Woensdag 20/10/2021

OpinieHans Diels

Is een samenleving vrij als een groot techbedrijf kan bepalen welke websites online mogen en welke niet?

null Beeld AP
Beeld AP

Hans Diels is expert geopolitiek bij ETION, forum voor geëngageerd ondernemen.

Facebook en Instagram bannen Donald Trump voor de komende weken van hun platformen. Twitter schortte zijn account op voor 48 uur. Michelle Obama en vele anderen riepen op om Trump voorgoed te verwijderen van al deze platformen. De aanleiding hiervoor was de oproep van Trump om in Washington te komen betogen tijdens de certificering van de stemmen in het Amerikaanse Congres. Die betoging mondde uit in een bestorming van het Capitool waarvan Trump geen afstand nam en pas na een hele tijd opriep om de ordediensten te respecteren.

Tot nu toe zijn de verschillende socialemediabedrijven heel omzichtig omgesprongen met de president. Het meest verregaande waren de meldingen bij tweets van de Amerikaanse president als hij het had over verkiezingsfraude. Daar stond dan mooi bij dat dit niet-gefundeerde claims waren of een verwijzing naar waar de lezer een correcte versie van de feiten kon krijgen. Maar een volledige ban van de president was nog nooit gebeurd.

Twitter en de andere socialemediabedrijven moeten hier immers een heel smal pad bewandelen tussen het respect voor de vrije meningsuiting en het verspreiden van valse informatie en aanzetten tot haat en geweld.

De eerste uitdaging komt er bij het aanpakken van fake news. Wat is immers nepnieuws? Sommige zaken zoals de claims van de Amerikaanse president over verkiezingsfraude zijn duidelijk nepnieuws, maar heel veel andere zaken zijn niet altijd eenduidig. Heel veel nieuws is niet absoluut fout of juist. Vaak gaat het over de framing, over de accenten die in berichten worden gelegd om zaken anders voor te stellen naargelang de doelgroep. Zeker in een gepolariseerd medialandschap zal het zeer moeilijk zijn om een consensus te vinden over nepnieuws.

En de vraag is dan wie dat moet bepalen. Willen we dat Facebook en Twitter een soort waarheidspanels opzetten en dat die grote techbedrijven gaan bepalen wat het juiste nieuws is? Of moet er een externe organisatie komen die advies geeft hierover? Wie gaat hier dan in zitten? Vertegenwoordigers van de overheid? Gaan die dan bepalen wat echt nieuws is en wat niet? In China gebeurt dat zo, maar dat is dan ook weer niet het model dat we willen.

Een tweede uitdaging is het volgen van de wet. Zaken die bijvoorbeeld in veel Europese landen verboden zijn, zoals Holocaustontkenning en het gebruik van nazisymbolen zijn in de VS en een groot deel van de wereld toegestaan. Hoe gaan globale socialemediabedrijven hier mee om? Komen er aparte versies van Twitter, Facebook en Instagram voor elke regio, voor elk land of wordt er een vorm van grootste strengste deler gemaakt en wordt alles wat ergens verboden is overal verboden? Dan komen we natuurlijk in de problemen wanneer autoritaire regimes zaken gaan verbieden die wij niet willen, zoals bijvoorbeeld opkomen voor homorechten.

Een derde probleem is de rol van sociale media in burgerbewegingen. Tien jaar geleden, ten tijde van de Arabische Lente, werden Facebook en Twitter nog bejubeld omdat ze de opstanden tegen dictatoriale leiders in Tunesië, Egypte en veel andere landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten faciliteerden. Dankzij sociale media konden potentiële betogers metgezellen vinden en zich organiseren. Maar als de informatie die op deze platformen meer onderworpen wordt aan regulering, zullen autoritaire leiders hier zeker gebruik van maken om overheids-kritische content te laten verwijderen. Nu gebruiken ze nog vaak internetshutdowns om in een crisissituatie sociale media stil te krijgen, maar als alle kritische berichten gewoon preventief kunnen worden verwijderd is dat natuurlijk eenvoudiger.

En zo komen we terug bij Trump. Stel je voor dat er effectief grootschalige fraude zou zijn geweest door de zittende president en dat de door hem benoemde rechters dit niet zouden erkennen. Dat de rest van de Republikeinse partij en het Amerikaanse Hooggerechtshof hierin mee zouden gaan. Dit is allemaal niet meer zo onvoorstelbaar als het ooit was. Maar in dat geval zouden we toch willen dat Amerikaanse activisten zich zouden kunnen organiseren en reageren via sociale media?

En dan zitten we bij het adagium dat de één zijn terrorist de ander zijn vrijheidsstrijder is. En wie gaat dan bepalen wie de terroristen zijn en wie de vrijheidsstrijders? De Democraten zagen de bestormers van het Capitool als terroristen, Trump zag hen anders…

Dat is het Twitter-dilemma. Ja, er moeten effectief grenzen zijn, maar het is wel heel moeilijk om die te trekken in een vrije samenleving. In een niet-vrije samenleving kan je gemakkelijk iemand aanstellen om te bepalen wat kan en niet kan, in een vrije samenleving is dat bijzonder riskant. Je ziet dat nu ook met de Amazon-ban van Parler. Is een samenleving waarin een groot techbedijf kan bepalen welke websites er online mogen en welke niet vrij?

Misschien wel als er veel concurrentie op die markt is, maar anders?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234