Maandag 10/08/2020
Beeld DM

ColumnHans Vandeweghe

Jawel Eddy, dat moest zo, noblesse oblige, je had maar zo goed niet moeten zijn

Hans Vandeweghe is sportjournalist voor De Morgen.

Eddy Merckx is deze week 75 geworden. Daar is wat spel rond gemaakt en hij heeft het lijdzaam ondergaan, gedaan alsof. Alsof hij dat plezant vond, alsof dat moest, alsof dat niet anders kon. Jawel Eddy, dat moest zo, noblesse oblige, je had maar zo goed niet moeten zijn. 

Omdat ook de traditionele Sporta-festiviteiten zijn gesneuveld, kon hij deze keer niet vluchten naar de Ventoux zoals in de week van zijn verjaardag wel vaker de gewoonte was. Hij logeerde dan in het huis van Toon Claes in Malaucène, reed rondjes met zijn copains/ploegmaats, maar vermeed de Ventoux waar hij ooit triomfeerde en na de aankomst tactisch neerzeeg om met de helikopter te kunnen worden afgevoerd.

Eddy Merckx groet het publiek bij de Tour-start in Brussel, vorig jaar.Beeld AFP

Ik heb de carrière van Eddy Merckx ten volle beleefd. Of toch ten minste vanaf 1969. Het drama van Savona, zijn verwijdering uit de Giro, het land op stelten, alles wat Merckx aanbelangde, oversteeg die andere spannende gebeurtenis in mijn leven: de overgang van het lager naar het middelbaar. Vervolgens de Tour van 1969. De raid naar Mourenx-Ville Nouvelle, nadat hij in de Vogezen Altig en co. in de prak had gereden. Eén lange triomftocht die ik beleefde in Italië nota bene, het land dat hem een goeie maand eerder zo onheus had behandeld (dachten we toen, maar daar wil ik het niet meer over hebben).

Op een manneke van elf laat dat alles een onuitwisbare indruk na. Aan mijn muur in de slaapkamer hing een foto van Merckx, gehandtekend, dat had mijn pa geregeld. Ik had geen koersfiets, maar ik reed wel rondjes in Malem, de tuinwijk aan de Brugse Poort, tegenwoordig de South Bronx van Gent als je de media moet geloven. Ik was Merckx. De anderen waren De Vlaeminck of Godefroot, die spraken boers.

De viering van zijn eerste Tour de France in 1969.Beeld BELGA

Het waren mooie jaren voor een merckxist, althans tot de zomer van 1975, de zomer van drie maanden vakantie, de zomer dat ik naar de universiteit zou gaan. Op zondag 13 juli 1975 reden ze van Nice naar Pra Loup. Wij kampeerden en die middag was ik naar het strand afgedaald op wolkjes. De laatste flash uit ‘La route du Tour’ op Radio Monte Carlo luidde: “Et oui, un homme seul en tête, le Belge Eddy Merckx. Vertrokken in de afdaling van de Col d’Allos heeft hij Thévenet op achterstand gezet. Merckx begint aan de beklimming naar Pra Loup en is op weg zijn zesde Tour de France te winnen.”

Verlossende woorden die nooit meer uit mijn geheugen zijn verdwenen, maar jammer genoeg te vroeg uitgesproken. In de klim naar Pra Loup haalde Bernard Thévenet onze Merckx weer in, liet hem ter plaatse en won die Tour. Ik die zo graag sportjournalist wilde worden, had het moeten zien aankomen. Raar om dat te poneren want in 1974 won hij én de Giro, én de Tour én het WK, maar uitgerekend dat jaar waren de barsten in zijn suprematie al te zien. De Giro won hij maar met miniem verschil op een 20-jarige (Baronchelli) en in de Tour van 1974 werd hij op elke klim gelost door Raymond Poulidor. Als er één ronde was die de opa van Mathieu had moeten/kunnen winnen, dan die van 1974.

Eddy Merckx heb ik later leren kennen als een charmante, innemende kerel die, zoals een collega deze week schreef, nooit neen kon zeggen. Die, als je het geluk had dat tafereel ooit te aanschouwen, omringd door zijn ploegmaats van weleer verhalen ophaalde, genietend van een glas rode wijn en dat mogen er ook twee of meer zijn. Waarna de vrienden ‘patron’ in bescherming namen en zorgden dat hij op een discrete plek tot rust kon komen. Nooit een grotere kampioen geweten die zo onverbiddelijk was in zijn sport en zo lief (er bestaat geen ander woord) ernaast.

Eddy Merckx en Raymond Poulidor strijden zij aan zij op weg naar Aix-les-Bains, 7 juli 1974.Beeld AFP

In de lofdichten deze week stond onveranderlijk ‘onze grootste Belgische sportman ooit’. Er zijn er nog die aanspraak kunnen maken op die titel. Gaston Roelants bijvoorbeeld, of Robert Van de Walle, of Fred Deburghgraeve. Eddy Merckx is alvast de grootste wielrenner aller tijden. In België en op de planeet Koers. Merckx heeft alles gewonnen, ál-les, behalve dan Parijs-Tours.

Ten nadele van Merckx: wielrennen was in zijn tijd een West-Europese nichesport. Dat geldt ook voor het steeplegoud dat Roelants behaalde. In Tokio was nog geen Keniaan te bekennen. Judo was de meest mondiale sport. Deburghgraeve is dan weer de enige die Europees, wereld- en olympisch kampioen is geworden én een wereldrecord heeft gevestigd. Weliswaar in de schoolslag, geen koningsnummer.

Het blijft een moeilijke en daarom overbodige oefening, want waar plaats je Nafi Thiam? De vier van hierboven hebben alvast dit gemeen: zo onverbiddelijk ze tijdens hun topperiode waren voor eenieder die hen een strobreed in de weg legde, zo charmant erna.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234