Woensdag 20/10/2021

OpinieLuc Huyse

Jan Jambon is niet verantwoordelijk voor de dood van Jozef Chovanec. Maar hij had wel alerter moeten zijn

Luc Huyse Beeld Marco Mertens Humo
Luc HuyseBeeld Marco Mertens Humo

Luc Huyse, socioloog en emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Veel publicaties van de auteur zijn te lezen op luchuyse.be

Elke discussie over politieke verantwoordelijkheid, ook die van de laatste weken, bezorgt mij een hevig gevoel van déjà vu. Ik herinner me dan telkens het meest heftige debat van de laatste veertig jaar. De aanstoker was de dioxinecrisis, de onaangekondigde komst van de plofkippen. De kwestie ontplofte in het gezicht van de regering-Dehaene, op het einde bovendien van de verkiezingscampagne voor de parlementsverkiezingen van 1999. Maar de echte oorzaak van de beroering was er al langer en zat ook veel dieper.

Tussen 1995 en 1999 hadden achttien politieke en ambtelijke coryfeeën ontslag (moeten) nemen: twee voorzitters van parlementen, vier vice-premiers, een rist ministers en topambtenaren en de secretaris-generaal van de NAVO. De kaalslag was zo fors dat de hele politieke klasse ‘ja’ zei tegen een brede gedachtewisseling over politieke verantwoordelijkheid. Oud-minister Freddy Willockx, benoemd tot regeringscommissaris ad hoc, zette een groep van experts aan het werk. In het voorjaar van 2000 zijn hun voorstellen in een symposium besproken. Het resultaat mocht gezien worden. Er is toen komaf gemaakt met de spraakverwarring rond tal van sleuteltermen, zoals verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Verantwoordelijkheid, schreef het rapport, kan ethisch of moreel, politiek of juridisch zijn. En telkens is er nood aan een formele definitie van fout: tuchtrechtelijk of burgerrechtelijk of strafrechtelijk. Een debat, zei het verslag, verzeilt in dichte mist als met deze verschillen geen rekening is gehouden. Dat is precies want nu opnieuw is gebeurd.

Politiek en media kijken zelden achteruit en al zeker niet tot in het jaar 2000. Dat is jammer. Met de scherpe bril van toen was de discussie over de zaak-Jozef Chovanec helemaal anders, rechtvaardiger zelfs, verlopen. Ik geef vier voorbeelden.

Ten eerste. Het team van Willockx zei dat politieke verantwoordelijkheid altijd en onvermijdelijk een gedeelde opdracht is. Het begint al, op de luchthaven van Charleroi, met het aandeel van de politie, het parket, de departementen Justitie en Binnenlandse Zaken. Maar in een land als het onze, waar bevoegdheden federaal en regionaal verhakseld zijn, gaat die spreiding nog een forse stap verder. Denk, bijvoorbeeld, aan de negen ministers die zich in de coronacrisis met het beleid hebben gemoeid. Het is de gedroomde situatie voor de betrokkenen om de paraplu’s op te steken. Zeker omdat de kwestie gegarandeerd in partijpolitiek vaarwater terecht komt. Coalitiepartijen sparen elkaar, tot aan de grens van wat een omerta mag heten. Het is geen toeval dat de roep om een parlementaire onderzoekscommissie meestal van de oppositie komt. Zo dooft uiteindelijk het debat uit en ontstaat feitelijke onverantwoordelijkheid.

Ten tweede. Aansprakelijkheid roept als begrip een negatieve inhoud op. Niemand wordt graag aansprakelijk genoemd. Maar er is ook zoiets als verantwoordelijkheidszin, als het product van actieve inzet. Laat me het even over Jan Jambon hebben. Je kan niet zeggen dat hij, als toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk is voor de dood van Chovanec. Juridisch niet, politiek niet. Maar had hij twee jaar geleden alerter gereageerd, dan was er sneller een politiehervorming gekomen en nieuwe drama’s wellicht vermeden. Op dit punt heeft hij gefaald.

Ten derde. Op het symposium van 2000 ging veel aandacht naar nog een ander pijnpunt. Hoe bestraf je wie politiek aansprakelijk is voor wat misgelopen is? Momenteel werken politici, journalisten en de publieke opinie met een zeer beperkte visie op de schuldvraag. Iemand is niet verantwoordelijk en het dossier wordt gesloten. Ofwel ligt de schuld vast en dan is ontslag onvermijdelijk. Het is wit of zwart. Terwijl in dergelijke dossiers grijs dominant is. Er is behoefte aan een glijdende schaal van straffen. Daarin past, bijvoorbeeld, een parlementaire blaam. Of een voorwaardelijk ontslag dat bij herhaling effectief wordt.

Ten vierde. Bestuurlijke pech is in de discussies over verantwoordelijkheid een blinde vlek. De vraag naar de scheidslijn tussen manifest falen en bad luck blijft achterwege. Dat is niet goed. Denk aan de toenemende komst van wat men ‘zwarte zwanen’ noemt: grootschalige uitdagingen die én onvoorspelbaar en, zeker tijdelijk, onbeheersbaar zijn. Is het niet dat wat Vlaams minister Wouter Beke is overkomen: de Blitzkrieg van het coronavirus waar geen enkel draaiboek een antwoord op had? Is het niet dat wat ons te wachten staat met de talrijke klimaatziektes?

In elke crisis zitten lessen van goudwaarde. Het is maar dat we het weten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234