Zondag 26/05/2019

Column

“Je gaat hier niet over schrijven”, waarschuwt mijn vriend

Schrijver Lize Spit (°1988) vertelt – voorlopig voor de laatste keer – over grote en kleine dingen in het leven. Haar debuutroman Het smelt was het best verkochte boek van 2016 in België.

Beeld Paul Faassen

De privésauna die we boekten op het internet blijkt bij onze aankomst nogal groezelig te zijn. Alsof hij sinds de jaren 80 nooit meer werd opgefrist – plastic palmbomen, neplianen, donkerblauwe muren. Boven het bubbelbad gaat er een geschilderde zon onder. Centraal in de sauna is er een ploeterbad, waar je doorheen moet waden wil je de stoomcabine of het bubbelbad bereiken.

Lize Spit. Beeld Karoly Effenberger

We hebben de laatste shift van de dag gekozen, tussen negen en elf uur ’s avonds, dit was het enige tijdstip waarop deze ruim­te nog vrij was. In het plonsbad drijft een kurk. Ik denk aan alle koppeltjes die hier eerder waren vandaag, aan wat ze in dit water hebben uitgespookt. In de donkere hoeken van het plafond zitten witte, kalk­achtige vlekken, zoals de grillige vegen die ook achterblijven op beddengoed waarin iemand seks heeft gehad.

Ik trek mijn kleren uit. Liever dan hier ‘relaxen’, wil ik dingen opschrijven, de groezeligheid van de ruimte vastleggen, zodat het niet langer zonde is dat het tegenvalt, zo zou het tenminste nog voor iets dienen.

“Je gaat hier niet over schrijven”, waarschuwt mijn vriend. “Vandaag ben je hier mee als mijn vriendin, niet als schrijfster.”

Hij kan het inmiddels aan mijn gedrag merken wanneer ik op mijn wekelijkse stukje voor deze krant zit te broeden. Het heeft weleens voor discussie gezorgd. Wanneer ik hem in mijn columns dingen doe zeggen die hij niet precies zo verwoordde, omdat het voor de tekst beter uitkomt (zoals bovenstaand). Of wanneer ik hem niet vermeld in een gebeurtenis, en hem zo ‘uit mijn leven weglaat’.

Ik probeer in dit saunabezoek geen column te zien. Maar terwijl ik mij door het plonsbad een weg baan naar het bubbelbad, maak ik in mijn hoofd toch al een Word-documentje aan, getiteld ‘Sauna’. Straks zal ik dat ook op mijn computer aanmaken, bij het dertigtal andere notities met bestands­namen als ‘Hondje’, ‘Windmolen’, ‘Goudlokje’ en ‘Selfiestick’.

Natuurlijk ga ik het missen, dit wekelijkse plekje in de krant. Maar tegelijk vrees ik dat, wanneer ik zou doorgaan, mijn ogen binnenkort alleen nog observaties oppikken die in vijfhonderd woorden passen. En dat er op den duur geen enkel plekje in mijn huis of herinnering nog ­louter van mijn persoon zal zijn, dat de schrijver in mij alles zal hebben opgeëist.

“Ik begin met de infrarood­stralen”, zegt mijn vriend.

Op de website stond er infrarood­cabine, maar ik zie geen cabine, enkel een warmte­lamp, bevestigd in een hoek van de ruimte, waar een krukje voor staat. Vanuit het bubbelbad – het water is heet en kleverig, alsof ik heb plaats­genomen in een saus die nog moet binden – kijk ik toe hoe mijn vriend plaats­neemt voor de lamp, met zijn gezicht naar de muur, zoals een berispt kind dat iets stouts deed.

Ik neem me voor een tijdje te wachten met dit op te schrijven, zodat het niet zal opvallen dat ik hier, omgeven door open­spattende bubbels die de geur van chloor verspreiden, eigenlijk toch zit te werken. Dat ik hier niet als partner, maar als schrijver ben.

Dit zou dan het laatste beeld van mijn laatste column kunnen worden, beslis ik. Hoe de man van wie ik houd daar zit, met de borst vooruit, genietend, glanzend in het warme, rode licht. Maar hoe ik daar, met één pennen­streek, iemand van maak die gestraft in een hoekje zit.

Lees ook het interview met Lize Spit over haar voorlopig laatste column: "Ik moet me dringend losmaken van alle ruis."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.