Zondag 25/07/2021
Paul De Grauwe. Beeld DM
Paul De Grauwe.Beeld DM

ColumnPaul De Grauwe

Is de bereidheid om te betalen als maatstaf voor economische waarde zaligmakend?

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Drie weken geleden onderging ik een hartoperatie. Er zijn leukere dingen in het leven. Maar, beste lezer, ik stel het wel. Het beste bewijs is dat ik deze column schrijf.

Een ingrijpende operatie is pijnlijk maar ook leerrijk. Ik lag in de post-operatieve afdeling van Gasthuisberg en ik observeerde een ongelooflijk efficiënte organisatie. Dokters en verpleegkundig personeel waren constant in de weer en gaven het beste van zichzelf om de patiënten zo snel mogelijk weer op de been te brengen. Hoogtechnologische kennis en inzet van dokters en verplegend personeel waren de combinatie die wonderen verrichten op het herstel van patiënten. Het geluksgevoelen wanneer je je elke nieuwe dag beter voelt dan de vorige is onbeschrijfelijk. Ik zal het medisch personeel van Gasthuisberg altijd dankbaar zijn.

Ik wil het hier niet hebben over mijn geluk maar wel over de economische waarde die wordt gecreëerd door een hospitaal als Gashuisberg (en de vele andere ziekenhuizen in Vlaanderen die wonderen verrichten). Hoe meten we economische waarde?

In de privésector is het niet moeilijk: we vermenigvuldigen de prijs van het geleverde product of dienst met de hoeveelheid. Dat is de economische waarde van die productie. De prijs weerspiegelt de bereidheid van de consumenten om te betalen voor de geleverde productie. Als die bereidheid om te betalen hoog is, dan zal de prijs ook hoog zijn en dus besluiten economen dat er veel economische waarde wordt gecreëerd. Economische waarde heeft dus niets te maken met intrinsieke waarde van het product of de dienst (de productiekosten) wel met de bereidheid van consumenten om voor dat product of dienst veel te betalen.

Dat laatste is belangrijk. De productiekosten, inclusief de loonkosten, kunnen hoog zijn maar als de consumenten niet bereid zijn een prijs te betalen die deze kosten dekt, dan zal de economische waarde lager zijn dan de productiekosten en zal de onderneming verliezen lijden. Omgekeerd kan het ook: de consumenten hechten zoveel waarde aan het product of dienst dat ze bereid zijn veel meer te betalen dan de productiekosten. De onderneming zal dan veel winst maken en we besluiten dat de economische waarde veel hoger is dan de kosten die nodig waren om het goed te produceren.

Hier wringt het schoentje wanneer we economische waarde willen meten in de publieke sector. We hebben meestal geen marktprijzen die een indicatie geven van de bereidheid tot betalen. Wat doen we dan? Ja, we nemen botweg de productiekosten. En het grootste deel daarvan zijn de loonkosten. Het is duidelijk dat we hiermee niet de juiste economische waarde meten.

Laten we terugkeren naar Gasthuisberg. In de statistieken zal je vinden dat de economische waarde gecreëerd door Gasthuisberg gelijk is aan de loonkosten plus andere kosten van materialen en machines. Maar dat leidt tot een schromelijke onderschatting van de economische waarde die gecreëerd wordt door dat ziekenhuis. Die is waarschijnlijk vele malen hoger dan de productiekosten. De gezondheid van de mensen die het hospitaal creëert is veel meer waard dan de kosten die nodig zijn om die gezondheid mogelijk te maken.

Het probleem met collectieve voorzieningen is dat het moeilijk is om te weten te komen hoeveel mensen bereid zijn te betalen voor die voorzieningen. Het is moeilijk dit te weten omdat die voorzieningen niet verkocht worden in markten waar een prijs tot stand komt die als maatstaf kan dienen voor de bereidheid tot betalen. En zo blijven we de waarde van vele collectieve voorzieningen onderschatten.

Is de bereidheid om te betalen als maatstaf voor economische waarde dan alles zaligmakend? Niet noodzakelijk. Dikwijls leidt bereidheid tot betalen tot een verkeerde inschatting van economische waarde. Dat is het geval bij monopolies.

Neem het geval van sommige farmaceutische bedrijven, die zich specialiseren in het opkopen van andere farmabedrijven met interessante patenten. Het nieuwe farmabedrijf sluit de onderzoeksafdeling van het oude bedrijf zodat de kosten dalen. De volgende stap bestaat er dan in de prijzen van de gepatenteerde medicijnen drastisch op te krikken, wetende dat er een gefortuneerd publiek bestaat dat bereid is elke prijs te betalen om gezond te blijven. Dat kleine segment van rijke consumenten die bereid zijn duizenden dollars te betalen per pil is voldoende om de daling van de verkoop aan de minder gefortuneerden meer dan te compenseren en superwinsten te maken. Het nieuwe farmabedrijf maakt weliswaar veel winsten maar creëert minder economische waarde, laat staan welzijn, dan het oude farmabedrijf.

Het zal dus moeilijk blijven de economische waarde der dingen te doorgronden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234