaal mishandeld, misbruikt en mismeesterd. Achter gecapitonneerde deuren, in bunkers vol bloed.

Het is, zoals Paul McCartney zegt: mochten abattoirs venster hebben, niemand at nog vlees.

Prottend vee creëert zo veel extra broeikasgassen dat de opwarming van de aarde steeds voorspoediger loopt. Zeg nooit dat we dat niet wisten als over 50 jaar de zee tot in Diest komt. We dreigen te verzuipen in de kippenstront. Binnenkort zijn er meer varkens dan mensen in China. Het is een ongemakkelijke waarheid waarvoor we talloze defensiemechanismes ontwikkeld hebben, die allemaal plausibel klinken maar zo lek zijn als de Titanic.

Wij zijn kieskeurig in onze verontwaardiging en beschikken over een fijnmazig vermogen om onze morele normen selectief te activeren of uit te schakelen, als dat bijdraagt tot de bevestiging van onze eigen waarden. En hoe meer we dat doen, hoe ongevoeliger we worden voor (de mening van) anderen. Dat systeem werkt altijd en overal en is straffer dan heroïne.

Diep in ons hart vinden we het allemaal onaanvaardbaar dat koeien constant zwanger zijn om hun hele leven melk te geven. Dat kippen in een legbatterij zonder licht 300 eieren per jaar leggen, om daarna afgemaakt te worden. Dat scampi’s hun eigen kak te eten krijgen.

Dat weten we het allemaal. Sterker nog: we zijn er allemaal een beetje beschaamd over, als we erover nadenken. Maar we doen er niets mee. Er zijn grotere problemen, zeggen we, daarbij een beetje besmuikt wegkijkend. Cognitieve dissonantiereductie at work.

Vlees is een verslaving, minder dodelijk maar erger dan roken. De geur, de smaak, de onmisbaarheid aan de dis, op een receptie of uit het vuistje: schaamteloze junkies zijn we. Verslaafd aan de smaak van dode dieren, gelukkig onherkenbaar in stukken gehakt.

Het vergt enige vastberadenheid om uit die sekte te stappen: het is alsof je het bestaan van het opperwezen afzweert tijdens de hoogmis op zondag. Op restaurant kijkt men veelal meewarig als je zegt geen vlees te eten: weer zo’n pedante, moralistische, politiek correcte aansteller, hoor je hen denken. Daarna krijg je een blad ouwe sla en een winterpeen, met wat brood. En word je ter verantwoording geroepen door je tafelgezelschap, dat lacherig je keuze in vraag stelt.

Vermoeiend.

Tolstoi was vegetariër. Toen hij iemand op bezoek kreeg die vlees wilde eten, zette hij een levende kip op tafel en gaf hij zijn gast een scherp mes.

Het is een idee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.