Vrijdag 03/04/2020
Beeld DM

ColumnMarnix Peeters

Je droomt twee keer zo hevig als je ’s avonds ­gelezen hebt

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

In een bergdorp in Spanje las ik deze winter deel 1 van De Thibaults, het boek van Roger Martin du Gard; in de klamkille, al net zo verlaten Oostkantons ben ik nu begonnen aan deel 2. Die man was een geniale zonderling. Toen hij in 1937 aan de weet kwam dat hij voor dit boek de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg, vluchtte hij de ­bossen in en liet hij zich wekenlang niet zien. Zo weinig mensen wisten hoe hij eruitzag, dat de krant per abuis een foto van iemand anders afdrukte.

Je hebt schrijvers die een heleboel dure woorden bij elkaar zetten zodat er iets diepzinnigs wordt gesuggereerd en de onoplettende lezer “Wat een stijl!” uitroept, maar ze verdoen gewoon je tijd. Bij Martin du Gard heeft elk woord waarde, helpt elk adjectief bij het inbeelden. Vanuit de nachttrein ziet iemand hoe ‘gaandeweg het zwart van de grond in groen veranderde; en algauw was de vlakte enkel nog een tafellaken van weelderige weiden, waarin sneeuwige strepen iedere vouw, iedere greppel, iedere vore ­aangaven. De lage boerderijen, die als broedse kippen op hun erf hokten, openden allemaal de luiken voor hun kleine ramen. De dag was aangebroken.’

Dat gaat zo tweeduizend bladzijden lang door, en toch kom je als lezer niet dikgegeten en uitgevloerd aan de ­finish. Je zat gewoon zélf mee in die trein, je dwaalde wekenlang verbaasd door het Europa van de belle époque, bevolkt door mensen die nog aan de geschiedenis moesten beginnen. Dat is het mooie aan een echt goed boek: het zet je hoofd aan het werk, het is het script van een speelfilm die je nog helemaal zelf moet en mag draaien. Kan geen Netflix tegenop. Je droomt ook twee keer zo hevig als je ’s avonds ­gelezen hebt.

Waarom staat Maartje Wortel eigenlijk om de andere week in de krant?, zei mijn vrouw. Niemand hier geeft om Maartje Wortel. Noch om al haar Noord-Nederlandse vriendinnen.

Toen Roger Martin du Gard in 1937 aan de weet kwam dat hij de Nobelprijs kreeg, vluchtte hij de bossen in en liet hij zich wekenlang niet zien.Beeld Roger-Viollet

Twee winters geleden gaf ik haar Vossenjagers cadeau, een verhalenbundel van de al lang gestorven en bij leven volstrekt kierewieterige Breece D’J Pancake. Het was mij aanbevolen door een meisje van de boekhandel – ik had nog nooit van hem gehoord. Nadat mijn vrouw het boek tot drie keer toe met ingehouden adem had gelezen, het telkens dichtklappend met een zucht van radeloosheid – “Zó goed!” zei zij – heb ik het zelf gelezen.

We zijn in West Virginia. Het is nacht. Een trein scheurt voorbij. ‘Een versleten biels braakt modder onder zijn gewicht’, schrijft Pancake. ‘Mijn huid is zwaar van het lawaai van de trein.’

Dat is exact wat zo’n voorbijdenderend gevaarte met je doet, zei ik. Het maakt je huid zwaar. Je moet het ­alleen zo weten op te schrijven.

Het boek is vier jaar geleden haast ­geruisloos verschenen, zei mijn vrouw, snuffelend in een databank.

Het maakt, samen met De Thibaults, de laatste rechte lijn naar de lente een stuk draaglijker, in de donkergrijze ­Voreifel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234