Dinsdag 22/10/2019

Opinie Andreas Tirez

Jambons inconsistentie belooft weinig goeds voor Vlaams armoedebeleid

Andreas Tirez. Beeld Eric de Mildt

Andreas Tirez is kernlid van denktank Liberales. Hij blogt op Economieblog.be.

Het Vlaamse regeerakkoord telt 300 pagina’s en is pas dinsdag vrijgegeven. Voor een gedetailleerde analyse van de ambitie van de volgende Vlaamse regering om armoede te bestrijden is het nog wat vroeg.

Wat maandagavond wel al opviel, was de tussenkomst van de volgende Vlaamse minister-president Jan Jambon (N-VA) toen hij in Terzake aan de tand werd gevoeld over het armoedebeleid. Jambon stelde dat de definitie van armoede herbekeken moet worden. De armoedegrens ligt momenteel op 60 procent van het mediaaninkomen. Dat betekent dat als alle inkomens stijgen, de armoede toch niet daalt. Deze relatieve definitie van armoede, namelijk verwijzend naar het inkomen van anderen, moet worden aangepast volgens Jambon.

Het is een discussie die op het publieke forum regelmatig terugkomt. Critici van een relatieve maatstaf voor armoede stellen dat de huidige armoedegrens eigenlijk de ongelijkheid meet en dat via het armoedebeleid slinks gestreefd wordt om de ongelijkheid terug te dringen. Met een relatieve armoedegrens zal je dan ook nooit de armoede uitroeien en zal er alsmaar meer herverdeeld moeten worden.

2.500 euro per maand

Deze critici hebben deels gelijk. De armoedegrens meet inderdaad een bepaalde vorm van ongelijkheid. Ze hebben echter ongelijk als ze stellen dat de armoede op die manier nooit uitgeroeid kan worden. Dat is mathematisch makkelijk te weerleggen: alle inkomens moeten gewoon boven de 60 procent van het mediaaninkomen getild worden en klaar is Kees. Voor een alleenstaande betekent dit minstens 1.200 euro per maand. Voor een koppel met twee kinderen gaat het om ongeveer 2.500 euro per maand.

Bovendien meet men met de armoedegrens niet zomaar een algemene ongelijkheid, zoals dat met de Gini-coëfficiënt het geval is, maar wel één bepaalde ongelijkheid, namelijk hoe de onderkant het doet ten aanzien van de mediaan. Het verschil tussen de mediaan en het gemiddelde is hier erg belangrijk. Het mediaaninkomen is het 50ste inkomen in een rij van 100. De mediaan wordt dus niet beïnvloed door wat er aan de top gebeurt, wat met een gemiddelde wel het geval zou zijn.

Invloedrijke filosofen 

Dat men de mediaan en niet het gemiddelde neemt is ook niet toevallig. De doelstelling van armoedebestrijding is om ervoor te zorgen dat alle mensen adequaat kunnen deelnemen aan de maatschappij. Het is een doelstelling die sterk steunt op het rechtvaardigheidsgevoel van mensen, zeker als het om kinderarmoede gaat, waarbij de kinderen per definitie niet verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor hun situatie. Het steunt op het werk van invloedrijke filosofen zoals John Rawls, Martha Nussbaum en Amartya Sen, en vele anderen. Het resulteert in een wijdverspreid en breed gedragen principe: iedereen moet de mogelijkheden hebben om volwaardig mens te zijn. De meeste, zo niet alle, politieke partijen delen dit hoogstaande principe.

Als je vervolgens nagaat wat hiervoor nodig is, dan kom je uiteraard op voldoende voeding, veiligheid, gezondheidszorg en een woonplaats. Maar er is meer. Mensen zijn geen eilanden, maar sociale wezens. Wat andere mensen hebben en doen speelt ook mee. En dus gaat het ook om rust en ontspanning en betekenisvolle sociale relaties. Dat maakt ons immers ook tot mens.

Om jezelf te kunnen ontwikkelen en adequaat te kunnen deelnemen aan de maatschappij moet je dus een zekere norm kunnen halen. Heel concreet kan je berekenen welk inkomen je daarvoor moet hebben. In Vlaanderen wordt dit onderzoek uitgevoerd door het Centrum voor budgetadvies en -onderzoek, het CEBUD. Dat stelt zogenaamde referentiebudgetten op die voor verschillende typesituaties aangeven wat je nodig hebt om adequaat aan de samenleving te kunnen deelnemen. En opnieuw, dit is niet controversieel. Meer nog, ook Jan Jambon blijkt dit te onderschrijven. In Terzake zei hij letterlijk dat mensen in onze maatschappij moeten kunnen voldoen aan de norm. Hiermee is Jambon volgens mij niet consistent omdat een norm net relatief bepaald wordt en zal stijgen bij stijgende inkomens. Die inconsistentie belooft weinig goeds voor het Vlaamse armoedebeleid van de komende vijf jaren.

Waar ligt de norm?

Wat opvalt aan die referentiebudgetten is dat ze merkwaardig goed samenvallen met de huidige armoedegrens. Dus terwijl de critici gelijk hebben dat je een armoedegrens eigenlijk zou moeten uitdrukken in een referentiebudget, is het vanuit praktisch oogpunt blijkbaar voldoende om te werken met 60 procent van het mediaaninkomen.

Ten slotte is het volgens mij belangrijk om nog eens duidelijk te maken waar die norm eigenlijk ligt. Die norm is niet die van de topklasse, zelfs niet van de middenklasse. De norm wordt gedefinieerd als 40 procent ónder het mediaaninkomen. 1.200 of 2.500 euro per maand: dat is echt niet zo veel. Ik daag elke middenklasser uit om eens een jaar hiermee rond te komen. En weet dan dat als het je lukt, je geen euro te sparen hebt voor het geval het eens tegenzit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234