Vrijdag 07/10/2022

OpinieJan Vanriet

Jan Vanriet over ‘hysterische’ reactie op Hitler-imitatie: ‘Merkwaardig dat er niet meer naar de inhoud wordt geluisterd’

'Ouwe witte vent'. Beeld Jan Vanriet
'Ouwe witte vent'.Beeld Jan Vanriet

Jan Vanriet (1948) is schilder en schrijver. Onlangs publiceerde hij de dichtbundel Pizza en de Dood en de roman Rovers.

Jan Vanriet

The Mikado is een komische operette uit 1885, geschreven door Gilbert & Sullivan, en wordt in grote Britse schouwburgen nog altijd met bijval gespeeld. Een van de hits is ‘The List’, een kansellied over een zwarte lijst waarop de gebreken en laakbare activiteiten van ‘society offenders’, niet zelden schuinsmarcherende politici of labiele monstertjes van de showwereld, wordt bezongen. Bij iedere heropvoering krijgt de amusante tekst een update, aangepast aan de meest recente gebeurtenissen; laatst werden ‘Labour Party Trotskists’ en Duitse dieselsjoemelaars gehekeld, plus enkele dubieuze BBC-presentatoren.

In de allernieuwste versie klinkt mogelijk een regeltje over een reportagemaker van de BBC, Andrew Graham-Dixon, een gereputeerde kunsthistoricus wiens series ook op Canvas werden uitgezonden. Zijn biografie van Caravaggio kende een wereldsucces – Ilja Leonard Pfeijffer vond er gretig inspiratie in voor zijn roman Grand Hotel Europa.

Maar nu is Graham-Dixon dus de zondebok van The Cambridge Union Society, de oudste debatvereniging ter wereld, opgericht in 1815. Die zette hem op een blacklist nadat hij een speech van Adolf Hitler over kunst levendig had voorgelezen. Hierop schreef John Cleese zichzelf op die lijst en schrapte hij zijn optreden voor dezelfde vereniging: immers, hij had meermaals de Führer gespeeld, of een suffe nazi in Monty Python. ‘Don’t mention the war...’

Hitlers voorgelezen tekst bespreekt de zogezegde zuiverheid van cultuur en zoekt in de volksvreemde moderne kunst het enige bewijs waarom hij als kunstenaar niet kon doorbreken: ‘Moderne, vreselijke kunst werd door joden gepromoot. Ze was kubistisch, geïnspireerd door die van negers. Tribale kunst, urgh – hoe akelig is dat niet? We moeten zoiets in ons Duitsland uitwissen... Wij zijn de zuiveren, Arische mensen. Onze genen zijn zuiver, onze harten moeten zuiver zijn, onze smaak moet zuiver zijn.’

Andrew Graham-Dixon, overigens een verfijnd persoon, bracht deze behoorlijk hysterische monoloog met verve, inclusief een komisch Duits accent en de opgewonden gebaartjes van een mislukte volksmenner: een karikatuur als aanklacht tegen racisme, een schertsvertoning die Hitlers abjecte denkwereld en duivelse karakter diende te ontsluieren. De boodschap leek hem overduidelijk.

Ironie als stijlmiddel, bedekte spot, parodie, het aanwenden van de dubbel bodem... Helaas, het bleek niet besteed aan de deelnemers van de feestelijke debatavond, zelfs niet aan de leden van het eerbare bestuur, door de bank genomen jonge, knappe geesten, geroepen om later, zoals de meeste van hun voorgangers, de hoogste posten van de Britse natie te gaan bekleden. Merkwaardig dat er niet kon worden geluisterd naar de precieze inhoud van de speech, noch dat men oog had voor de context waarbinnen deze werd verteld, noch voor de cabareteske manier waarop. Er werd overijld gereageerd, er weerklonken oprispingen van emoties, aangestuurd door een vandaag de dag overheersende strijdcultuur en het daaraan verbonden identitaire dispuut, alsmaar grimmiger.

Leesblindheid

Het buikgevoel, niet de reflectie. De impulsieve reactie, niet de beschouwing. Een kwalijke houding, zeker wanneer het toekomstige politici betreft, captains of industry of smaakmakers in de media. Kan dit worden verklaard doordat de betrokkenen niet meer vertrouwd zijn met de codes en de vereiste elementaire omgangsvormen van het debat, dat hen het algemene perspectief mankeert, de intellectuele bagage, het besef van de samenhang der dingen? Het gebrek aan bronnenkennis – flagrante leesblindheid – maakt dat haastigheid en schrale redeneringen primeren, en niet de feitelijkheid van wat werkelijk werd geschreven, gezegd, vertoond of gedemonstreerd.

Een soortgelijke reflex belaagde het hoofdpersonage van mijn roman Rovers, Louis Zoethout, een bejaarde artiest die een reeks schilderijen borstelde, bezield door ‘De roof der Sabijnse Maagden’, een meesterwerk van barokkunstenaar Nicolas Poussin, die op zijn beurt refereerde aan een bekend verhaal uit de klassieke oudheid. In de roman sabelt een jonge dramaturge Zoethout neer; zijn interpretaties van oude kunst zouden genderbevestigend zijn, grensoverschrijdend seksueel gedrag promoten, zelfs groepsverkrachting verheerlijken. Citaat: ‘Oké, Zoethout heeft zulke vunzige feiten niet fysiek gepleegd, maar hij penseelt ze met manifest zinnelijk genoegen. Volgens haar logica is deze schilder bijgevolg iemand die uitlokt, die stookt, die toxisch gedachtegoed propageert.’

Niet gehinderd door enige voorkennis, al was het ‘Livius voor dummies’, heeft de dramaturge supersnel haar mening gereed, heft ze niet enkel een bezwarend vingertje, maar wordt een kloofhamer bovengehaald. Zoethout blijkt een ideoloog van het boze, net geen roofdier!

Op dezelfde drieste, zelfs hysterische wijze werd Andrew Graham-Dixon door de debatvereniging aan de schandpaal genageld. Hij zou racistische ideeën hebben gespuid, zijn vertoon wansmakelijk en demagogisch: quod erat demonstrandum. Zo’n reactie toont nogmaals welke haast perverse dwaasheid de ‘cancel culture’ aanstuurt. In het televisieprogramma ‘Elvis blijft bestaan’ vertelde Marieke Lucas Rijneveld over de heisa rond haar vertalingsproject van het Amanda Gormans gedicht ‘The Hill We Climb’. Ze had zich gedwongen gevoeld de opdracht terug te geven omdat haar de vrijheid ontbrak (haar woorden) deze tot een goed einde te brengen, het haar duidelijk werd dat ze vanuit haar ‘witte privilege’ enkel bakken kritiek zou oogsten. ‘De vrijheid ontbrak’, het klinkt behoorlijk eufemistisch; juist dat onbelemmerde werd haar brutaal gekaapt – voor mij een mentale aanranding. Het protest was razendsnel aangeblazen tot een storm die op de schrijfster afraasde, en in de idiootste argumenten (ze is geen slam poet) klonk zero meedogen. Het bleek hard tegen zacht.

In de televisiestudio vroeg Rijneveld zich af hoe zijzelf haar vertalers moest selecteren, diende ze bijvoorbeeld rekening te houden met criteria zoals “die is blank, die is tussenmens, die komt van het platteland?” Haar nuchtere conclusie, dat ze op die manier niemand zou overhouden... De beschuldigingen aan het adres van mijn protagonist Zoethout hebben hier ook mee te maken: kan vandaag de dag nog worden geduld dat de kunstenaar, en vervolgens de lezer of de toeschouwer, zich inleeft in een personage dat met zijn of haar identiteit niets vandoen heeft?

Radna Fabias, een jonge schrijfster van Surinaamse origine, vertaalt met brio (en nodige empathie) de gedichten van Nobelprijswinnares Louise Glück, een witte Canadese van bijna tachtig. De publicatie gebeurde zonder opstootjes of haatmails, het literaire milieu terecht tevreden over het gepresteerde: kleur -en generatieverschillen bedwongen, talent dat bovendrijft, always, whatever.

Glurend door het sleutelgat

Mijn oude schilder Zoethout moest het bekopen, ervaren dat het tegenwoordig discutabel is, bijna gevaarlijk, de mannelijke interpretatie van vrouwelijkheid te schilderen. Doordrijvers binnen de vrouwenbeweging vinden dat de male gaze gericht is op de erotisering van het vrouwelijk naakt en dat die visie wordt gecontamineerd door vunzigheid of door een paternalistische opstelling. ‘Roodkapje is de boze wolf kotsbeu!’ luidt de titel van een gepeperd feministisch manifesto.

De conservator van het Amsterdamse van Gogh Museum, Roos Rosa de Carvalho, verwees naar die bewuste mannelijke blik – glurend door een sleutelgat – toen het wereldberoemde museum een prachtige pastel van Degas aankocht, Badende vrouw, maar wist dit redelijk te verschonen door aan te tonen dat diens vrouwelijke tijdgenoten, zoals Berthe Morisot, Degas’ zo ‘intieme werk’ erg waardeerden, zelfs verzamelden. De beslissing tot acquisitie was voorafgegaan door een pittige discussie, niet over het artistieke belang, wel over de vraag of een museum anno 2020 nog wel ‘een blote vrouw’ aan de muur kan hangen...

Ondertussen klinken er stemmen die beweren dat het niet veroorloofd is dat een artiest zich inleeft in de rol van een ander geslacht: het zou getuigen van minachting voor iemands genderidentificatie. Fanatieke dwarsliggers vinden het ongeoorloofd dat een acteur een karakter met een andere huidskleur uitbeeldt. Stilaan wordt in theatermiddens de consensus afgedwongen dat Othello, de Moor van Venetië, zich niet meer donker mag schminken, no black face. Pigment bepaalt de speler. Alsof kunst echtheid dient te reproduceren en geen inleving.

De bollebozen van Cambridge, Allen Ginsberg parafrazerend: ‘the best minds of their generation’, ontbrak dit inlevingsgevoel. Zij konden zich niet ontkoppelen van hun ‘gekleurde’ opvattingen om ongehinderd, met een open geest, mee te gaan in het, inderdaad, sarcastische discours van de gastspreker. In hun kopjes draaide een voorgeprogrammeerd deuntje, wat die ander kwijt wilde kreeg geen kans. Barbertje moest hangen: ‘Racist! Voer hem af!’

‘You may put’em on the list’, zingt het koor in The Mikado. Een quasi stalinistisch vonnis.

In 2016 schreef Andrew Graham-Dixon een prachtig essay voor mijn catalogus The Music Boy. In die tekst staan bijzonder pregnante bemerkingen over de aanwezigheid van de Tweede Wereldoorlog in mijn werk. Ik herinner me deze woorden als een opdracht: ‘Pay respect to those who have suffered. Remember their wounds. In that act of remembering, make their wounds bleed afresh.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234