Woensdag 16/10/2019

Opinie Lieven Annemans

Is een leven redden oneindig veel geld waard?

Beeld Francis Vanhee

Lieven Annemans is gewoon hoogleraar in de gezondheids- en welzijnseconomie aan de Universiteit Gent en auteur van ‘Je geld of je leven in de gezondheidszorg’ (Van Halewyck).

De jongste tijd komen de zeer hoge prijzen van geneesmiddelen steeds vaker in het nieuws. Dit is nu weer het geval voor de behandeling van SMA (‘type 1’) bij kinderen, die nu kan genezen worden met een eenmalige toediening van een gentherapie. 

De prijs? 1,9 miljoen euro. Voor één spuitje. Aangezien het geneesmiddel nog niet terugbetaald kan worden (die procedure kan nog niet starten zonder officiële toelating tot de Europese markt) zien de ouders van het meisje Pia geen andere uitweg dan een crowdfunding op het getouw te zetten om het bedrag te verzamelen. Toegegeven, ik doe hetzelfde voor mijn kleinkinderen als we in zo’n situatie zouden verzeild raken. Maar iedereen begrijpt wel dat dit geen duurzame oplossing is. Er zijn twee problemen gekoppeld aan het verhaal, en die vragen beide om aangepakt te worden.

Lieven Annemans. Beeld Tim Dirven

Ten eerste, wanneer terugbetaling via de geijkte procedure nog niet kan, zijn er in Europa twee manieren om aan het geneesmiddel te geraken: deelnemen aan de klinische studies – maar daar komt niet iedereen voor in aamerking – of een ‘compassionate use’-programma volgen, waarbij voor schrijnende situaties zoals deze toch al in een behandeling wordt voorzien. Maar bij die laatste oplossing is het niet steeds duidelijk hoe het dan zit met de prijs. Moet het bedrijf dit gratis aanbieden, of moet de patiënt of de familie het geld op tafel leggen? Het hangt af van geval tot geval, en dat is opnieuw geen rechtvaardige situatie. Duidelijke regels en een Europees solidariteitsfonds zou hier soelaas kunnen bieden, maar zover zijn we nog niet.

Prijzen

En dan is er nog de prijs zelf. Waarom mag een spuitje 1,9 miljoen euro kosten? Sommigen argumenteren dat de prijzen van geneesmiddelen veel beter de kosten van onderzoek en ontwikkeling moeten weerspiegelen. Op het eerste gezicht lijkt dit niet meer dan logisch. Maar dit principe heeft een aantal nadelen. Ten eerste zal de efficiëntie van het onderzoek er niet op verbeteren, want hoe meer de ontwikkeling van een product kost, hoe groter de beloning. Erger, wanneer een bedrijf veel gefaalde ontwikkelingen heeft (medicijnen die het uiteindelijk niet halen) dan zou dat bedrijf in theorie deze kosten kunnen afschrijven en daardoor een hogere prijs kunnen vragen voor het geneesmiddel dat wél de markt haalt. En ten slotte is er geen stimulans om waarde te creëren: of het nieuwe geneesmiddel nu heel veel of slechts een beetje bijbrengt voor de patiënten maakt volgens deze logica niet uit.

Goed besteed geld

Het is daarom beter te vertrekken van een principe waarbij een hogere performantie ook beter vergoed wordt. Oké, maar hoeveel dan? Uit Noors onderzoek blijkt dat de betalingsbereidheid voor nieuwe behandelingen sterk afhangt van de ernst van de ziekte: hoe erger, hoe meer we als samenleving een nieuwe behandeling verwelkomen en hoe meer we bereid zijn solidair te betalen voor gezondheidswinst. Maar daar zit het gevaar: de industrie kan daarvan profiteren door exuberante prijzen te vragen voor een nieuwe behandeling van een ernstige ziekte, want ‘de ziekteverzekering kan toch niet weigeren onze behandeling terug te betalen’.

Waarde is niet hetzelfde als ‘waar voor zijn geld bieden’. Bij beslissingen rond de prijs en terugbetaling willen we er als maatschappij zeker van zijn dat het geld goed besteed is en dat er dus een aanvaardbare verhouding is tussen de prijs van het geneesmiddel en de baten ervan. Om die zogenaamde kosteneffectiviteit te kunnen interpreteren hebben we grenswaarden nodig. Er is een limiet op wat we als maatschappij willen en kunnen betalen voor het winnen van gezonde levensjaren. En die limiet ligt niet op oneindig. Het Zorginstituut Nederland opperde dat men bij ernstige ziekten tot 100.000 euro moet overhebben voor het winnen van één gezond levensjaar (met het spuitje voor SMA wint men wellicht tientallen gezonde levensjaren). Een hoge grens, maar er is tenminste een grens.

En we mogen ook niet blind zijn voor de impact op het budget. Zelfs als een behandeling kosteneffectief is kan het best zijn dat we ze als maatschappij gewoonweg niet kunnen betalen. Dus als het behandelen van alle patiënten samen te veel kost aan de ziekteverzekering, dan moet het bedrijf zich tevreden stellen met een lagere prijs. Grotere volumes vragen lagere prijzen.

Het is dus essentieel dat onze beleidmakers expliciet zijn over onze maatschappelijke grenzen voor betalingsbereidheid voor geneesmiddelen. Dan is het signaal naar de industrie duidelijk: ‘We hebben jullie innovaties nodig maar weet dat dit de grenzen zijn aan wat we kunnen betalen voor het winnen van gezonde levensjaren.’ Daar is iedereen bij gebaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234