Maandag 30/03/2020

OpinieWalter Weyns

Jambon wierp zich net op als een verdediger van het recht op expressie

Toen presentator Marcel Vanthilt minister Jan Jambon het podium van de Ultimas op riep, vlogen de tomaten door de lucht. Beeld Wouter Van Vooren

Walter Weyns doceert sociologie en cultuurkritiek aan de Universiteit Antwerpen. Zijn recentste boeken zijn Marx begrijpen (2018) en Van mensen en dingen (2017).

Tijdens de uitreiking van de Ultimas hield Jan Jambon (N-VA) zich goed overeind, vond ik. Hij pareerde boegeroep en tomaten met de spreuk: “Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is”. Daarmee wees hij de boeroepers ironisch terecht. Als je niets beters kunt zeggen dan ‘boe’, liet hij verstaan, dan ben je maar een pover vogeltje. In een interview achteraf voegde hij er gelukkig nog aan toe: “Iedereen moet zijn manier van uiten maar kiezen, in een vrije samenleving zijn mensen vrij om dat te doen.” 

Daarmee wierp hij zich op als een verdediger van het recht op expressie. Dat is mooi. Het doet deugd dat een minister, juist op het moment dat hij wordt uitgejouwd, daaraan herinnert. De roepers dachten allicht: ‘Hoe ongeloofwaardig! Je beweert garant te staan voor het recht op expressie, maar tegelijk verminder je de subsidies voor organisaties waar kunstenaars in spe zich bekwamen in allerlei vormen van expressie’. Daar hebben ze een punt. Maar welk tegenargument kan op tegen een tomaat?

Het tomaatincident stelt misschien weinig voor. Toch is het symptomatisch. Niet zozeer voor de heftigheid van het meningsverschil – zo heftig ging het er nu ook weer niet aan toe. Het is vooral symptomatisch voor een maatschappij die niet weet hoe ze meningsverschillen moet aansnijden, laat staan beslechten. Maatschappelijke debatten ontaarden in onze socialemediatijden al te snel in een steekspel van loze beschuldigingen en idiote memes. Niet zelden lopen gedachtewisselingen uit op het blokkeren van mekaars accounts. Erger: gesprekken komen zelfs niet eens meer op gang. 

Beeld Wouter Van Vooren

Meer en meer nemen welbespraakte mensen het woord, niet om genuanceerd uit te leggen wat ze denken of waarom ze van mening verschillen met deze of gene, maar plompweg om te verklaren dat ze niet langer de moeite doen om te praten met mensen met een andere mening; of om te verklaren dat ze zich door andermans mening gekwetst voelen. Reni Eddo-Lodge laat per boek weten dat ze niet langer met witte mensen over racisme praat. Zij doet ten minste nog een inspanning om uit te leggen waarom het haar niet lukt. De Nederlandse socioloog Willem Schinkel gaat in zijn boek Theorie van de kraal nog verder. Alle witte mannen zijn fascisten, weet hij. Daar praat je niet mee. In naam van een tolerante, liefdevolle wereld weigert Schinkel zelfs kritiek te geven op witte mannen. Ze zijn het niet waard. Dat hij toevallig zelf een witte man is, ach ja.

Dit is maar een kras voorbeeldje van de heersende pandemie van onbegrip. Wit wil gekleurd niet begrijpen, en omgekeerd; links wil rechts niet begrijpen, en omgekeerd; man wil vrouw niet begrijpen, en omgekeerd niet; ‘de islam’ wil ‘het Westen’ niet begrijpen, en omgekeerd; Vlaanderen wil Wallonië niet begrijpen, en omgekeerd, en omgekeerd, en omgekeerd, tot je er horendol van wordt. Er waart een spook van onbegrip door Europa en de wereld. Overal dreigt verscheurdheid.

Hoe communiceer je met iemand waarmee je het grondig oneens bent of die zo van je verschilt dat je je niet in hem/hen/haar herkent? Van het antwoord hangt het slagen of mislukken van het democratisch experiment af. Democratie is meer dan verkiezingen, scheiding der machten en basisrechten. Zij is ook een geheel van instituties die mensen in staat stelt om met mekaar te spreken en naar mekaar te luisteren. De eerste democraten zochten mekaar op in salons en koffiehuizen, en, niet zelden na revolutie, kregen ze het voor mekaar dat politieke beslissingen genomen werden in parlementen - die heerlijke gespreksruimten waar het volk, bij monde van haar vertegenwoordigers, zich kon uitspreken en gehoord weten. 

Democratie is dus gebaseerd op het vermogen om een goed gesprek te voeren. En een goed gesprek bestaat niet uit spreken alleen. Je moet ook kunnen luisteren. Dat vergt zelfbeheersing en reflectie. Zonder beschaving geen democratie. Dat betekent niet dat we als bekakte burgers moeten spreken. Ieder vogeltje mag inderdaad zingen zoals het gebekt is. De geschiedenis van de democratie is rijk aan allerlei communicatievormen die een levendige maatschappelijke discussie mogelijk maakten. Iedereen vond wel een uitdrukkingsvorm die hem paste: betoging, satire, poster, petitie, tijdschrift, pamflet, politiek theater, sit-in, referendum, ingezonden brief, debat, staking. En ja, ook boegeroep en zélfs de tomaat, dat beseft Jambon, heeft een plaats verworven in de geschiedenis van de democratische meningsvorming.

Veel van die communicatievormen hebben blijkbaar hun beste tijd gehad. Maar ik zou ze toch niet op de composthoop van de geschiedenis werpen. Laten we ons, liefst voorbij het boeroepen, blijven oefenen in de rijke vormentaal van de democratische discussie. Want de sociale media-democratie of digitale democratie, waar sommigen van dromen, is voorlopig meer digitaal dan democratisch.

Walter Weyns.Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234