Woensdag 28/07/2021

OpinieBrigitte Herremans

Israël speelt met vuur en schuift de schuld in Palestijnse schoenen

Een Israëlische militair controleert een beschadigd appartement in de stad Ashkelon, nadat raketten werden afgevuurd vanuit de Gazastrook. Beeld AFP
Een Israëlische militair controleert een beschadigd appartement in de stad Ashkelon, nadat raketten werden afgevuurd vanuit de Gazastrook.Beeld AFP

Brigitte Herremans is Midden-Oosten-expert, onderzoeker aan het Mensenrechtencentrum van de Universiteit Gent en coauteur van Israël en Palestina. De kaarten op tafel.

Het is een gekend patroon: de spanningen in Israël en Palestina laaien op, genereren wereldwijde media-aandacht en herkauwde politieke verklaringen. Nu de spanningen in Oost-Jeruzalem escaleren, kondigt zich opnieuw een cyclus van geweld aan die het nieuws een tijd zal beheersen. Alle partijen schenden het internationaal recht: Israël gebruikt disproportioneel geweld en Palestijnse groeperingen vuren raketten af.

Zoals we weten uit ervaring zal Israël niet terugschrikken voor grootschalige schendingen van het internationaal recht, ook als strafmaatregel. Ook weten we dat de internationale gemeenschap weinig kordaat zal optreden en het geheugen kort is. Laten we echter niet vergeten dat dit zoveelste conflict ontstond omdat Israël graag met vuur speelt en denkt er voordeel uit te halen.

De beelden van het geweld in Jeruzalem werpen me terug naar de start van de Tweede Intifada in 2000, die ik van dichtbij meemaakte. Israëls meedogenloze aanval op Gaza, als reactie op de raketten van Hamas, herinnert me aan de radeloosheid van vrienden uit Gaza in december 2008, toen ze voor het eerst aan grootschalige bombardementen onderworpen werden.

Het is hemeltergend hoe Israël altijd opnieuw de lont aan het kruitvat steekt en zonder verpinken de schuld in Palestijnse schoenen schuift. Voorstanders van équidistance of de gelijke behandeling van beide partijen, die we de komende dagen veelvuldig zullen horen, bestendigen het onrecht. Er is geen gelijkheid tussen een bezettende macht en een bezet volk. De geschiedenis van het Israëlisch-Palestijns conflict is er een van asymmetrie en ongelijkheid. Israël werd opgericht op 78 percent van historisch Palestina in 1948 en bezette de resterende 22 percent in 1967. Ook al gaan de Palestijnen niet vrijuit, toch draagt Israël de grootste verantwoordelijkheid voor het aanhouden van het conflict.

Geen privékwestie

Dit is ook vandaag het geval. Laten we inzoomen op de kiem van de huidige escalatie. De Israëlische autoriteiten schilderen het conflict in de wijk Sheikh Jarrah af als een privékwestie inzake landbezit tussen Palestijnse families en Israëlische kolonisten. Dat is het allerminst. Ten eerste streven de autoriteiten sinds de bezetting demografische verandering na en willen ze Oost-Jeruzalem ‘judaïseren’. Israël beschouwt Jeruzalem als zijn eeuwige en ondeelbare hoofdstad en voert een systematisch beleid om het aantal Joods-Israëlische inwoners te doen toenemen, via nederzettingen, de gedwongen verplaatsing van Palestijnen en discriminatie. Ten tweede gaat dit dispuut in Sheikh Jarrah terug naar de kern van de Israëlisch-Palestijnse kwestie: de ontheemding van de Palestijnse bevolking in 1948 en de manifeste onwil van Israël om dit te erkennen.

“Als jij eigenaar zou zijn en iemand zou illegaal in jouw woning trekken, zou je dan niet het recht hebben hem eruit te zetten?”, stelde de onderburgemeester van Jeruzalem en nederzettingenactivist Aryeh King in The New York Times. Een uitmuntend staaltje propaganda dat illustreert waarom ook Human Rights Watch Israël een apartheidsstaat noemt.

Vóór 1948 woonde er inderdaad een Joodse gemeenschap in het gebied, bij het graf van de heilige Shimon HaTsadik. De gemeenschap werd verjaagd in 1948, toen Jordanië Oost-Jeruzalem bezette. De Verenigde Naties huisvestten in 1956 Palestijnse vluchtelingen op het terrein. Na de bezetting vaardigde Israël een wet uit om Joodse Israëli’s eigendommen in Oost-Jeruzalem terug te laten vorderen. Daarna kwam het stuk land in handen van een kolonistenorganisatie die de Palestijnen er wil verjagen. Dit lot viel volgens de Israëlische ngo ACRI al vier families te beurt. Een rechtbank in Jeruzalem oordeelde bovendien dat de kolonistenorganisatie de rechtmatige eigenaar is. Als het Israëlische Hooggerechtshof dit bevestigt, ziet het er slecht uit voor de dertien andere Palestijnse families en bij uitbreiding de Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem.

Mocht Israël het gelijkheidsprincipe hanteren – weinig realistisch – zou het beseffen dat het discriminerend is om de 750.000 Palestijnen die in 1948 verjaagd werden of op de vlucht sloegen het recht te onthouden om hun eigendom terug te vorderen. Met de Absentee Property Law van 1950 verhinderde Israël die mogelijkheid en legitimeerde het de confiscatie van eigendommen van personen die afwezig waren tussen 1947 en 1948, Palestijnen dus. Over deze landroof zwijgt Israël in alle talen. Er valt ook niets anders te verwachten van een staat die het internationaal recht systematisch naast zich neerlegt. Maar van beleidsmakers mogen we meer politieke moed verwachten om Israëls straffeloosheid en nieuwe cycli van geweld tegen te gaan; als de wortels niet helpen, mogen de stokken of sancties geen taboe meer zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234