Dinsdag 22/10/2019
Beeld rv

Column

Jarenlang stond ze bij de ingang van de Delhaize te jongleren om aan de kost te komen

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Ze is mooi, 80 jaar oud en toch zie je nog het jonge meisje dat ze was, als ze lacht. We zitten tegenover elkaar aan tafel op het verjaardags­etentje van een dierbare vriend.

Met een opmerkelijke onthechting vertelt ze me dat ze nu sinds een jaar weduwe is. En dat hij steeds bij haar is. Al is hij dan niet tastbaar, voelen doet ze hem wel, altijd, hij woont in haar. Sterven vond hij geen probleem, maar dat afscheid nemen. Hij koos voor euthanasie en iedereen die hem lief was, zat rond zijn bed verzameld. Een uur lang bracht hij iedereen aan het lachen, hij wist van geen ophouden, tot hij dan met een zucht besliste dat het ogenblik dan toch maar komen moest.

Ze glimlacht verliefd voor zich uit. “Weet je,” zegt ze, “hij was zo’n gelukkige man. Hij is niet versmoord in zijn wieg.”

Ik ken de uitdrukking niet. Het is zo beeldend. Ik denk aan de zovelen die wel versmoord zijn en het in het beste geval, met gebrek aan zuurstof in hersenen en hart, overleefd hebben maar vaak een leven lang moeten vechten om overeind te blijven.

Mijmerend loop ik na het verjaardagsdiner naar huis en schrik op van een rauwe stem die me toeroept: “Hé… toi… comment tu vas?” Ik herken haar onmiddellijk. “Bonjour, Coco, comment vont tes dents?” antwoord ik. Een schaterlach, ze fietst naar me toe. “Dat je dat nog wéét”, roept ze uitbundig.

Beeld Jenna Arts

Ze is Luxemburgse. Een jaar of dertig is ze, maar je zou zweren dat ze in de veertig is. Ze woont sinds haar elfde op straat. Jarenlang stond ze bij de ingang van de Delhaize te jongleren om aan de kost te komen. Ze leek op een overjaarse Pippi Langkous. Meerdere kleine vlechtjes die alle kanten uit­staken, kleurige, gestreepte broek­kousen met een rokje en vestje die hun beste tijd kenden en een rij pikzwarte tanden.

Ze verdiende goed aan de ingang van de Delhaize, mensen hielden van haar blijmoedigheid. Het geld ging voornamelijk naar dierenartsen en medicijnen voor haar drie loebassen van honden die steeds aan haar voeten lagen bij het jongleren. Ze woonde in een gammel VW-busje zonder motor, ergens langs de Scheldekaaien.

“Mijn honden houden me warm ’s nachts”, vertelde ze een keer toen de stenen uit de grond vroren en ik een deken voor haar bij me had.

Opeens was ze verdwenen. Maanden later zag ik haar nog een enkele keer op een andere plek met nog maar één hond. “Les autres chiens sont morts”, vertelde ze me toen. “Maintenant je travaille pour mes dents!”

Regarde!” Ze trekt haar lippen open zodat ik haar gebit kan inspecteren. “Alleen deze moeten nog vervangen worden”, zegt ze, en wijst twee zwarte gaten aan. “Ik heb een woning en een job”, zegt ze fier. “Ik ben assistente bij een dierenarts! Voilà! Wat zeg je daarvan?”

Ze fietst er weer vandoor.

Bravo, roep ik haar na en denk: zij redt zich wel, ook al is zij versmoord in haar wieg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234